Week 40-42 Indonesië-Java – Dansen op de vulkaan

Java, een Indonesisch eiland dat zowel qua cultuur als natuur veel te bieden heeft. De Borobudur, de grootste Boeddhistische tempel ter wereld en de Prambanan, het grootste Hindoe complex van Indonesië, staan beide op Javaans grondgebied. De vulkanen Bromo en Ijen zijn twee unieke vulkanen die, gezien de dagelijkse duizenden bezoekers, een bezoek waard moeten zijn. En dan is er nog Jakarta, een miljoenenstad, een mierenhoop, maar waar we opnieuw verrast zullen worden door de enorme gastvrijheid en het enthousiasme van haar inwoners. Het waren drie drukke, maar bijzondere weken op dit eiland!

Dinsdag 20 februari 2018 Merak – Jakarta

Terwijl we op de twee uur durende ferry zitten van Bakauheni (Sumatra) naar Merak (Java), krijgen we van mensen om ons heen van alles aangeboden; een zak kaaschips en een paar handen vol fruit, genaamd duku. Net na het middaguur zetten we voet aan wal op Java. We besluiten eerst een uurtje te rijden voordat we ergens een lunch pakken. We zitten tenslotte nog vol van de lekkere hapjes aan boord van de ferry.

Vanaf Merak, de plaats waar de ferry aankomt, tot aan Jakarta, is het maar 130 kilometer. Maar hier in Indonesië is er de regel dat motoren niet op de tolweg mogen rijden. En op de hoofdweg nummer 1 naar Jakarta is het enorm druk. Regelmatig staan we vijf minuten vast op dezelfde plek. Op een zeker moment staan we stil naast een gereedschapswinkeltje en Erik besluit van de nood een deugd te maken en te gaan shoppen in de file. Hij koopt een bus WD40 en een precisieschroevendraaier voor de Garmin navigatie.

 

Rond 18.00 uur rijden we Jakarta binnen. Het is spitsuur! Om 19.30 uur doen we een snelle snack bij de McDonalds om vervolgens door te rijden naar onze eindbestemming: Kedai Tikungan Sagu (GPS: -6.317068, 106.81807), een koffieshop van een biker uit Jakarta. De biker genaamd Rendra heeft een maand geleden een berichtje op Facebook gepost dat alle overlanders die via Jakarta rijden van harte welkom zijn bij hem thuis. Wij hebben daarop gereageerd en uiteindelijk afgesproken om elkaar te ontmoeten bij zijn koffieshop die tot 00.00 uur open is. Rendra heeft zelf ook twee lange motorreizen gemaakt, één dwars door Amerika en de ander vanuit Jakarta naar India en terug. Hij vindt het een eer om wereldreizigers te ontvangen.

 

We doen uiteindelijk bijna 8 uur over de 130 kilometer vanaf de ferry naar Jakarta en komen om 21.30 uur aan bij de koffieshop. We zijn behoorlijk gaar, maar door het enthousiaste ontvangst peppen we helemaal op. Ook de kopi loewak, gemaakt van koffiebonen die zijn uitgepoept door civetkatachtigen, verricht wonderen. Het nieuws dat we in de koffieshop gearriveerd zijn, verspreidt zich als een lopend vuurtje door de stad en al snel zitten we rond de tafel met een vijftal andere motorrijders uit de stad. Ze zijn allen lid van de motorclub Bear Tribes.

Foto 5 – Samen met andere bikers in de koffieshop 20180220

Het is enorm gezellig, maar rond 00.00 uur vallen onze ogen bijna dicht en rijden we door naar Rendra’s huis, zo’n 20 minuten verderop. Rendra woont in Zuid-Jakarta, samen met zijn vrouw en 10-jarige dochter. Wanneer we de deur van het kantoor open doen die nu dienst doet als logeerkamer, vinden we een klein briefje van zijn dochter: “Do you feel welcome in this house? Yes/No*. *=Circle the right answer. After answering, please put the paper back in the envelop.” Super schattig, wat een welkom! Snel stappen we onder de koude douche en niet veel later vallen we als een blok in slaap.

 

Woensdag 21 februari 2018 Jakarta

We staan vroeg op en worden getrakteerd op een mix van een westers en Aziatisch ontbijt. Westers: toast met jam en pindakaas (roti bakar) en havermoutpap met rozijnen. Aziatisch: rijst gevuld met vlees gerold in bananenblad (lontong isi). Met een gevulde maag willen we op pad gaan naar het immigratiekantoor om het visum te verlengen, maar dan komt Rendra met een nieuwtje: “Ik heb net met een vriend gebeld op het kantoor en het kantoor gaat om 08.00 uur open. Op dit moment, 08.15 uur, zijn alle nummertjes voor vandaag al op.”. Het heeft dus geen zin meer om er vandaag nog heen te rijden. Onder het genot van een bakje koffie bedenken we nieuwe plannen voor vandaag. We willen eigenlijk de olie nog verversen. Gelukkig weet Rendra een garage dichtbij waar ze dat kunnen regelen met de juiste 10W40 motorolie. Met zijn drieën gaan we op pad, wij op de witte Honda Transalps (650 cc) en Rendra op zijn groene Kawasaki (250 cc). De huishulp wil ondertussen wel onze was wegbrengen naar een wasserette twee huizen verderop. Binnen een uurtje zijn beide motoren voorzien van een nieuw zelf meegenomen oliefilter en nieuwe olie (EUR 21). Het grappige is dat er zelfs zangvogels in de garage hangen en dat heeft een reden. Wanneer de zangvogels gewend zijn om te zingen met het lawaaiige verkeer en de harde geluiden uit de garage, zullen ze zonder dat ze ooit nog ergens van schrikken ook in huis blijven doorzingen.

Beide hebben we ook nieuwe handschoenen nodig, want de oude zijn door de zon, maar ook door de heftige regen de afgelopen dagen gescheurd en eigenlijk op. Rendra weet een goede bikeshop, maar deze heeft helaas alleen maar handschoenen in de maat S, veel te klein voor ons. Bij aanvang van onze trip zijn we gesponsord door Macna, die ons pakken en handschoenen heeft geleverd. Macna Indonesië zit ook in Zuid-Jakarta, dus willen we kijken of zij ook handschoenen voor ons hebben. Bij aankomst worden we met filmcamera’s enthousiast ontvangen. Maar helaas kunnen ook deze mannen van de shop ons niet met de juiste maat helpen. De Indonesische mannen hebben duidelijk kortere vingers en kleinere handen. Misschien kunnen we beter nieuwe handschoenen in Nederland bestellen en deze laten meenemen door onze ouders die ons in april op Bali zullen bezoeken? Hopelijk houden de oude het nog tot die tijd vol. Het lastige echter van handschoenen is dat ze precies goed moeten zitten, de huidige handschoenen zijn nu nergens meer te vinden wat het online bestellen dus lastig maakt. Als ze te klein zijn knellen ze snel wanneer je de hand om het gaspedaal klemt, en wanneer ze te groot zijn heb je kans dat je de rem- of koppelingshendel niet goed kunt pakken.

 

We verwerken de teleurstelling met een heerlijke lunch in de buurt. Rendra laat de hele tafel vol zetten met lekkere hapjes; biefsaté, kipsaté, kippenvelsaté, gado-gado, een salade en nog drie soorten rijst, namelijk gele, witte pure en witte gekookt in kokosmelk. Bertha wil graag nog eens doerian proberen en bestelt op aanraden van Rendra de doerian ijscocktail. Helaas steelt het drankje niet Bertha’s hart. Doerian staat erom bekend te stinken. Na zo’n lange tijd door Maleisië, Thailand en Indonesië gereisd te hebben, zijn we wel aan de geur gewend geraakt, maar het neemt niet weg dat deze penetrant is. De vrucht is daarom vaak verboden in hotels of in het openbaar vervoer. Na twee slokken houdt Bertha het voor gezien. Het is niet vies, maar de smaak overheerst alle andere smaken in de cocktail. Leuk geprobeerd, maar geen doerian meer voor Bertha. Ook Erik is geen fan.

Foto 9 – De bikers in Jakarta met Rendra 20180221

Na de lunch gaan we snel terug naar huis om wat spullen te pakken. We vertrekken daarna direct naar de koffieshop waar we om 16.00 uur een afspraak hebben met Rita van MSA Kargo Shipping. In april willen we de motoren verschepen van Soerabaja (oost-Java) naar Vladivostok (zuidoost Rusland) en we hopen nu alvast een deal te kunnen maken met de agent Rita. Haar kantoor is gevestigd in Jakarta en we zullen hier niet meer terugkomen. Aan het einde van de meeting zijn we heel wat wijzer geworden. Er staan nog een paar vragen open, maar we zijn tevreden met de voorlopige offerte. Vanmorgen tijdens het ontbijt zijn we echter door Rendra op nieuwe ideeën gebracht. “Waarom ga je niet met de goedkope ferry vanuit Surabaya naar Pontianak op Kalimantan (Borneo)? Dan rij je in drie dagen naar Kuching aan de Maleisische kant van Borneo en laat je de motoren vanaf daar verschepen naar Rusland. Waarschijnlijk gaat het via die route een stuk sneller, is het goedkoper en ben je bovendien een eilandervaring rijker.” Het reizen wordt er niet makkelijker op wanneer je door anderen op leuke alternatieve ideeën wordt gebracht en daardoor zoveel nieuwe keuzes krijgt voorgeschoteld. We vragen Rita daarom ook naar de mogelijkheden vanaf Kuching naar Vladivostok.

 

Eind van de middag, tijdens het gesprek met Rita, wordt het steeds drukker in het restaurant. Rendra heeft alle bikers van zijn motorclub uitgenodigd in de koffieshop voor een Ride & Share ter ere van onze komst. Na het diner worden we uitgenodigd onze speerpunten op een flipover te schrijven. Rond 20.00 uur is de club met zo’n 25 bikers compleet en opent Rendra officieel de avond door ons aan de club voor te stellen. Daaropvolgend stelt elke biker zich kort voor en dan zijn wij aan de beurt. We vertellen kort wie we zijn en in welke landen we zijn geweest. Daaropvolgend beginnen de eerste geïnteresseerden vragen te stellen: “How much money did you save?”, “Why are you riding around the world?” en “Why have you chosen such a big bike?”. In Indonesië rijdt iedereen op motoren tot maximaal 300 cc. Meer is eigenlijk ook niet nodig als je in de drukke stad rijdt. En tijdens het rijden over offroad wegen is een lichte motor alleen maar fijn. Een uur lang vertellen we over onze reis, over onze ervaringen en beantwoorden we de diverse vragen. Daarna worden de rollen omgedraaid. Wij schrijven onze geplande route door Java op en iedereen mag ons op basis van hun ervaringen tips geven met betrekking tot de te rijden routes of de te bezoeken attracties, de must-sees. Dit interactieve idee komt van Rendra en zorgt ervoor dat we te gekke nieuwe ideeën krijgen. Heel gaaf! Wat een geslaagde avond!!

Tot slot maken we een groepsfoto. Rond 23.00 uur nemen we afscheid van iedereen. We moeten morgen vroeg op om op tijd bij het immigratiekantoor te zijn. Rond 00.00 uur zeggen we “good night” tegen Rendra. Het was fantastisch!

Foto 16 – Groepsfoto met de bikers uit Jakarta 20180221

Donderdag 22 februari 2018 Jakarta

Na vijf uurtjes slapen gaat om 05.15 uur de wekker. We stappen onder de koude douche en zijn pas om 06.00 uur echt goed wakker. In de woonkamer ontmoeten we op dit vroege tijdstip voor het eerst Rendra’s dochter Nadia en vrouw Nuri. Zijn vrouw heeft deze ochtend voor ons al een uur in de keuken gestaan om hutspot te maken. Het is duidelijk dat je hier in Indonesië elke maaltijd elk moment van de dag kunt voorschotelen. Het recept voor de hutspot heeft ze geleerd van haar ouders die, toen ze nog leefden, Nederlands spraken. Haar ouders maakten altijd de droge hutspot zoals wij dat in Nederland kennen, maar Nuri houdt zelf meer van de soep-versie van hutspot met boter, water, broccoli, wortel, ui en kip. Echt heel lekker, ondanks het vroege tijdstip.

 

Vlak voordat we weggaan besluiten we een lange spijkerbroek en een blouse aan te trekken. We hebben er alles voor over om het Indonesische sociaal-culturele visum te verlengen en het schijnt dat je op het immigratiekantoor geweigerd wordt met slippers, een korte broek of een T-shirt. Om 06.30 uur pakken we met zijn drieën een taxi naar het dichtstbijzijnde immigratiekantoor (GPS: -6.256518, 106.82755), zo’n 11 kilometer verderop. Op dit tijdstip doen we er bijna anderhalf uur over. Het kantoor gaat om 08.00 uur open, evenals het systeem om een nummertje te trekken. We hebben nog net 10 minuten tijd om een kopi hitam (zwarte koffie) te bestellen bij een klein eettentje om de hoek. Terwijl wij er genieten van een koffie, haalt de middenklasse hier zijn ontbijt: zoete rijstepap met bonen. Rendra bestelt een kleine kom voor ons om te proeven, best lekker!

 

Wanneer we om 08.00 uur het immigratiekantoor opnieuw binnenlopen mogen we ons direct bij een balie melden. De huidige uitnodigingsbrief die we van onze vriend Hari uit Bali hebben ontvangen blijkt niet voldoende. Er zal een nieuwe brief geschreven moeten worden met een lay-out die hier wordt gebruikt door iemand van hier om het sociaal-culturele visum hier te verlengen. Rendra biedt ons aan dat hij deze nieuwe uitnodigingsbrief voor ons kan schrijven, zodat we deze tezamen met een map vol andere formulieren die we gekregen hebben vandaag nog kunnen inleveren. De map bestaat uit een aanvraagformulier voor het verlengen, een kopie van het paspoort, een kopie van het paspoort van de persoon die ons uitnodigt, een getypte uitnodigingsbrief, een vliegticket het land uit en een pasfoto. De uitnodigingsbrief mag niet handgeschreven zijn, dus moeten we eerst nog op zoek naar een computer mét een werkende printer. Vooral dit laatste schijnt hier ook nogal een uitdaging te zijn. Wanneer we het geheel vandaag inleveren, mogen we morgen terugkomen voor een interview en het maken van pasfoto’s en vingerafdrukken. Als alles dan goed gaat, mogen we na 5 dagen, dinsdag dus, het verlengde visum ophalen. Als het tegen zit zitten we al snel een week ‘vast’ in deze drukke stad en dat gaat allemaal ten koste van onze tijd op Flores waar we zo naar uitkijken. Hmm, dat willen we liever niet. Na kort overleg besluiten we het verlengen van het visum op een andere manier aan te pakken. Het huidige visum is nog anderhalve week geldig. We besluiten over anderhalve week vanuit Surabaya naar Kuala Lumpur te vliegen en dan opnieuw in te vliegen voor een visa on arrival (VOA) dat we bij betaling eenmalig 30 dagen mogen verlengen. We moeten sowieso nog naar Kuala Lumpur om een Russisch visum aan te vragen, dus dan combineren we dat meteen. Probleem opgelost! Dan kunnen we de komende anderhalve week nog van Java genieten!

Foto 17 – Geen geluk bij het immigratiekantoor 20180222

Laten we dan vandaag het stadscentrum bezoeken! Het is nog vroeg, 08.30 uur, en we zijn qua afstand al halverwege het centrum. We vragen Rendra of hij zin heeft om ons te vergezellen in de oude stad (Kota Tua). “Offcourse!” We pakken een Uber naar Fatahillah Square, de oude stad. Taxi’s zijn hier overigens enorm goedkoop. Zo betaal je voor anderhalf uur en 15 kilometer in de taxi zo’n Rp. 100.000 / EUR 6. Voor dat geld zit je bovendien lekker in de airco, een enorme luxe!

Foto 18 – Fatahillah Square 20180222

Fatahillah Square of Stadhuisplein is het plein in Batavia, zoals Jakarta heette in de tijd (1619-1942) dat de Nederlanders de stad hadden bezet. In café Batavia aan het plein drinken we een zwarte koffie voor een Nederlandse prijs. Het oud-bruine café is gezellig westers ingericht met oude foto’s van blanke mensen en een jazzband opstelling in de hoek. Bovendien wordt er jazzmuziek gedraaid. Rendra komt hier zelf vaak wanneer ze met de boys op de motor een tour maken door de stad. Aan het plein zit vanzelfsprekend ook het voormalig Stadhuis, waar nu het Jakarta History Museum is gehuisvest. Het Stadhuis is gebouwd in 1710 en heeft tot en met 1913 als hoofdkwartier gediend voor de Nederlandse Oost-Indische Compagnie. In het huidige museum vinden we beelden, geschriften, tekeningen en schilderijen uit die tijd. Wanneer we ons door het museum wanen, begrijpen we wel waarom Nederland zo’n rijk land is geworden. Het Stadhuis is overigens een kopie van het Paleis op de Dam in Amsterdam.

Terug op het Stadhuisplein staat Jordie ons op te wachten. Hij was er gisteravond ook en vergezelt ons graag deze middag. Via de oude Nederlandse ophaalbrug lopen we naar het Maritiem Museum. In alles in dit gedeelte van de stad is te zien dat de Nederlanders hier hebben gezeten. De huizen zijn breed en hoog, de grachten zijn rechtgetrokken zodat de boten er makkelijker door konden en dit gedeelte van de stad zit vol met Nederlandse straatnamen als Kalverstraat en Eerste Dwarsgracht. In het Maritiem Museum wanen we ons opnieuw terug in het VOC-tijdperk. We worden aangesproken door een Indonesiër in het Nederlands. De man heeft de taal geërfd van zijn (groot)ouders. De man besluit zonder te vragen de gids uit te hangen en leidt ons door de oude kanonnen, schepen, vaarkaarten en diverse soorten kruiden waar de VOC in handelde. Aan het einde van de rondleiding weigeren wij, als echte Hollanders, te betalen. Maar Rendra doet een duit in het zakje: “Wanneer ik hier volgende keer met andere overlanders kom kan ik zelf de gids zijn!”. Rendra was zelf verbazingwekkend genoeg nog nooit in het Maritiem Museum geweest.

Foto 23 – De Nederlandse ophaalbrug in Jakarta met Rendra, Bertha, Jordie en Erik 20180222

Na een heerlijke lunch om de hoek bij het Stadhuisplein nemen we afscheid van Jordie. Hij vliegt morgen terug naar China om zijn project, het bouwen van vliegtuigsimulatoren, te voltooien.

 

Wij pakken met zijn drieën een taxi naar het Monas Square. In de tijd dat Jakarta nog Batavia heette, heette dit plein het Koningsplein. Het Monas Square is een groot park met te midden van het park het Monument Nasional. Deze 137 meter hoge toren symboliseert de strijd voor Indonesische onafhankelijkheid. Op de top is een vlam geplaatst van 14,5 ton die met 35 kilogram goud is bekleed. We betreden het gebouw, waar in de kelder met behulp van klei poppetjes de hele geschiedenis van Indonesië wordt verteld. De vader van Nuri komt ook in één van de verhalen voor. Nadat Indonesië in 1945 de onafhankelijkheid was verklaard en zowel de Japanners als de Nederlanders er weg waren, klapte het hele onderwijssysteem in elkaar. De vader van Nuri heeft ervoor gezorgd in de opeenvolgende jaren dat er weer structuur in het onderwijs kwam, en dat het onderwijs voor iedereen toegankelijk werd.

Foto 24 – Monument Nasional 20180222

We nemen de lift naar de top, waar we uitzicht hebben over een stad met 10 miljoen mensen. In 1945 bestond deze miljoenenstad nog uit 600.000 mensen. Het is opvallend dat een stad als deze zo snel kan groeien. Zo ver als we kunnen zien, zien we huizen. Toch zien we behalve veel auto’s en scooters ook dat de stad rijk is aan veel groen.

Foto 25 – Uitzicht Monument Nasional 20180222

Terug in het park nemen we een kopi (koffie) op een plek waar ook twee politiemannen op de motor het dichtbij zijnde paleis bewaken. Rendra zegt: “Als jullie met de motor een foto willen maken, doe het gewoon! Dat mag hier!”. Toch vragen we het voor de zekerheid even aan de agenten en dan stapt Bertha snel op de politiemotor. Deze zijn veel kleiner dan in Nederland. We vragen ons stiekem af of ze onze grotere motoren wel bij kunnen houden. Waarschijnlijk niet, hahaha!

Foto 26 – Bertha op een politiemotor 20180222

Na een toiletbezoek duiken we de taxi weer in voor een rit naar huis. Over de 20 kilometer in de spits doen we maar liefst 3 uur. Rond 20.30 uur komen we aan bij Rendra’s huis, waar zijn vrouw Nuri ons al staat op te wachten met heerlijk zelf gekookte gerechten: bruine bonensoep, macaronischotel met kaas, salade met tomaat en meloen en geroosterd toast met knoflook en oregano. Ze heeft flink uitgepakt en alles smaakt meer dan verrukkelijk. Gelukkig houden ze zelf ook enorm van westers eten. Na het diner worden we verrast met presentjes. Erik krijgt een batik geschilderde sleutelhanger en Bertha krijgt een omslagdoek die ze als sarong, sjaal, hoofddoek of jurk kan gebruiken. Echt enorm mooi en wat een liefdadigheid. Wanneer we het over batik hebben, handgeschilderde spullen of kleding met behulp van was, krijgt Bertha ook nog eens een batik-sarong en sjaal mee. Wauw! Je kunt volgens Nuri overigens aan de stof ruiken of de batik fabrieksmatig is gemaakt of met de hand. Het handgeschilderde ruikt altijd een beetje muffig, maar handgeschilderde batik is in dit land goud waard. Het kan wel een half jaar duren om een blouse of sarong te beschilderen en bovendien is van elk exemplaar maar één op de wereld gemaakt. Extra speciaal dus wat Bertha heeft gekregen.

Nadat we onze spullen voor morgen hebben ingepakt kletsen we nog wat na aan de keukentafel buiten in de achtertuin. Pas nu wordt het voor ons duidelijk wat voor vrouw Nuri vroeger was. Zo’n 10-20 jaar geleden was zij één van de beste 4×4 rally racers van Indonesië. Zij was de enige vrouw tussen alle mannen en deed mee aan races waarbij ze soms twee weken onafgebroken in de jungle verbleef. De races vonden plaats in Indonesië (Sumatra of Kalimantan), maar ook in Thailand. Ze is zelfs uitgenodigd voor races in Finland en ze heeft met de 4×4 Landrover noodhulp geboden tijdens de crisissituatie van de Tsunami in Atjeh (noord-Sumatra). Wauw, wat een powervrouw! Het is wel een beetje jammer om te zien dat ze alles heeft opgegeven om hun dochter op te voeden. We zien haar helemaal opleven op het moment dat we doorvragen naar haar avonturen en ook geeft ze toe haar 4×4 Landrover enorm te missen en er eigenlijk wel weer één te willen kopen. Wellicht over tien jaar wanneer Nadia het huis uit is en Nuri en Rendra met zijn tweeën op reis kunnen gaan! Al zijn ze er nog niet over uit of het een motor of een 4×4 wordt…

 

Ook Rendra blijkt enorm actief te zijn, maar dan op het gebied van duiken. Hij is één van de weinigen in Indonesië die naar enorme dieptes kan en mag duiken. In dienst van de Indonesische Marine duikt hij naar wrakstukken wanneer er bijvoorbeeld een vliegtuig is neergestort of wanneer er een boot is gezonken. Het is een interessant stel!

 

Vrijdag 23 februari 2018 Jakarta – Bogor – Bandung

Na het ontbijt om 07.00 uur, wat overigens uit dezelfde gerechten bestaat als het diner gisteravond, is het tijd voor een afscheid met selfies. Ook de huishoudster, nadat ze snel haar hoofddoek omgedaan heeft, en de tuinman gaan op de foto. Wat hebben we hier een fantastische tijd gehad. Rendra, enorm bedankt voor je uitnodiging op Facebook!!!

Foto 30 – Met de familie op de foto 20180223

Om 08.30 uur verlaten we Zuid-Jakarta. Rendra rijdt het eerste half uur nog met ons mee om ons op de snelste manier via alle kruipdoor sluipdoor straatjes de stad uit te krijgen.

Foto 37 – Holland Bakery in Jakarta 20180223

Vanuit Jakarta rijden we in anderhalf uur naar Bogor, voorheen Buitenzorg geheten. In het hart van de stad ligt de Kebun Raya Bogor, de botanische tuin van Bogor. Buitenzorg was de residentie van de gouverneurs-generaal van Nederlands-Indië. In 1817 is door de Nederlander Casper Georg Carl Reinwardt de proeftuin gesticht. Hij wist er in korte tijd 900 plantensoorten bijeen te brengen. De tuin wordt nog altijd goed onderhouden. De Nederlandse begraafplaats in de tuin daarentegen iets minder.

Na het bezoek aan de tuin nemen we een lekkere Snickers! Van Nuri hebben we een heel overlevingspakket voor twee dagen mee gekregen. Smullen geblazen!

Foto 42 – Genieten van de snickers 20180223

We vervolgen onze weg via de 11 en de 3 naar Bandung. Rendra had ons er al voor gewaarschuwd, ook Bandung is een grote drukke stad. Hopelijk de laatste op Java! Naarmate we dichterbij komen staan we steeds vaker vast. Het helpt daarbij niet mee dat het guesthouse The Brick House lastig te vinden is. Het guesthouse bevindt zich net buiten de stad in een klein buurtje met smalle straatjes. We naderen het guesthouse vanaf de verkeerde kant blijkt, de straatjes worden steeds smaller, totdat we op een gegeven moment niet verder kunnen met de motoren en zo goed als vast staan tussen de nauwe huizenblokken. Er zit niets anders op dan de motoren één voor één terug te duwen en te trekken naar een plaats waar we kunnen keren. Na een uur zoeken vinden we dan eindelijk The Brick House. Het guesthouse (Rp. 170.000 / EUR 10 ) krijgt hoge scores op Booking.com en dat is geheel terecht. We worden hartelijk welkom geheten, de motoren mogen veilig achter het hek staan, we krijgen thee aangeboden en de inrichting met hoge plafonds in combinatie met veel hout en souvenirs van over de hele wereld ziet er fantastisch uit. Er hangt zelfs een delfts blauw bord en een schilderij met Nederlandse tulpen. De eigenaars vinden het te gek dat we helemaal uit Nederland zijn gekomen op de motor. Na een douche gaan we eten bij een plaatselijk eettentje; noedels met kip en rundvleesballen (bakso). Helaas niet heel smakelijk. De thee uit plastic zakjes die door de buurvrouw uitbater wordt verzorgd is daarentegen wel verrassend lekker; echte jasmijn thee. Ondertussen komt het met bakken uit de hemel. Locals schuilen met scooter en al in het restaurant, maar langzamerhand begint het water vanaf de weg ook het restaurant in te lopen. We moeten niet te lang blijven zitten, want dan krijgen we natte voeten. Wanneer de regen iets minder wordt rennen we terug naar het guesthouse, waar we kunnen genieten van een heerlijk stille nachtrust.

 

Zaterdag 24 februari 2018 Bandung – Pangandaran

Na een heerlijke nachtrust, zelfs geen moskeeën in de buurt gehoord, krijgen we een Aziatisch ontbijt voorgeschoteld: nasi goreng met kroepoek en fruit, vers klaargemaakt in de keuken. Na een korte fotosessie worden we uitgezwaaid. Op naar Pangandaran.

 

We besluiten via Gurut te rijden over de kleinere wegen en langs de prachtige rijstvelden. Met de 11.00 uur koffiestop hebben we een prachtig uitzicht. Eén van de vrouwen van de warung is wimperextensions aan het maken van haar eigen haar, die ze verkoopt. Wat een monnikenwerk.

Wanneer we weer op de grote weg 18 komen rechtstreeks naar Pangandaran, lunchen we op een plek waar ook tourbussen stoppen. Hier moet het eten wel goed zijn! En dat is het zeker, we eten nasi met tempe (soyabonen) en tofu en een kokossoepje vooraf. Wanneer we bijna klaar zijn voor de laatste etappe vandaag begint het keihard te regenen. En wanneer het hier regent, regent het heel hard. We wachten een uurtje, maar daarna regent het nog steeds. Gelukkig dan wel minder hard, dus besluiten we de regenpakken aan te trekken en maar te gaan rijden. Het is tenslotte al 16.00 uur en het ziet er niet naar uit dat het de komende uren droog wordt.

 

Vlak voordat we Pangandaran binnen rijden komen we bij een dorp aan, waarbij de hoofdweg tot wel 40 centimeter onder water staat. We wachten even totdat de weg vrij is en dan gaan we ervoor. Bertha houdt de voeten op de pedalen, want stel je voor dat je moet remmen of bijna omvalt. Erik daarentegen houdt zijn voeten droog door ze op de valbeugels te plaatsen. De kunst is om niet te hard door het water te rijden. Wanneer je dit wel doet, ontstaat er een boeggolf met als gevolg dat de radiator kan verzuipen. Het belangrijkste is dat je blijft rijden en dat de uitlaat niet onder water komt te staan. Die van ons hangt gelukkig vrij hoog. Dit in tegenstelling tot de meeste scooters, waarbij de uitlaat net boven de grond hangt. We zien dan ook dat alle scooterbestuurders hun voertuig door het water moeten duwen. Natte voeten gegarandeerd!

 

Tijdens het rijden staan er ook nog mensen het verkeer te regelen en mensen geld op te halen, vermoedelijk voor de overstroomde rivier. Het is een gezellige chaos, maar we zijn blij wanneer we beide bijna droog aan de overkant staan. Een paar kilometer verderop komen we nog een ondergelopen dorp tegen. Deze is nóg dieper, maar gelukkig, oefening baart kunst.

 

Eind van de middag arriveren we doorweekt als een katje bij Mini Tiga Homestay. We krijgen gelijk een kop thee en een mooie kamer toegewezen voor EUR 10 per nacht. Vooral de 10 vierkante meter badkamer, deels in de buitenlucht, ziet er prachtig uit en is handig om onze regenpakken te laten drogen.

 

’s Avonds gaan we op zoek naar een lekker restaurant, maar alle restaurants op Tripadvisor blijken op de één of andere manier niet te bestaan. Er zijn sowieso weinig restaurants hier. Het is zeker laagseizoen? Uiteindelijk komen we na ruim een uur lopen uit bij een visrestaurant waar we kunnen kiezen uit gamba’s, inktvis, kreeft of red snapper. We gaan voor de kleinste red snapper van 600 gram. We verwachten niet al te veel, maar de vis blijkt verrukkelijk. Helaas kunnen we ook hier geen biertjes nuttigen. We staan onderhand al meer dan een week droog… We hadden beide tijdens het rijden door de regen zo’n zin in een koud biertje!

Na het diner lopen we terug naar de homestay, waar ze wel koude biertjes blijken te hebben. In de homestay is het ondertussen enorm gezellig. Wat lokale jongens spelen Jack Johnson muziek op gitaar onder het genot van Raki. Het is een gezellige avond!

 

Zondag 25 februari 2018 Pangandaran

Vanuit de gezamenlijke ruimte horen we een fijn gitaargetokkel en zo worden we deze ochtend wakker. Het lijkt wel of die jongens vannacht niet zijn weggeweest! Na een ontbijt met banana pancakes (hoe kan het ook anders in deze setting?) gaat Bertha aan de slag voor het Russisch visum. Over een week willen we het Russisch visum aanvragen in Kuala Lumpur. Omdat we geen ticket uit het land hebben vanwege het rijden overland naar Mongolië/Kazachstan, moeten we een gedetailleerde route aanleveren van dag tot dag en boeken we alvast alle hotels via Booking.com, die we later kunnen annuleren, om zo de boekingsbevestigingen aan te kunnen leveren. Via een motorreisorganisatie uit Moskou (Rus Moto Travel) kunnen we een uitnodigingsbrief (LOI, Letter of Invitation) regelen en bij onze zorgverzekering in Nederland vragen we een bewijs aan dat we in heel Rusland gedurende die periode verzekerd zijn. Tezamen met de paspoorten, motorpapieren, aanvraagformulieren en de groene kaarten moeten we dit volgende week inleveren. Het is veel werk, maar hopelijk is het het waard!

 

Erik is ondertussen bezig met diverse motor gerelateerde werkzaamheden;

  • Een check op het oliepeil na het vervangen van de olie afgelopen week,
  • Een check op de bandenspanning,
  • Eén van de slangetjes aan de onderkant van Bertha’s motor afdekken voor de rivercrossings, omdat het dopje er tijdens de reis een keer afgeraakt is,
  • De motorlaarzen zo snel mogelijk drogen met behulp van tissues.

 

Al met al is het een drukke dag voor beiden. De dag sluiten we af met een duik in de zee. Het water is veel warmer dan verwacht, maar het is desondanks heerlijk. We kunnen lekker mee drijven met de golven, want deze zijn echt enorm hoog!

 

Op het strand zijn wat puberjongens bezig met een crossmotortje. Ze krijgen hem alleen niet meer aan de praat. Wanneer Erik erbij komt kijken ziet hij het probleem direct: de noodknop is ingedrukt. Die fout hebben we immers zelf ook al eens gemaakt. Bertha heeft er zelfs ooit eens de ANWB voor laten komen en samen kwamen ze er pas na één uur achter wat de oorzaak was van de startonderbreking. Nadat Erik het knopje weer omzet is hij de held! Hij mag zelfs een rondje over het strand scheuren in zijn zwembroek op de motor die niet eens een koppelingshendel heeft. Dat had hij nou altijd al eens willen doen!

 

’s Avonds bestellen we onder het genot van biertjes een pizza vanuit de homestay. Ook hier kennen ze de bezorgservice! Terwijl we op de achtergrond nog gitaarmuziek horen vallen we in slaap.

 

Maandag 26 februari 2018 Pangandaran – Borobudur

’s Ochtends bij het ontbijt worden we wel drie keer benaderd door verschillende mensen of we echt vandaag al weg gaan. Ze hadden ons graag nog wat tours verkocht. Best wel irritant. Blijkbaar slaat de homestay hier ook een slaatje uit, want ze laten iedereen binnen. Gister hing er al een hele tijd een masseur om Erik’s nek, klaar om een massage te geven. Eenmaal “nee, bedankt” was niet duidelijk genoeg voor haar.

 

We vertrekken om 07.45 uur richting Borobudur, het dorpje dat uiteraard bekend staat om haar enorme tempel. In de ochtend rijden we opnieuw door een dorp dat volledig onder water staat, waarschijnlijk doordat de naastgelegen rivier buiten haar oevers is getreden.

Gedurende de ochtend rijden we over smalle straatjes en langs prachtige rijstvelden waar veel werk wordt verzet. Ondanks de smalle straatjes, rijdt het lekker door. Zo hebben we er met de 11.00 uur koffiepauze al 170 kilometer op zitten. Gelukkig is er hier veel minder verkeer. Vlak voordat we willen gaan lunchen begint het te miezeren. We besluiten de laatste 25 kilometer nog maar door te rijden, voordat het nóg harder regent. Maar helaas, plotseling barst het los. We schuilen kort, maar besluiten dat het beter is om de regenpakken aan te doen om naar Homestay Anugrah Borobudur (EUR 10) te rijden.

 

We mogen de motoren achter het hek parkeren, waar het spekglad is op de mossige stenen. Zelfs lopen is er gevaarlijk, laat staan je motor parkeren. Onbegrijpelijk dat hier niets aan wordt gedaan met zoveel personeel! Toch worden we daarna vriendelijk welkom geheten door de oude eigenaresse die geen woord Engels spreekt, waar ze zich overigens meerdere malen voor excuseert. We krijgen direct thee, bananen en tempé koekjes voorgeschoteld.

 

Na een verfrissende douche gaan we er meteen op uit. Op naar de Borobudur, gelukkig is het nu droog. De Borobudur (toegang Rp. 270.000 / EUR 16 per persoon) ligt op loopafstand, 1,5 kilometer van de homestay. ’s Werelds grootste boeddhistische heiligdom is gebouwd op een heuvel omstreeks 750 na Christus. Toch is de Borobudur pas herontdekt in 1814 na Christus en niet door de Nederlanders die er veel in de buurt zijn geweest, maar ten tijde van het Engelse tussenbewind. Het was in die tijd overwoekerd door de jungle, iets wat je je nu niet meer kunt voorstellen. De Borobudur is een stoepa van 123 bij 123 meter met 9 etages. ’s Ochtends dient het bouwwerk nog steeds als een gebedsoord. Een pelgrim loopt iedere etage dan 7 keer rond met de klok mee.

Bij de entree van de tempel zit een man met een megafoon verdekt opgesteld. We schrikken ons rot wanneer hij door zijn megafoon andere toeristen wijst op de regels. Waar komt dat geluid vandaan, vragen wij ons af, maar dan zien we hem zitten.

In de stoepa’s bevinden zich beelden van boeddha. Wie door de gaten in de stoepa’s deze beelden kan aanraken, ontvangt volgens het lokale bijgeloof het eeuwige geluk. Yes, gelukt!!

Tijdens ons bezoekje begint het langzaamaan weer te regenen en we besluiten afscheid te nemen van de Borobudur en een restaurant op te zoeken. We nemen, als enige gasten, plaats bij Watu Agung Restaurant, wat een top keuze blijkt; gegrilde aubergine met ketjap en de foeyonghai is prachtig opgediend in de vorm van een omelet en de curry en saté zijn verrukkelijk.

Foto 62 – Heerlijke Foeyonghai in Watu Agung Restaurant 20180226

’s Avonds in de homestay werken we ons schrijfdagboekje bij waarna we vredig in slaap vallen.

 

Dinsdag 27 februari 2018 Borobudur – Yogyakarta

We worden wakker met slecht nieuws. Onze contactpersoon voor de Russische LOI heeft ons gemaild: de double tourism visum blijkt niet geldig te zijn voor tweemaal 30 dagen, maar slechts voor eenmaal 30 dagen, waarbij het visum begint te lopen op het moment dat we Vladivostok binnen gaan. Een business visa is nog een optie, maar daarmee kun je slechts eenmaal Rusland bezoeken voor 90 dagen in een tijdsbestek van 180 dagen. Wat een gedoe. Er zijn gelukkig veel opties te bedenken om het land te doorkruisen. We besluiten het voor vandaag te laten bezinken en dan vanavond tot actie over te gaan. Na een heerlijk ontbijt met nasi gado-gado (groente met satésaus) met tempé, vertrekken we om 08.30 uur naar de Prambanan tempel 50 kilometer verderop. Vandaag een relaxte dag qua afstand.

Foto 63 – Natte rijstvelden rondom Yogyakarta 20180227

Terwijl we door Yogyakarta rijden, krijgt Bertha flesjes water aangereikt van iemand vanuit een auto. Het lijkt Iran wel! Desondanks slaat ze het aanbod af, ze heeft geen idee waar ze die tijdens het rijden met 70 kilometer per uur zo snel moet laten, haha!

 

De entree voor de Prambanan tempel is nog hoger dan die van de Borobudur, maar liefst Rp. 337.500 (EUR 20) per persoon. De lokale bevolking betaalt daarentegen slechts Rp. 70.000 (EUR 4) per persoon. Maar goed, je bent toerist en je wilt wat zien. We proberen of we alsnog het combiticket Borobudur-Prambanan met korting kunnen kopen, maar dit hadden we gister moeten doen legt de kassière uit. Bij entree krijgen we wel twee bakjes koffie. En wanneer Erik de vrouw achter de bar lief aankijkt, krijgen we er zelfs nog twee gratis bij! En nog zonder suiker ook! Kortom, dit maakt alles goed! Tijdens het bakje koffie kunnen we het niet laten om alle scenario’s voor het Russische visum te bespreken, wat een opties en nieuwe ideeën! Uiteindelijk maakt dit zo’n tegenslag toch ook wel weer leuk. Het is voor ons tijdens deze reis steeds makkelijker om met teleurstellingen en tegenslagen om te gaan.

De Prambanan is het grootste Hindoe-Javaanse tempelcomplex in Indonesië. Het betekent ‘veel priesters’. In de reliefs worden ze afgebeeld met lang haar en een lange baard. De tempels zijn 850 na Christus gebouwd en pas na 1893 werd het plateau herontdekt en uitgegraven. Helaas is er in 2006 een aardbeving geweest, waarbij het complex ernstig beschadigd is geraakt. Nog steeds is een deel van het complex niet heropgebouwd.

Foto 66 – Prambanan deels nog niet heropgebouwd 20180227

We voelen ons zo immens nietig wanneer we tussen de enorme bouwwerken doorlopen. Het is een mooie beleving.

We rijden door de smalle straatjes van Yogyakarta centrum naar het guesthouse Hati-Hati (EUR 10 inclusief ontbijt), waar we wederom vriendelijk worden verwelkomd. We krijgen een kamer aan de tuin toegewezen. Ideaal, hoeven we ook niet zo ver met de tassen te sjouwen. Wanneer alle spullen in de kamer staan, staat de koffie klaar. Jummie! De eigenaars zijn maar wat geïnteresseerd in de reis en vragen naar alle route details in Indonesië en naar wat onze plannen zijn na dit land.

 

Na een douche lopen we richting het Kraton, het paleis van de sultan dat momenteel ook nog wordt gebruikt. Maar we gaan niet naar binnen voordat we geluncht hebben. We nemen plaats bij Bale Raos. We voelen ons ietwat underdressed in de korte broek en eigenlijk zijn de gerechten ook iets boven budget, maar het eten smaakt verrukkelijk. We merken vooral dat wanneer je bij de wat luxere restaurants (waar ze ook westers eten serveren) Indonesisch bestelt, dit van een hoog niveau is.

Foto 75 – Genieten bij restaurant Bale Raos 20180227

We lopen naar het naastgelegen Kraton, maar bij de voordeur aangekomen blijkt deze gesloten. Vanaf 14.00 uur, zo’n 15 minuten geleden, is het paleis voor het publiek gesloten. Wat een afknapper! Zijn we hier helemaal heen gereden vanuit Nederland op de motor om dit fantastische paleis te bewonderen…. Is het dicht!

Foto 76 – Voor een dichte deur bij het Kraton paleis 20180227

We werken ’s middags aan onze blog in het guesthouse dat een relaxte sfeer uitstraalt, en sluiten de dag af met een potje Beverbende onder het genot van een biertje. ’s Avonds genieten we opnieuw van een heerlijke maaltijd, nu bij Via-Via, een restaurantje dat verstopt zit in de wirwar van straatjes in de stad. De pita die ze hier serveren is met liefde bereid in de naastgelegen bakkerij, en dat proef je! Eindelijk weer eens een lekker stukje brood. Tijdens het diner worden we vergezeld door een jazzbandje wat binnen komt vallen. Wat een gezellig stadje!

 

Woensdag 28 februari 2018 Yogyakarta – Mangunan – Blitar

We zien een weegschaal in het guesthouse staan en zijn enorm benieuwd… Erik weegt nu 76,7 kilogram en is daarmee maar liefst 5 kilogram afgevallen deze reis, en Bertha weegt 70,4 en is, daarmee 1 kilogram afgevallen gedurende de reis. Dit hadden we niet verwacht! Maar ja, spieren zijn zwaarder dan vetkwabben, en die vetkwabjes, die zitten er wel hoor!

 

Na een heerlijk ontbijt met een gevulde omelet en fruit zwaaien we onze gastheren en –vrouw uit. Hier hadden we stiekem nog wel wat langer kunnen blijven slapen, maar de plicht om het visum te verlengen roept!

 

Naar aanleiding van een tip die we hebben gekregen rijden we eerst zuidwaarts naar Mangunan. Al snel gaat de weg stijl omhoog. We rijden naar het uitzichtpunt Watu Lawang (Rp. 6.000 / EUR 0,36). In vijf minuten lopen we vanaf de parkeerplaats naar beneden naar het uitzichtpunt. Echt prachtig, dit hadden we niet willen missen. De wandeling omhoog terug is voor ons alleen wel enorm zwaar. We zitten op slechts 1600 meter, maar de hoge luchtvochtigheid in combinatie met de warmte, maakt dat het stijgen moeizaam gaat.

Wanneer we terug zijn bij de motor moeten we even uithijgen terwijl het zweet van ons lichaam gutst. Overal zweet! Poe poe! Nadat we weer een beetje op adem zijn gekomen, rijden we naar Hutan Pinus, een dennenbomenbos, twee kilometer verderop. Hoge naaldbomen maakt dat we ons opnieuw enorm klein voelen.

Foto 80 – Hutan Pinus 20180228

Na de fotosessie rijden we via één van de mooiste routes in Indonesië naar Blitar. De hele dag zien we niets anders dan intens groene rijstvelden. We lunchen vlakbij Hadiwarno, waar een enorme fabriek het uitzicht op zee verspert. Alle werknemers van de fabriek komen met helm op en werkschoenen aan in het restaurantje eten. Succes gegarandeerd. Ietwat verlegen komen de meisjes uit de keuken ons na de lunch vragen of ze een selfie met ons mogen maken. Natuurlijk! En uit enthousiasme springen ze bijna bij ons op schoot.

Foto 81 – Onderweg vanuit Mangunan naar Blitar 20180228

Eind van de middag komen we aan bij Ilhami hotel, een hotel gelegen net voor de stad Blitar. Het hotel heeft een luxe uitstraling, maar dat we even later dineren in de parkeerkelder van het hotel, doet toch behoorlijk armoedig aan. Het menu is simpel, doch doeltreffend: nasi goreng!

 

Donderdag 1 maart 2018 Blitar – Bromo vulkaan – Cemoro Lawang

Het ontbijt is hetzelfde als het diner maar het bord is dit keer veel meer aangekleed. Naast de gebakken rijst ligt nu ook een gebakken ei, tofu, kroepoek en fruit. De overnachting à Rp. 375.000 / EUR 22,50 is wat aan de hoge kant, maar we hebben heerlijk geslapen in het kingsize bed en het ontbijt is genieten. We vertrekken wat ongestructureerd. De navigatie pakt niet de weg die we willen rijden en op Maps.me blijkt de betreffende weg niet eens te bestaan. Na vijf minuten rijden we terug naar het hotel om met behulp van de wifi Google Maps te checken voor de juiste route. En dan gebeurt het ergste wat Erik zich maar voor kan stellen. Onder het toeziend oog van maar liefst vijf hotelmedewerkers laat Erik zijn motor in de te krappe bocht vallen. “Gaat het?”, vraagt Bertha. “Nee, helemaal niet!” Erik’s ego is duidelijk zwaar getroffen. Gelukkig schieten de vijf medewerkers gelijk te hulp en staat de motor snel weer overeind. Met een vuurrood hoofd stapt Erik weer op de motor. Bertha is nog zo’n tien minuten bezig om de juiste route te vinden, tien lange minuten voor Erik.

Volgens de navigatie bestaat de weg die we willen rijden gewoonweg niet, maar Google Maps geeft aan dat er een weg loopt. Google geeft een weg van 130 kilometer aan, terwijl de navigatie 199 kilometer aan geeft. We besluiten te rijden met de pagina van Google Maps en de te rijden route nog open.

 

De eerste kilometers zijn over de drukke 3 weg naar Malang. We komen langs een lokale koeienmarkt met als gevolg dat we vele pickup trucks met koeien erin tot in de wijde omtrek van de markt moeten inhalen.

 

Net voor Malang slaan we rechtsaf het binnenland in. We kopen een meloen en wat appels voor onderweg op de enorm drukke markt die opeens voor ons opdoemt. Na de markt gaat de weg steil omhoog de bergen in en we zien steeds minder verkeer rijden. We komen bij de ingang van het Gunung Bromo – Cemoro National Park, entree is Rp. 220.000 / EUR 13 per persoon plus nog Rp. 5.000 / EUR 0,30 per motor.

Terwijl Erik stopt om een foto te maken, moet hij er zelf ook aan geloven en mag op de foto met een lokale motorclub.

Foto 88 – Veel bikers op de route Malang – Cemoro Lawang 20180301

Tussen de mistwolken nuttigen we een lunch op 2300 meter hoogte. Bij een kruising twijfelen we. De beschikbare kaarten geven zowel links als rechtsaf een onverharde weg aan. De linker lijkt om de vulkaan te gaan, maar gaat stijl naar beneden. De rechter weg lijkt naar een compleet andere vulkaan te gaan, maar gaat omhoog. Ons gevoel zegt dat we omhoog moeten, ook omdat daar van vroeger checkpoint hokjes staan voor jeeps. De meeste toeristen komen hier per jeep… Er komt een scooter aan en we vragen of zij de route naar Cemoro Lawang weten. “Nee, maar we vragen het voor jullie wel even bij het restaurant.” Dit is overigens het restaurant waar wij net vandaan komen, maar waar niemand een woord Engels sprak. Het linker pad blijkt de juiste keuze en we vervolgen onze weg, samen met de scooter, stijl naar beneden.

Foto 89 – Lunch op 2300 meter hoogte 20180301

Plotseling zien we heide, bergen en vulkanen begroeid met helmgras. Het is een prachtig gezicht! Niet veel later maakt het asfalt plaats voor zwart lava-zand en op sommige stukken is het lastig rijden met de motor. De wereld lijkt te veranderen in een maanlandschap!

Foto 91 – Bromo Plateau 20180301

En dan gebeurt hetgeen waar Erik zo enorm voor vreest opnieuw! Bertha ziet Erik niet meer door het hoge gras, maar hoort hem schelden in de helm. Even verderop ligt hij, op het lava-zand, tussen het helmgras. Samen met Bertha en een lokale scootertoerist die ons te hulp schiet, trekken we de 250 kilo zware Transalp overeind. Wanneer Erik nonchalant verder probeert te rijden valt hij opnieuw. Gelukkig stonden Bertha en de scooterrijder nog stand-by. “Dit is de laatste keer vandaag!”, aldus Erik. Bertha loopt via een andere weg terug en besluit die route te nemen. Op de plekken waar het zand wat dieper is, schuifelt ze de motor vooruit, maar vallen, ho maar!

Het rijden over dit landschap geeft, ondanks de valpartijen, een enorm kick. Het ziet er zo vet uit! En het grappige is dat er behalve ons op de motoren, bijna alleen maar locals op de scooter rijden. Mocht je ooit de Bromo vulkaan gaan beklimmen, ga niet met de jeep naar het plateau, maar huur een scooter voor twee dagen in Malang of Probolinggo! Dit zal je ervaring zoveel rijker maken!

Foto 103 – Bromo Plateau 20180301

Na een fotosessie aan de voet van de Gunung Bromo proberen we het dorp Cemoro Lawang te vinden. Maar op deze vlakte is geen huis te zien. Een eindje terug zagen we jeeps een heuvel op rijden, wellicht moeten wij ook daarheen? Over de heuvel zien we locals in de weer met gras die ons de weg wijzen naar het kleine dorpje: “deze weg omhoog”. Al snel gaat het zand over in beton en rijden we Cemoro Lawang binnen. Er stonden geen guesthouses op Booking.com, dus wordt het op de ouderwetse manier aankloppen, binnenkijken en afdingen. De prijzen in dit dorp liggen enorm ver uit elkaar van Rp. 200.000 (EUR 12) tot Rp. 600.000 (EUR 36). Bij Tenger Indah vinden we voor Rp. 200.000 een tweepersoonskamer met warme douche en ontbijt. Een warme douche is een must hier op 2300 meter waar het best fris kan zijn. We wandelen door het dorpje om te kijken waar het startpunt is voor de wandeling naar de Bromo vulkaan voor morgenochtend. We zien een drassig modderpad dat door moet gaan als wandelpad naar beneden lopen en besluiten morgenochtend via dezelfde weg naar beneden te lopen als dat we met de motor gekomen zijn. Dat pad was enkel zand en niet nat.

Foto 108 – Tenger Indah guesthouse 20180301

’s Avonds gaan we koffiedrinken en uit eten bij Café Lava Hostel, een restaurant/hostel waar blijkbaar alle toeristen in dit dorp zitten. Zou het komen doordat dit de enige locatie is met wifi? Het restaurant zit in de avond stampvol! We gaan vroeg, 20.00 uur, naar bed, want morgen staan we vroeg op!

 

Vrijdag 2 maart 2018 Cemoro Lawang – Bromo Vulkaan – Surabaya

Wanneer om 02.30 uur de wekker gaat, springt Erik uit bed. Hij heeft zin in het avontuur wat ons te wachten staat! Ook Bertha is enthousiast, maar heeft helaas vanwege dit enthousiasme iets minder geslapen. Terwijl we ons klaarmaken horen we de vele toeristenjeeps buiten al rijden. Deze jeeps rijden in colonne naar Gunung Pananjakan, vanwaar ze de zonsopgang over de Gunung Bromo kunnen bekijken. Voor ons geen jeep vandaag. Vanuit het dorp gaan we de vier kilometer naar de vulkaan lopen. Dit leek in eerste instantie makkelijker dan gedacht. Gistermiddag hebben we het begin van de route al even onderzocht. Van het wandelpad dat naar beneden naar het Bromo Plateau loopt is niets anders over dan een drassig bospaadje waar je tot je knieën in de modder zult wegzakken. We besluiten dus om via de weg naar beneden te lopen. We hebben de hoofdlampjes mee, maar met de volle maan is er genoeg licht dus zijn de lampjes nu niet nodig. Wanneer we vanaf het dorp naar beneden de vallei in kijken zien we onder ons een dikke laag mist hangen. Eenmaal beneden bevinden we ons zelf in de mist en begint de spannende tocht pas echt. We lopen door het losse zand door de mist en wanen ons een weg naar de voet van de Bromo vulkaan. Door de mist is het zicht niet meer dan tien meter. Het is dan ook niet zo gek dat sommige toeristen per ongeluk de verkeerde vulkaan beklimmen. De berg Gunung Batok ligt namelijk pal naast de Bromo en lijkt enorm op een vulkaan. Gelukkig hebben we de Maps.me app. Zonder de app was het wel lastig geweest, omdat we onze oriëntatie in de mist volledig kwijt raken.

Foto 109 – Lopen in het licht van de maan 20180302

Onderweg zien we enkele lichten van de 4×4 jeeps, maar voor de rest is het angstaanjagend stil. Op enkele momenten denkt Bertha iemand te zien lopen en ook Erik ziet op een gegeven moment een bosje aan voor een wild beest. Erik vindt het lopen door de mist een fantastisch avontuur, terwijl Bertha het toch ook wel een beetje eng vindt, zo helemaal alleen in het holst van de nacht, hopend dat je de goede kant op loopt op de enorme dooie vlakte.

 

We zijn om 03.00 uur begonnen aan onze tocht en om 03.45 uur staan we aan de voet van de vulkaan. De souvenirs stalletjes om ons heen zijn nog niet geopend en zien er door de mist theatraal uit. Tussen de afgedekte stalletjes horen we een kat miauwen, waar we beide van schrikken. Wat een avontuur!

 

We gaan op zoek naar een trap, want die zou er, hoe gek het ook klinkt, ergens moeten zijn. Deze blijkt bereikbaar via de droge rivierbedding, gevolgd door een pad over droge lava. Even denken we dat er nog anderen al op de vulkaan staan, maar bij het beklimmen van de 2.392 meter hoge Bromo blijkt dat we waanbeelden zien en dat we de enigen zijn. Eenmaal op de vulkaan waait het hard, dus trekken we ons vest weer aan en knopen de sjaals om. We besluiten rechtsom de vulkaan te lopen om bij het hoogste punt te komen, maar al snel stuiten we op een pad dat zo smal is dat zelfs Erik het niet vertrouwt. Heelhuids thuis komen is prioriteit nummer één deze reis en zo in het donker is deze prioriteit niet te waarborgen. We besluiten om te keren. We proberen linksom te lopen en dit pad blijkt een stuk breder, zo’n 50 centimeter gemiddeld, en bovendien is de helling aan de linkerkant, de buitenkant van de vulkaan, niet zo stijl. Mochten we vallen, dan kunnen we waarschijnlijk wel weer terug omhoog klimmen. Over de rand van de vulkaan is het nog zo’n 45 minuten lopen naar het hoogste punt (GPS: -7.946738, 112.953845). Het laatste stuk is enorm stijl en ligt aan de schaduwzijde van de maan. We bevinden ons al wel boven de mist, maar zien niet veel. Hier komen de hoofdlampjes toch nog van pas.

Om 04.45 uur begint het wachten op zonsopkomst. Gelukkig hebben we plastic zakjes mee voor onder onze billetjes tegen de koude natte ondergrond. Als ontbijt nuttigen we een banaantje, mariakaakjes en chocoladekoekjes, helemaal alleen. Verderop staan wat bomen die we eerst voor toeristen aan zien, maar wanneer het lichter wordt, wordt het duidelijk wat het werkelijk zijn. Het is onvoorstelbaar dat je op zo’n toeristische attractie helemaal alleen kunt zijn. Blijkbaar gaan echt alle toeristen naar het uitzichtpunt een paar kilometer verderop en is er vandaag verder niemand op het idee gekomen om de zonsopgang vanaf de Bromo zelf te bekijken. Vanaf 05.15 uur wordt het langzaamaan licht. We beleven een prachtige zonsopgang met zijn tweeën boven de mistdeken op de top van de Bromo vulkaan.

Wanneer we even na zessen teruglopen naar de trap zien we de eerste toeristen verschijnen en wanneer we langs de souvenirs stalletjes lopen zijn deze bijna allemaal open. We zien tientallen schoolkinderen. Leraren proberen met sirenes en luidsprekers de kinderen in bedwang te houden en in het juiste pad te leiden. Wat een contrast met net! Het lawaai maakt de hele setting er niet romantischer op. Snel weg hier!

Tijdens onze wandeling terug naar Cemoro Lawang komen we tientallen paarden tegen met ruiters erop. Er worden ons ritjes aangeboden naar de vulkaan. Maar wanneer de ruiters begrijpen dat ze voor ons te laat zijn, krijgen we enthousiast “goodmorning” te horen.

Rond 07.00 uur arriveren we terug bij het Tenger Indah guesthouse. We nemen een douche, krijgen een ontbijtpakketje in een doos dat de chagrijnige eigenaresse heeft samengesteld en om 08.30 uur zitten we fris op de motor, klaar om naar Surabaya te gaan. De weg naar de kust is goed te doen, maar her en der zitten nog wel grote gaten. Vlakbij Surabaya moeten we ons best doen om de tolwegen te vermijden. Ook hier is het verboden om met de motor op de tolweg te rijden. Na de lunch komen we om 15.00 uur aan bij Savira Guesthouse (Rp. 275.000 / EUR 16 per nacht), een gasthuis gesitueerd in een beveiligd stadsdeel. Enthousiast worden we welkom geheten door de eigenaar die trots is om twee wereldreizigers te mogen ontvangen. Hij had speciaal voor ons de grootste kamer gereserveerd. Hij heeft één van zijn twee Mercedessen buiten neergezet, zodat wij onze motoren kwijt kunnen onder de carport. Die staan hier de komende dagen wel veilig! De auto’s van de eigenaar zijn beide geproduceerd in Indonesië, vanwege de hoge importbelasting (200%). Eén van de twee is een limousine, die hij verhuurt voor bruiloften. Het bruidspaar kan dan samen met de ceremoniemeesters achterin zitten.

Foto 128 – Kingsize bed bij Savira guesthouse

Na een paar bijslaapuurtjes, gaan we uit eten. De eigenaar staat erop ons weg te brengen. Dat wij liever lopen begrijpt hij niet. Indonesiërs houden niet van lopen. “Wij pakken altijd de auto of de scooter.” Als we hem vertellen dat we vanmorgen de 4 kilometer gelopen hebben vanuit Cemoro Lawang naar de Bromo vulkaan valt hij stijl achterover van verbazing. Hij kan het bijna niet geloven. Eerst brengen we de was en de motorpakken weg naar de wasserette. Tijdens het afrekenen worden we door de eigenaar getrakteerd op twee muffins. Gewoon, voor de leuk! Hij geeft tevens aan dat hij de was vanavond wel weer voor ons op haalt en dat hij de pakken thuis te drogen zal hangen. Wat een service!

 

Wanneer we worden afgezet bij een restaurant in de buurt vraag de eigenaar of hij ons echt niet hoeft op te halen. Hij wil ons één van zijn mobiele telefoons meegeven, zodat we hem makkelijker kunnen bellen. Wij weigeren deze aan te pakken en vervolgens geeft hij ons zijn nummer. “Mocht je toch geen zin hebben om te lopen, bel gewoon!” Tot slot vragen we of er ook ontbijt is inbegrepen bij de kamerprijs. “Nee”, zegt hij. “Maar voor jullie maak ik een uitzondering. Jullie lusten alles? Dan komt het goed!”

 

Na een lange dag laten we ons vallen op de kingsize bedden in de kingsize kamer. Wat zullen we lekker slapen.

 

Zaterdag 3 maart 2018 Surabaya

We slapen bijna 12 uur lang. Lekker! Om 09.00 uur wordt er aangeklopt en staat de huishulp voor de deur met vier verschillende lekkernijen: een croissant kip, een kaas-rozijnen bol en twee verschillende plakken botercake. Smullen!

 

We doen rustig aan vandaag. Terwijl Erik met de motoren langs de wasstraat (doorsmeer) rijdt, maakt Bertha alle documenten voor de aanvraag van het Russische visum in orde, klaar om te printen. Rond 13.00 uur gaan we samen lunchen en vinden we in de buurt een copyshop om alles te printen. Nu moet het goedkomen!

 

De rest van de dag kijken we wat afleveringen terug van ‘Floortje naar het einde van de wereld’. Lekker lui op bed liggen. Helaas doet Netflix het niet in Indonesië, zelfs niet met een VPN-omleiding. Maar gelukkig zorgt Floortje ook voor een relaxte middag.

 

Zondag 4 maart 2018 Surabaya (Indonesië) – Kuala Lumpur (Maleisië)

Vandaag gaat de wekker weer om de gewone tijd, 06.30 uur. Om 07.00 uur staat de huishulp opnieuw voor de deur. Nu met nasi en kipsaté. De kipsaté is goed gemarineerd en op houtskool gebakken. Nomnomnom!

Foto 129 – Nasi Saté ontbijt bij Savira guesthouse 20180304

Om 08.00 uur staat de taxi voor de deur om ons naar het International Airport te brengen (Rp. 40.000 / EUR 2,40). We hebben om twee redenen de vlucht geboekt naar Kuala Lumpur:

  1. Bij het uit- en invliegen van Indonesië krijgen we opnieuw een toeristenvisum voor Indonesië voor 30 dagen. Wanneer we kiezen voor een betaald toeristenvisum bij de douane, kunnen we deze ook nog eenmalig 30 dagen verlengen.
  2. We gaan een 30 dagen single entry toeristenvisum aanvragen voor Rusland. We wilden eigenlijk de double entry, maar deze bleek dus ook totaal 30 dagen geldig te zijn. Het idee was om met de double entree de route Vladivostok (Rusland) – Ulaanbaatar (Mongolië) – Novosibirsk (Rusland) – Astana (Kazachstan) – Moskou (Rusland) – St. Petersburg (Rusland) – Talinn (Estland) – Letland – Litouwen – Polen – Duitsland – Nederland te rijden. Maar in dat geval zouden we 13.000 kilometer in 30 dagen door Rusland moeten afleggen en dat kan wat ons betreft niet op een normale en gezellige manier. We kiezen dus voor de single entry met de route Vladivostok (Rusland) – Astana (Kazachstan) – met de ferry naar Azerbeidzjan en dan terug naar Europa via de landen aan de zuidwest kant van de zwarte zee, waarbij we alsnog 6.700 kilometer in 30 dagen zullen moeten doorkruisen. Maar tijdens deze 6.700 kilometer zullen we voornamelijk door niemandsland rijden, wat het makkelijker maakt. Het heeft uiteraard niet onze voorkeur, maar op deze manier rijden we alsnog het meest oostelijke deel van de Trans Siberische weg waar we zo benieuwd naar zijn. En we hebben de stille hoop om een nieuw Russisch visum te kunnen aanvragen in Astana, waarmee we een tweede keer het land in mogen en we alsnog de route via Moskou en St. Petersburg kunnen rijden.

 

Op het vliegveld van Surabaya staan in elke hoek computers waar je gratis gebruik van kunt maken. Erik grijpt zijn kans en zet alle schermen op BEontheroad.nl.

Foto 130 – Alle schermen op ‘BE on the road’ op het vliegveld 20180304

Om 10.45 uur stappen we het vliegtuig van AirAsia in met enkel twee rugzakjes. Eenmaal in Kuala Lumpur nemen we de bus naar Kuala Lumpur Centraal en de metro naar het hostel. De vorige keer hadden we de sneltrein genomen naar Centraal (RM 50 / EUR 10,50 per persoon) die er 20 minuutjes over doet. De bus doet er een uurtje over, maar is een stuk goedkoper en net zo comfortabel (RM 12 / EUR 2,50 per persoon). Tijdens het inchecken bij het StepInn hostel, het hostel waar we al eerder met veel plezier zijn verbleven, valt het ons toch een beetje tegen. Het huidige personeel dat er zit is ongeïnteresseerd, we krijgen een kleine kamer toegewezen en alle huidige gasten ruimen hun veroorzaakte rotzooi niet op. Het is heel gek hoe een hostel dat twee maanden geleden voor ons nog een super relaxt hostel was, opeens kan veranderen in een arrogante zwijnenstal. Wanneer we in de stad op zoek gaan naar ons favoriete barbecue tentje blijkt op de desbetreffende plek de straat te zijn opengebroken. De barbecue tent is nergens te bekennen. Het blijkt wel weer dat niets zo goed is als de eerste keer dat je er was. Is iets goed, ga nooit meer terug, behalve wanneer het heeeeel goed is natuurlijk.

 

We gaan barbecueën iets verderop. Het is lekker, maar niet zo lekker als twee maanden geleden bij onze vaste stek. In het hostel drinken we een biertje en dan vallen we onder de plafondventilator in slaap.

 

Maandag 5 maart 2018 Kuala Lumpur

We staan om 06.00 uur op, ontbijten in het hostel met witte bammetjes met jam en gaan om 07.00 op pad. Vandaag is het een spannende dag, want we gaan het Russische visum aanvragen. Of eigenlijk is het ook weer niet zo spannend, want we hebben ons inziens alles goed uitgezocht en voorbereid. We pakken de metro naar het noordoosten van de stad en zo staan we om kwart voor 8 voor de ingang van het Russische consulaat. Het consulaat gaat pas om half 10 open en de deur lijkt nu nog potdicht. Er zal dus blijkbaar ook geen nummertjessysteem komen. Samen met een Koreaan die ook al voor de deur staat zijn we dus ‘iets’ te vroeg. Maar beter te vroeg dan te laat, vooral wanneer je zoals nu beperkt bent in je tijd. We lezen op het prikbord dat buiten hangt dat het consulaat op 8 en 9 maart 2018 gesloten is vanwege Russische feestdagen. Dit staat niet op de site vermeld, maar maakt onze aanvraag wel extra spannend. In een nabijgelegen koffietentje zitten we onze tijd uit waarna we ons 09.15 uur weer begeven naar de zwarte gesloten deur. Ondertussen zijn er al enkele andere mensen bij gekomen. Wanneer om 09.30 uur de zwarte deur geopend wordt, dringen we ons naar voren en horen we bij de eerste vijf mensen die wordt toegelaten tot het pand. Achter ons wordt de grote zwarte brand- en kogelwerende deur weer gesloten.

 

We moeten ons inschrijven in het gastenboek en een strenge Russische dame controleert één voor één onze documenten. “De papieren lijken in orde, maar de consul zal bepalen of jullie een visum krijgen”, luidt haar uitspraak. We lopen door naar het volgende hokje, waar we nogmaals de papieren inleveren, maar nu aan een man achter glas. Na één stille minuut krijgen we de formulieren met een neutrale uitdrukking weer terug: “Jullie hebben geen Maleisisch visum die langer geldig is dan 90 dagen. Jullie mogen geen Russisch visum aanvragen” en hij draait zich weer om om verder te gaan waar hij gebleven was. Wij staan perplex. We hebben nooit iets gelezen over dat we een soort van verblijfsvergunning voor Maleisië moeten hebben om hier een Russische visum te kunnen aanvragen. Huh? Wat gebeurt ons nu? Diverse scenario’s schieten in onze brein voorbij en stotterend proberen we nogmaals het visum aan te vragen: “We hebben een visum wat nog 89 dagen geldig is” en “We hebben drie maal gemaild naar dit consulaat en we hebben elke keer bevestigd gekregen dat mensen met een Nederlands paspoort hier een Russisch visum kunnen aanvragen. In de mail is nooit iets over een Maleisisch visum ter sprake gekomen. Hier heb ik de mail…”. De Russische consul bekijkt kort de email, maar schudt resoluut zijn hoofd. “Dit zijn de regels, punt uit.” We druipen af en verlaten het consulaat. Wat is dit balen zeg! Bertha moet zelfs een paar tranen laten. We hadden er zoveel zin in en er zit zoveel werk en voorbereiding in dit bezoek en dat blijkt nu helemaal voor niets te zijn geweest!

Foto 131 – Russian Visa denied 20180305

We besluiten bij de eerste de beste koffietent met wifi de vervolgscenario’s snel uit te werken. Zitten huilen heeft nu geen zin. De tijd tikt en we moeten toch proberen om óf op een andere manier een visum te krijgen óf de route aan te passen. We bestellen een koffie en zetten de scenario’s op een rijtje:

  1. Zijn er mogelijkheden om een Maleisische visum langer dan 90 dagen te krijgen? Dit blijkt zo’n beetje gelijk te staan aan een verblijfsvergunning en voordat we dit voor elkaar hebben zijn we een paar weken verder à valt af.
  2. Kunnen we een Russisch visum halen in Bangkok, Singapore of Jakarta? Alle ambassades of consulaten blijken dezelfde regels te hebben. Bij het aanvragen van een Russisch visum dien je een visum van het desbetreffende land te hebben die lang geldig is à valt af. Handig overigens dat dit bij de bovenstaande ambassades wél op de website vermeld wordt. Dit in tegenstelling tot de website van het consulaat in Kuala Lumpur.
  3. Kunnen we terugvliegen naar Nederland en daar het Russisch visum aanvragen? Aanvraag moet gebeuren in persoon, dus dat betekent dat we beide terug moeten vliegen. Twee retour tickets à EUR 3.000 vinden we het niet waard om het visum te krijgen à valt af.
  4. Kunnen we eerst een visum halen voor Mongolië en dan in Mongolië de aanvraag doen voor een Russisch visum? Twee visum aanvragen kosten teveel tijd, en de retourvlucht naar Mongolië is het niet waard wanneer de aanvraag alsnog wordt afgewezen. Kortom, teveel mogelijke risico’s à valt af.
  5. Motor verschepen naar Zuid-Afrika en terugrijden? Beetje gevaarlijke landen boven in Afrika en te weinig tijd/geld à valt af.
Foto 132 – Het is een gek idee dat we niet meer terug naar huis gaan rijden 20180305

We willen nog niet gelijk naar huis na Indonesië, dus dan blijven er twee scenario’s over:

  1. Motoren verschepen naar Nieuw Zeeland, daar rondrijden, en terug naar huis verschepen.
  2. Motoren verschepen naar Australië, daar rondrijden, en terug naar huis verschepen.

 

Al snel zijn we het er over eens. We gaan terug naar het initiële plan voor onze reis: we gaan naar Australië! En zo wordt het vervolg van onze reis in een half uur gewijzigd door een Russische consul die “nee” zegt, waardoor we niet door Rusland, Mongolië, Kazachstan, Rusland, Estland, Letland, Litouwen, Polen en Duitsland naar huis gaan, maar onze weg gaan vervolgen verder naar het zuidoosten, naar Australië. Een compleet andere reis. We hebben gemengde gevoelens, maar hebben uiteindelijk ook wel enorm veel zin in het avontuur downunder! Whoop whoop, wij gaan naar Australië!!!

 

We omhelzen elkaar en boeken voor de volgende dag een terugvlucht naar Surabaya. Er is geen enkele noodzaak om hier nog langer te blijven en we hadden nog wat zaken hier op de planning staan die we gemakkelijk vanmiddag nog kunnen afwerken. We nemen met behulp van de Uber-app van Erik voor het eerst deze reis een Uber-taxi en laten ons rijden naar Malaysia Racing World. Onze huidige zomerhandschoenen zijn na 9 maanden zon en intensief gebruik aan vervanging toe. Bij de motorwinkel hebben ze kwaliteitshandschoenen van Revit en wat een geluk, ook nog eens 30% korting! Voor RM 750 / EUR 150 zijn we beide geslaagd. Op naar onze volgende bestemming, de Decathlon. Hier doen we inkopen voor de komende maanden: nieuwe thermoshirtjes (de oude stinken), badlakens voor de Indonesische en Australische stranden, ondergoed, een kampeerdekentje en twee kleine slaapmatjes voor het kamperen in Australië (de oude hebben we twee maanden geleden achtergelaten in Penang)! Met volle tassen worden we door de Uber voor het hotel af gezet. Toch wel handig zo’n app, als je her en der wifi kunt bemachtigen.

Foto 133 – See you later Decathlon ‘Je gelukkig shoppen’ 20180305

’s Avonds gaan we uit eten bij de Rabbit Hole en genieten we nog een laatste keer van een westerse maaltijd voordat we ons weer laten onderdompelen in de Indonesische keuken.

 

Dinsdag 6 maart 2018 Kuala Lumpur (Maleisië) – Surabaya (Indonesië)

Vandaag hadden we ons voorgenomen om belastingaangifte te doen, maar het internet van het hostel werkt al 12 uur lang niet. We besluiten direct alles in te pakken en bij de dichtstbijzijnde Starbucks maar in te checken. We krijgen een theemok met ‘Perta’ erop en een koffiemok voor ‘Eric’. Helaas is ook belastingaangifte iets wat je moet doen op reis, al is dit voor Bertha eerder een feestje dan een last. “Ik heb nog nooit iemand zo vrolijk zien doen om de belastingaangifte!”, aldus Erik. Helaas blijkt uiteindelijk de site van de belastingdienst tegen te werken. Een andere keer dan maar invullen.

 

Op Kuala Lumpur Centraal kopen we een Lonely Planet van Australië. Het is tijd om nieuwe plannen te maken! Met de bus rijden we vervolgens naar het vliegveld (KLIA 2), waar we om 16.30 uur AirAsia pakken naar Surabaya.

Foto 134 – Lonely Planet van Australië 20180306

Om 18.30 uur komen we na een turbulente vlucht aan in Surabaya. We bestellen een Uber-taxi, maar deze blijkt niet op het vliegveld te mogen komen. We spreken af voor de moskee die zich net buiten de poort bevindt. Gelukkig hebben we alleen handbagage! De taxi zet ons af bij Restaurant Tanggal Tua, op loopafstand van Savira Guesthouse. In dit hippe restaurant hangt zelfs een tekening van Heineken Amsterdam. Het restaurant blijkt een top keuze. Het is er gezellig druk, we krijgen heerlijk eten voorgeschoteld en het is er niet duur.

 

Wanneer we later op de avond aankomen bij Savira Guesthouse is ons bedje netjes opgemaakt en staat de achtergelaten bagage in de kamerkast. Wat een service. We zijn uitgeput na deze dag. Zelfs zo erg dat we de sleutel aan de buitenkant van de deur laten zitten.

 

Woensdag 7 maart 2018 Surabaya – Probolinggo

De eigenaar heeft vannacht de sleutel in de deur zien zitten en schrok daarvan. Hij dacht “zijn ze er nou nog niet?”. Toen hij hoorde van zijn dochters dat we waarschijnlijk al sliepen, heeft hij de sleutel er maar in laten zitten, hij wilde ons ook niet wakker maken. 🙂

 

We poetsen onze tanden direct na het douchen aangezien we voor vandaag geen ontbijt hadden afgesproken met de eigenaar. Dan wordt er geklopt op de deur en staat hij met twee gevulde croissants in zijn hand: “Goodmorning, your breakfast!”. Wauw! De ene is gevuld met kippenham en kaas en de andere is gevuld met haringsalade. Vooral die laatste doet ons enorm aan thuis denken. Bertha’s moeder maakte vroeger op zondag altijd haringsalade met zure haring en aardappelen voor op brood. Erik denkt terug aan een lekker broodje makreelsalade van de visboer om de hoek in Amsterdam. Wat een nostalgie! We bedanken de eigenaar voor zijn gastvrijheid en zijn enorme service voor het stallen van de motoren en bagage, het ontbijt, de was ophalen, de taxiservice. Wat een oprecht lieve man! Bij het uittypen van dit blog moeten we alweer lachen als we aan hem denken!

 

Vanuit Surabaya vertrekken we naar Probolinggo, 100 kilometer verderop. Het is een saaie en vooral drukke weg. Net na het middaguur komen we aan bij Clover Homestay. Een kamer is Rp. 200.000 / EUR 12. Voor dit bedrag krijg je een nette en grote kamer en een gevarieerd ontbijt. Het restaurant van de homestay heeft lekkere Indonesische gerechten en is niet te duur. Irritant is echter wel dat we tijdens de rest van ons verblijf gevraagd worden om alles direct te betalen. Eén koffie, pay please. Eén toetje, pay please. Eén water, pay please. Bovendien gedraagt de eigenaar zich vreemd. Hij kan op ongepaste momenten bij je aan tafel staan en is niet duidelijk, laat staan duidelijk over zijn tours die hij aanbiedt. Zo blijkt er de volgende morgen een stel weg te zijn naar de Bromo vulkaan en blijkt achteraf dat ze bij het verkeerde viewpoint de zonsopgang hebben gezien. Er waren zoveel mensen dat er geen zon of vulkaan te zien was.

 

’s Middags wijzigt Bertha het budget van Rusland naar Australië. Australië is een duur land, dus de kans bestaat dat we eerder naar huis zullen gaan dan we in laatste instantie gedacht hadden.

 

’s Avonds gaan we uit eten bij Bebek Goreng Bu Lely. Bebek staat voor eend. Op de weg naar Probolinggo heeft Erik zoveel Bebek restaurants gezien. Dat moet hij proeven! Het restaurant zit vol met locals, een goed teken! Maar bij het aanzien van de beide bestelde gerechten slaat de twijfel toe. Bertha wordt vanaf haar bord aangekeken door een eendenbek en Erik’s eend lijkt veel te lang gebakken (lees: zwart). De eerste hap gaat dan ook wat twijfelachtig, maar beide gerechten blijken lekkerder dan verwacht. Wat ook een goede keuze was qua bijgerecht was de 4T, oftewel Tempé (sojabonen), Tofu, Terong (aubergine) en Telur (ei). We bestellen Jeruk Hanggat, oftewel warme jus d’orange te drinken. Bij het bestellen worden we geholpen door een ouder echtpaar dat naast ons zit en goed Engels spreekt. Toch wel handig soms!

 

Donderdag 8 maart 2018 Probolinggo

We slapen uit. De waszak zit alweer redelijk vol, dus deze brengt Erik weg naar een naastgelegen wasserette. Na het ontbijt vertrekken we om 10.00 uur met de taxi naar Bentar Beach, want vandaag gaan we hopelijk walvishaaien (whalesharks) zien. Het boeken van de tour bij de eigenaar ging niet helemaal zoals gewild. De man biedt twee verschillende prijzen aan. Rp. 400.000 / EUR 23.65 voor een rondvaart naar de walvishaaien en Rp. 700.000 / EUR 41,40 voor een rondvaart inclusief zwemmen met de walvishaaien. Het schijnt lastig te zijn voor de schipper wanneer we ook willen zwemmen, dus fair enough. We besluiten ter plekke te bepalen of we willen zwemmen en dat mag. Er bestaat namelijk ook nog de kans dat we vandaag helemaal geen walvishaaien gaan zien. Maar dan blijkt na de taxirit dat we ook deze moeten betalen (Rp. 32.000 / EUR 1,89) evenals de toegang tot het pretpark waar de boten zich bevinden (Rp. 5.000 / EUR 0,30). Het is niet veel geld, maar het gaat om het idee. Tevens blijken er ook geen hapjes of drankjes in de vier uur durende tour te zitten. Gelukkig hebben we zelf voor de zekerheid water en koekjes meegenomen. Voordat we bij het strand aankomen, kopen we eerst nog een duikbril, want ook snorkelsets zijn niet bij de prijs inbegrepen…

 

Wanneer we aankomen bij de bootjes is duidelijk te zien dat de schippers niet zitten te wachten op klanten. Ze hebben er geen zin in en laten dat duidelijk blijken aan hun gezichtsuitdrukking en passieve houding. Er wordt niet gegroet, eigenlijk wordt er helemaal niets gezegd. Om 11.00 uur vertrekt de kleine boot met ons, de eigenaar van de homestay en de drie schippers.

Foto 135 – Vissers 20180308

We varen naar een ondieper gedeelte in de zee, waar we na zo’n half uur varen al de eerste walvishaaien zien. Het zijn kleintjes, zo’n twee meter lang. Even verderop zien we grotere van zo’n vijf meter lang. Wat gaaf!! De grotere versies van zo’n vijftien tot achttien meter zitten hier helaas niet. De grootste die hier zitten zijn acht meter lang, maar zijn waarschijnlijk al vertrokken uit dit gedeelte. Het seizoen van de haaien hier is januari tot en met maart. We zitten dus aan het einde van het seizoen. De walvishaaien eten overigens alleen maar plankton. We hoeven dus niet bang te zijn dat ze ons op eten, alleen moet je tijdens het zwemmen wel oppassen dat je niet in de enorme bek beland of een klap krijgt van zijn staart. Omdat de walvishaaien niet al te groot zijn en het water ietwat troebel is, besluiten we niet te zwemmen. Toch was het een prachtige beleving en hebben we wat mooie foto’s kunnen schieten.

Met de lokale busjes rijden we weer terug naar de homestay. Dit keer laat Bertha de eigenaar zijn eigen busticket betalen (Rp. 10.000 per persoon). Dit zag hij niet aankomen, gnagna.

 

’s Middags doet Bertha een derde poging voor de belastingaangifte. Erik knutselt aan zijn motor. Al een paar dagen trilt zijn voorruitje tegen de kappen aan. Hij zet wat rubbers tussen de delen en het probleem lijkt verholpen. Fijn! ’s Avonds eten we in de homestay en gaan we vroeg naar bed.

 

Vrijdag 9 maart 2018 Probolinggo – Licin

Na een fotoreportage met de eigenaar, het personeel en een ouder Duits echtpaar dat nu een paar maanden in Indonesië bivakkeert, vertrekken we wederom oostwaarts. Vanaf de drukke 1-weg rijden we het binnenland in richting Bondowoso. Weg verkeer, hallo groen landschap! We klimmen flink, de uitzichten zijn fantastisch en de temperatuur wordt weer aangenaam. We stoppen bij een lokale markt om wat fruit te kopen. Voor het eerst kopen we nu mangosteen. We hebben nog geen idee hoe het smaakt, laat staan hoe we het moeten open maken, maar dat is een ‘zorg’ voor later. Na het aankopen van het fruit ziet Bertha opeens alleen maar vlekken. Ze denkt eerst dat het van het tegen de zon inkijken komt, maar na 10 minuten rijden zijn de vlekken nog niet weg. Help?! Lichtelijk in paniek parkeert Bertha de motor langs de kant van de weg. Ze kan nauwelijks nog de afstand inschatten tot haar voorligger en bij het inhalen van scooters verdwijnen deze geheel in haar blinde vlek. Hoe kan dit opeens? Erik geeft haar een appeltje en adviseert haar om het komende half uur even met de ogen dicht te zitten. Wellicht gaat het dan weg. Bertha heeft haar twijfels. “Ik word toch niet blind? Komt het door het fruit wat ik gekocht heb? Aaargh! Dit is mijn ergste nachtmerrie! Misschien moeten we stoppen met de reis…” Ze begint te huilen. Misschien dat de tranen helpen het mogelijke vuil in het oog weg te nemen?

Gelukkig! Na een half uurtje wordt het zicht geleidelijk aan weer beter. Alle doemscenario’s verdwijnen als sneeuw voor de zon en opgelucht stappen we weer op onze motoren. Net na Bondowoso slaan we af nog verder het binnenland in richting Sempol, waar we heerlijk lunchen onder het genot van versgemalen koffie. De eigenaar heeft zijn eigen koffieplantage in de regio met Arabica bonen en dat proef je. De vruchten lijken op rode druiven. In deze ‘druiven’ bevindt zich de witte koffieboon die in de zon te drogen wordt gelegd. Door het drogen krijgen de koffieboon zijn donkerbruine kleur.

Foto 143 – Erik met koffiebonen en de eigenaar van de koffieshop 20180309

Na Sempol gaan we dieper het binnenland in naar de voet van het veelbesproken Ijen Plateau. Onderweg zien we langzamerhand de zwarte wolken op ons af komen. Wanneer het losbarst schuilen we zeven kilometer voor onze bestemming in een koffie-arbeidershutje. Iets later lijkt het droog, maar een kilometer verderop komt het weer met bakken uit de hemel. In een volgend hutje worden we vergezeld door lokale arbeiders op scooters. Erik’s motor staat in het hutje onder het afdakje, maar met de zijstandaard in de modder. Door de vele regen verplaatst de modder zich langzaam en dan plotseling valt zijn motor om. Één van de mannen ziet het gebeuren en vangt hem nog net op tijd op, zodat hij overeind blijft en niet in de modder valt. Erik plaatst een steentje onder zijn standaard zodat hij in ieder geval niet opnieuw valt.

Na een half uur schuilen regent het nog net zo hard. De weg is ondertussen veranderd in een rivier en om ons heen lopen flinke modderstromen. We besluiten toch maar de regenpakken aan te trekken, want het lijkt erop dat de bui hier blijft hangen. Bij aankomst in het dorpje aan de voet van Ijen regent het nog steeds keihard. Er is naast de camping geen hotel of guesthouse te bekennen en kamperen met dit weer…. Nee bedankt! Na even twijfelen of we misschien in het restaurant kunnen slapen, besluiten we door te rijden. Het is wel lekker om een plek te hebben waar we alle natte kleding uit kunnen hangen. We rijden door richting Banyuwangi. De weg naar beneden is spekglad. De haarspeldbochten met mossige ondergronden en liters regen die er overheen lopen maken het rijden lastig. We proberen zo weinig mogelijk te remmen, maar kunnen niet voorkomen dat de banden een paar keer wegslippen. Gelukkig blijven we beide tijdens de afdaling overeind. Na 14 kilometer komen we langs Ijen Resto & Guesthouse, waar we voor Rp. 250.000 / EUR 15 een kamer inclusief ontbijt kunnen krijgen. Inmiddels is het droog in dit lager gelegen dorpje. We twijfelen heel even om terug naar de camping te rijden, maar een droge kamer is nu toch aantrekkelijker. De waterstromen die momenteel nog langs de kant van de weg lopen laten zien dat het in het hoger gelegen gebergte nog volop regent. Na een lauwe douche pakken we de zak met mangosteen die we vanmiddag gekocht hadden op de markt. Bertha snijdt de eerste vrucht doormidden met een mesje, maar weet eigenlijk niet wat en hoe ze de opengesneden vrucht moet opeten. We besluiten het te vragen aan het meisje bij de receptie en dan blijkt dat de opengesneden vrucht eigenlijk niet meer te eten is. De vrucht dient opengemaakt te worden door hem tussen beide vuisten te houden en dan hard te duwen, zodat hij open barst. De witte partjes kun je eten, maar pas op, want de grote parten hebben pitten! De vrucht is heerlijk zoet. Wat ons betreft is mangosteen de lekkerste vrucht ooit gegeten! Na het fruithapje delen we een vegetarisch soepgerecht. Prima en niet duur. Vroeg op bed vanavond, 20.00 uur, want morgen mogen we weer achterlijk vroeg uit de veren!

Zaterdag 10 maart 2018 Licin – Ijen Plateau – Ketapang (ferry naar Bali)

Om 00.30 uur, in het holst van de nacht, gaat de wekker. We kleden ons aan en vertrekken in onze spijkerbroek, trui, jas en schoenen op de motor naar de voet van het Ijen Plateau waar we nog geen 8 uur geleden langs zijn gereden. Om 01.00 uur is het al druk op de weg. Naar het plateau is het 14 kilometer rijden. Erik rijdt voorop, want hij heeft iets meer licht. Bertha’s koplamp geeft wel licht af, maar te weinig om te zien waar je heen gaat. Maar zo met zijn tweeën gaat het prima en kunnen de meeste gaten in de weg ontweken worden. Wanneer we om 01.30 uur op de parkeerplaats aankomen staat deze vol met auto’s en tientallen mensen. Het is serieus druk. Terwijl we de motoren parkeren worden we aangesproken door twee jongens die gasmaskers verhuren voor Rp. 50.000 per stuk. Ja graag! Deze schijn je nodig te hebben op de vulkaan en helpen tegen de zwaveldampen. Deze zwavel dampen kunnen zelfs dodelijk zijn. Better safe than sorry. We kopen een entree kaartje (Rp. 100.000 / EUR 6 per persoon) en kunnen nog net voor een grote groep langs onze wandeling naar de top om 01.45 uur beginnen. Het lijkt erop dat we één van de weinigen zijn zonder gids. Maar met zoveel mensen om ons heen is het lastig verdwalen.

 

De Ijen vulkaan is 2250 meter hoog en heeft een diameter van 20 kilometer. Vanaf de parkeerplaats is het nog vier kilometer lopen langs een pad dat stijl omhoog gaat. We stijgen in twee uur 500 meter. Het is een pittige klim, maar niet ondoenlijk. Toch zien we dat enkele, wat rijkere Indonesiërs, zich liever met een karretje omhoog laten trekken door drie Indonesische werklui. Het is een gek gezicht. Deze werklui werken in de vulkaan om geel zwavel gesteente te winnen.

 

In 2013 is de Ijen een halfjaar gesloten geweest voor bezoekers wegens de activiteit van de vulkaan. Het bijzondere aan de Ijen is dat het een knalblauw meer heeft in het hart van de vulkaan. Dit meer heeft een diameter van één kilometer. Het meer is één van de zuurste meren op aarde. Langs de rand van het meer wordt constant zwavel gewonnen en de zwaveldampen stijgen altijd omhoog, vandaar het zuurstofmasker. De zwavel wordt in een vorm gesmolten en via keramische pijpen naar buiten geleid. Daar stolt het en vormt het een gele massa die in stukken wordt gehakt en door werklui in rieten manden op de schouder eerst vanuit het meer omhoog en dan de vulkaan af naar beneden worden gedragen. De gele blokken lijken een beetje op piepschuim, maar de manden wegen gemiddeld 90 kilo. Het is een wandeling van ongeveer twee en een half uur. De arbeiders lopen gemiddeld twee keer per dag heen en weer en krijgen voor een mand van 90 kilo ongeveer EUR 5 betaald. Het totaal salaris zonder bijverdiensten is dus EUR 10 per dag. Door toeristen te dragen op de weg omhoog naar de vulkaan verdubbelen ze gemakkelijk hun dagloon.

Foto 155 – Arbeiders sjouwen 2x per dag omlaag met zwavelblokken 20180310

Wanneer wij boven bij de vulkaan aan komen dalen we iets af naar het hart van de vulkaan, waar de zwaveldampen omhoog stijgen. Hier zien we ook het blauwe vuur. Dit is een soort blauw licht dat wordt veroorzaakt door de rook en dampen. Helaas is het blauwe licht niet heel goed te zien, doordat de alle toeristen er met een zaklamp omheen staan.

Terwijl de meeste bezoekers rondom dit punt blijven hangen, lopen wij nog een half uurtje verder, naar het twee kilometer verderop gelegen viewpoint. Dit punt lijkt nog een stuk hoger en bevindt zich precies aan de andere kant van de krater, maar gelukkig is het pad hier niet zo stijl.

Bij aankomst op dit punt om 04.45 uur zijn we de enigen, maar we zien al diverse zaklampjes onze kant opkomen. Gelukkig blijft de enorme drukte op dit viewpoint uit en staan we omringd door zo’n 20 personen te genieten van de zonsopgang. Het Ijen meer licht tijdens de zonsopgang helemaal blauw op, een bijna onwerkelijk gezicht. Net, bij het hart van de vulkaan, vroegen we ons zelf nog af of dit de wandeling wel waard was, maar hier op dit punt weten we het zeker. Het is hier zo gaaf!!

Foto 161 – Zonsopkomst bij Ijen 20180310

Rond 06.00 uur lopen we weer terug naar de motoren, leveren we de gasmaskers weer in en rijden we terug naar het guesthouse. Hier krijgen we een Indonesisch rijst-ontbijt voorgeschoteld. Lekker, we hebben wel honger gekregen van die wandeling. Na het ontbijt doet Bertha een powernap, terwijl Erik op de motoren en de kleding past. We hebben alle natte kleding van gister nu in het zonnetje over de motoren gehangen. Hopelijk drogen ze nog volledig voor vertrek. En gelukkig is dat het geval. Rond 10.30 uur vertrekken we naar Banyuwangi en Ketapang, 30 kilometer verderop, vanaf waar de veerpont vertrekt naar Bali. We kunnen bij aankomst gelijk op de ferry (Rp. 35.000 / EUR 2,05 per persoon inclusief motor) en hoeven dus niet lang te wachten voordat deze vertrekt. De overtocht duurt ook maar een half uurtje, maar met de haven in zicht blijkt dat we nog niet mogen aanmeren. Er zijn nog zo’n vijf ferry’s voor ons! Al met al duurt de overtocht dan toch bijna anderhalf uur. En dan zijn we op Bali! Klaar om een nieuw Indonesisch eiland op de motor te ontdekken. Vijf jaar geleden hebben we dit eiland verkend op de scooter. We zijn benieuwd of er in de tussentijd veel is veranderd!

 

 

Love to share:

8 Comments

  1. Dick Baas

    Wederom een mooi en spannend reis verslag van jullie avonturen.
    Wat n tegen slag van jullie voorgenomen reis plannen via Rusland.
    Maar jullie lossen het samen goed op.
    Op naar het volgende avontuur .
    Wacht met spanning op jullie volgend verslag.

  2. Marion Baas

    Een feestje om bij regen vandaag jullie blog weer te lezen.
    De weersomstandigheden en de veranderende plannen, knap hoe jullie er mee om gaan!! gr. uit Maarssen

  3. Jan Korting

    Erik en Bertha – Australië is een hele goed keuze. Je komt er niet zo gauw en de oostblok landen zijn levensgevaarlijk voor het verkeer.

    Mooie foto’s van Indonesië en veel plezier in Australië
    groet uit Deventer

  4. @AndreGoesAsia

    Rusland blijft dus nog even op jullie lijstje staan, maar jullie hebben een geweldig alternatief. op 24 juni vertrek ik uit Nederland voor mijn eigen avontuur. Hopelijk geniet ik er net zo van als jullie. Veel plezier, ik kijk nu al uit naar jullie blog vanuit Australië!
    Groet, Andre

    1. Spannend Andre! Je gaat er zeker genieten en wij gaan je zeker volgen!

  5. Jeanine

    Wederom een fantastisch verslag van jullie trip. Blijft leuk om te lezen. Succes en veel reisplezier. Op naar het volgende avontuur.
    Groetjes Jeanine

  6. Thea

    Wat een indrukken en prachtig de omgeving. Alles groen en exotische bloemen, gastvrije mensen.
    Het zit niet altijd mee, maar jullie staan je mannetje. Op naar Australië.

    Groeten Thea

  7. Lenie en Egbert

    Een late reactie uit Bant, maar toch…..
    Vele regenbuien met veel water: het imago van Erik heeft een behoorlijke deuk opgelopen, maar hij heeft toch doorgezet.
    Belevenissen op grote tempels en vulkanen in het Indonesische landschap. Geweldig!!
    Vooral druk geweest met de bureaucratie omtrent het verkrijgen van een visum voor Rusland. Helaas….
    Ook waren jullie tijdens deze reisblog een beetje terug in Nederland: hutspot en haringsalade gegeten, en diverse Nederlandse namen en gebouwen gezien.
    Op naar Bali voor nieuwe avonturen!!

    Dikke tút fan heit en mem.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Top