Week 43-46 Indonesië - Eilandhoppen tussen Bali, Lombok, Soembawa en Flores

Wanneer we op onze motoren door Bali rijden is het alsof we een beetje door onze eigen geschiedenis rijden. De weg hier naartoe was dit keer echter een stuk langer en nu hoeven we geen scooter te huren, we hebben onze eigen motoren. UIT NEDERLAND!!

Na Bali en Lombok verdwijnt de drukte van het toerisme en rijden we weer door het echte leven, soms letterlijk afgesneden van de buitenwereld. We beleven op Flores de zwaarste motordagen sinds ons vertrek uit Nederland en kunnen het vocht dat we verliezen bijna niet bij drinken.

20180408 Route Week 43-46 = 37.300 km totaal

 

Zaterdag 10 maart 2018 Ketapang (Lombok) – Lovina Beach (Bali)

Wanneer de laadklep eindelijk op de kade is gezakt kunnen we de boot af en onze eerste kilometers op Bali maken met onze eigen motoren! Vlak voor de uitgang (keluar in Indonesisch) moeten we aansluiten bij de andere ‘motoren’ voor een politiecontrole. Het lijkt alsof iedereen zijn rij- en kentekenbewijs moet laten zien, maar de ietwat verveelde politieagent heeft voor een toerist blijkbaar geen interesse. Met het bekende wegwerpgebaar stuurt hij ons weg, hij gelooft onze papieren wel. Volgende maand, wanneer we samen met onze geliefde ouders een scootertochtje maken komen we in aanraking met politieagenten die daarentegen wél interesse tonen voor toeristen! Misschien wel té veel?!

We maken onze eerste kilometers op Bali op ietwat saaie rechte wegen waar het betrekkelijk rustig is. Na de lunch rijden we richting Lovina Beach en is het alweer een stuk drukker met auto’s, maar bovenal en hoe kan het ook anders, met scooters. Erik herkent direct een paar stukken van de stad, voor Bertha lijkt het tot nu toe echter een geheel ‘nieuwe’ stad. We parkeren de motoren in de tuin van het Astina Hotel en krijgen van een verveelde receptionist de sleutel toegeworpen (Rp. 250.000 incl. ontbijt). We leggen onze bagage in de hoek, trekken onze zwemkleding aan en lopen de paar meter naar het zwarte strand om een heerlijke duik te nemen. Maar daar aangekomen zien we zo veel plastic op het strand en in de branding dat we een duik in het zwembad vast beter kunnen waarderen.
Nadat we een paar circustrucjes hebben opgevoerd in het zwembad, barst er een heftige regen- en onweersbui los. O nee! We hadden eigenlijk gehoopt de laatste regenbuien op Java gehad te hebben. We verplaatsen ons naar het restaurant waar we een koude Bintang bestellen.

Foto 1 – Proosten met een koude Bintang

’s Avonds, wanneer we op zoek gaan naar een restaurantje, merken we goed dat het nog lang geen hoogseizoen is. In de hoofdstraat zitten bijna alleen maar restaurants en cafés, maar het ontbreekt volledig aan klandizie. Bij het enige restaurant dat wel druk bezet is vinden we een tafeltje achterin en likken onze vingers af aan het heerlijke Indonesische eten.

 

Zondag 11 maart 2018 Lovina – Ubud

Vroeg in de ochtend laten we Lovina achter ons, rijden een klein stukje over de doorgaande weg om daarna een afslag te nemen naar een binnendoor weggetje. We hebben een tip gekregen van één van onze Indonesische vrienden over de groeps-WhatsApp, de route gaat dwars door de bergen en langs de drie meren Danau Tamblingan, Buyan en Beratan. We komen bijna niemand tegen, genieten enorm van de omgeving, maar hoe verder we komen, hoe groter de uitdaging begint te worden. Het stijgingspercentage begint extreme vormen aan te nemen en de weg verandert in slechts twee verharde bandenspoortjes. Vooral voor Bertha een uitdaging met haar hoogtevrees. We kunnen af en toe steil naar beneden kijken, maar moeten tegelijkertijd de motor balanceren op één van de bandensporen. Uiteindelijk is het net wat te spannend voor Bertha. Bij wéér een steile bocht ziet ze niet waar deze heen gaat en vertrouwt ze het niet. Ze geeft te weinig gas, wil stilstaan, maar de remmen werken niet meer onder deze hoek. Nadat ze een paar meter achteruit is gegleden, laat ze de motor uit haar handen vallen. Erik kan haar motor nog net ontwijken en parkeert de zijne een klein stukje verderop. Hij wandelt samen met een toegesnelde Indonesiër terug naar Bertha en samen tillen we de motor weer overeind. Bertha klopt het stof van zich af, herpakt zich en rijdt tenslotte weer achter Erik aan. Na nog zo’n tien lange kilometers, vooral voor Bertha, bereiken we weer de geasfalteerde hoofdweg en kan Bertha weer ademhalen.

Bij de meren stoppen we even voor een fotosessie, maar we houden onze helmen op. We zien een flinke regenbui naderen!

Wanneer we net de laatste happen van onze lunch nemen barst de hemel open en regent het twee uur lang non-stop. Toch besluiten we niet langer te wachten, we hebben vandaag tenslotte afgesproken met Karin en Dave in Ubud. We kennen hen van onze China groep. Zij hebben na hun (voorlopig) laatste motoravontuur in Nieuw Zeeland de motoren op de boot gezet terug naar Nederland, en genieten nog van een paar welverdiende vakantieweken voordat het echte leven in Nederland weer begint. Iets wat voor ons nog in de verre toekomst ligt, maar waaraan we straks toch ook echt aan moeten geloven.

We trekken onze regenpakken aan, trotseren de tropische regenbui en rijden plankgas de berg af. Een klein uur later bereiken we Ubud waar nog geen druppel regen gevallen is. Na een zoektocht door smalle steegjes heeft Erik het juiste guesthouse, Sedana Jaya, gevonden. Maar helaas, er is iets fout gegaan met onze boeking. Bertha heeft zich vergist in de dagen en heeft voor morgen een kamer geboekt in plaats van voor vandaag. Op dit moment hebben ze geen kamer voor ons vrij, waardoor we op zoek moeten gaan naar een ander onderkomen. De gastheer is gelukkig zo vriendelijk om voor ons de boeking van morgen te annuleren. Direct aan de hoofdstraat is een ander guesthouse beschikbaar waar we voor Rp. 100.000 excl. ontbijt een nachtje kunnen blijven slapen. De motoren kunnen we parkeren in de naastgelegen garage, tussen de scooters die ze verhuren. We frissen ons snel op en trekken met een klein sprintje het centrum in. We hebben zin in een koud biertje in het prettige gezelschap van Karin en Dave! Na een goede knuffel breken we het eerste biertje aan en maken ons op voor een avond vol fijne gesprekken. Helaas is Dave niet helemaal lekker of kan al die biertjes op zijn leeftijd toch niet helemaal goed aan, waardoor het geen extreem nachtwerk wordt. Maar wat hebben we een prachtige avond gehad! Met deze lieve mensen gaan we in Nederland zeker weer een biertje drinken!

Foto 6 – Proosten met Karin en Dave

Maandag 12 maart 2018 Ubud – Jimbaran

We slapen goed, dat zal vast een reden hebben… Omdat het guesthouse geen ontbijt serveert gaan we op zoek naar een restaurant in de buurt. Maar ondanks het voor ons relatief late tijdstip, het is net na negen uur, zijn de meeste restaurants nog gesloten. Hier in Ubud is het echt een andere wereld, veel meer gericht op de toeristen en minder op de lokale bevolking. Na een tijdje zoeken vinden we een restaurant dat open is en waar wat meer mensen zitten. Maar een echt succes is het nu ook weer niet. Ze verkopen hier enkel gevaarlijk gezonde vruchtendrankjes en lichtgevend astronautenvoedsel. Wanneer Erik een koffie bestelt, kijkt de serveerster hem vragend aan. “Weet je wel hoe slecht koffie voor je is?”, lijkt ze met haar ogen te willen zeggen. “We do not sell coffee.” Dan ook maar zo’n groentedrankje met rode biet welke hij met een verzuurd gezicht naar binnen werkt. Om ons heen zitten enkel mensen met een laptop te werken. Het lijkt wel een nieuwe rage, met je laptop in een hippe tent zitten en dan zo veel mogelijk geld uitgeven aan zure en uiterst bittere drankjes.

Terug in het guesthouse trekken we onze motorkleding aan en rijden het kleine stukje naar Jimbaran. We gaan op bezoek bij Hari Muryanto, een oud studiegenoot van Bertha. Samen met zijn Nederlandse partner Wim wonen ze op Bali, een mooi moment om ze te bezoeken. We parkeren de motoren voor de garagedeur en worden door Hari verwelkomd in zijn kookschort. Hij staat al een paar uur voor ons in de keuken. De Indonesische geuren komen ons tegemoet wanneer we zijn prachtige woning binnenstappen. Op de 1e verdieping nemen we een heerlijke douche waarna we ons weer bij Hari in de keuken voegen. Onder het genot van (weer) een koud biertje vertellen we een beetje over onze avonturen en Hari over zijn leven in Indonesië samen met Wim. Wanneer we wat later met zijn vieren aan tafel zitten, wordt duidelijk dat ze binnenkort Indonesië gaan verlaten en weer in Nederland gaan wonen. Het klimaat in Indonesië is minder vriendelijk voor buitenlanders, en voor Wim als psycholoog is het lastig om een voet aan de grond te krijgen. Ze hebben een nieuwbouwwoning in Haarlem gekocht, zo wonen we straks ineens bij elkaar ‘om de hoek’.

We genieten van het gezelschap en de heerlijke kookkunsten van Hari. Een mooie avond waar we, net als gister, ook nog eens heerlijk Nederlands kunnen praten.

 

Dinsdag 13 maart 2018 Jimbaran – Padangbai

Na het ontbijt nemen we afscheid van Hari en Wim, mogelijk treffen we elkaar weer als we terug zijn op Bali of wanneer we weer in Nederland zijn. Maar dat klinkt nog als heel ver weg.

Foto 7 – Afscheid van Hari

Het is slechts 70 kilometer rijden naar Padangbai, een relaxte havenplaats aan de oostkust van Bali. Van hieruit nemen we morgen de ferry richting Lombok. Net buiten het centrum checken we in bij guesthouse Pondok. Nadat we de eigenaar wakker hebben gemaakt, mogen we de motoren in de achtertuin parkeren en checken we in. We zijn de enige gasten in het guesthouse. Tijdens een heerlijke kop koffie vertelt de eigenaar over Padangbai en dat we morgen een heerlijk ontbijt mogen verwachten, hij staat hierom bekend!

Nadat we een flinke regenbui uitgezeten hebben, gaan we lopend naar het centrum van Padangbai. We zijn hier vijf jaar geleden ook geweest en in de tussentijd is het alsof er niets is veranderd. De hoofdweg ziet er nog steeds uit alsof iemand er een paar straatstenen heeft rondgeslingerd in een plas modder. En aan het strand liggen nog steeds dezelfde boten die zeker niet zeewaardig meer zijn.

Onderweg zien we veel voorbereidingen voor de feestdag Nyepi, ofwel, de Dag van de Stilte op 17 maart. Een dag voor Nyepi wordt Mekiyis of Melasti gehouden, een processie van Hindoes waarbij de tempelbeeltenissen voor een soort zuivering naar het strand gedragen worden voordat ze daar uiteindelijk in de brand worden gestoken. Op de feestdag zelf zijn er geen activiteiten, vandaar de Dag van de Stilte dus. Er wordt geen vuur aangestoken, er is geen verkeer, alle bedrijven en restaurants zijn gesloten en verlichting is behoudens voor moeders met pasgeboren baby’s verboden. Men moet binnenblijven om te mediteren en te vasten, zonder harde geluiden of seks (of een combinatie van beiden). Zelfs het vliegveld is gesloten! En deze regels gelden niet alleen voor de plaatselijke bevolking, ook de toeristen worden geacht zich te houden aan deze religieuze wetten.

We flaneren tussen alle rotzooi, hanen en herinneren van vijf jaar geleden en vinden een leuk restaurantje (Ozone Café) met redelijke bezetting. We nemen naast de harige huishond plaats aan de bar en bestellen een heerlijke bananen smoothie en Indonesische lekkernijen.

 

Woensdag 14 maart 2018 Padangbai

Na een heerlijk ontbijt met verrassend lekker brood, gebakken eieren en bacon besluiten we gelijk een dag langer te blijven. We moeten nodig de blog bijwerken en ons Carnet de Passage (motorpaspoort) dient ook verlengd te worden. Hiervoor moet het nodige gekopieerd, ondertekend en naar Duitsland verstuurd worden. Op de ochtendmarkt kopen we vers fruit en kunnen we de nodige documenten kopiëren en inscannen. Zonder een geldig Carnet mogen we de motoren niet tijdelijk importeren in Australië.

 

Donderdag 15 maart 2018 Padangbai (Bali) – Kuta (Lombok)

Met een goed gevulde maag vertrekken we vanaf het guesthouse en kopen een kaartje voor de ferry (Rp. 250.000 / EUR 15 per persoon per motor > 500 cc.). Samen met andere tweewielers wachten we geduldig tot we de ferry op mogen rijden. Vijf jaar geleden voeren er een stuk minder veerponten tussen Bali en Lombok. Vandaag de dag is de zeeverbinding dag en nacht beschikbaar, elk anderhalf uur vertrekt er een ferry en je hoeft dus nooit lang te wachten. We hobbelen naar binnen, zetten de motoren op de zijstandaard en voegen ons op het dek bij de andere passagiers. Na wat zoeken vinden we een plekje tussen vooral lokale bevolking waarvan sommigen al in een diepe slaap en vaak snurkende toestand meerdere stoelen in beslag nemen. Een Engelsman met een oosterse partner lijkt een bijzonder kleine vocabulaire te hebben en begeleidt elke zin met zijn favoriete stopwoordje (F#*K), terwijl een andere westerling met het schuim op zijn kaken zijn sporttas beschermt alsof er kilo’s breekbaar smokkelwaar in zit. Een overtocht met de ferry kan soms lang en saai zijn, de bonte verzameling passagiers maakt echter veel goed.

Na zo’n 5 uur op zee mogen we ons eindelijk weer zelfstandig verplaatsen en laten de haven snel achter ons. We nemen een zuidelijke B-weg richting Kuta Lombok en rijden over smalle wegen door de rijstvelden en langs verlaten stranden. Het is hier direct een stuk minder druk dan op het eiland Bali, heerlijk rijden! De zestig kilometer vliegen voorbij zodat we mooi op tijd de motoren in de tuin van La Bangkat Homestay kunnen parkeren. We checken in, maar tot onze verbazing hebben we een kamer met twee aparte bedden, niet iets voor verliefde stelletjes dus. Bertha maakt een hoop stampij bij de eigenaar maar meer dan Rp. 10.000 / EUR 0,60 korting geven op de kamerprijs van Rp. 180.000, kan hij niet doen. Alle kamers zijn al vol. Vanwege de warmte hebben we niet veel zin om nog verder te zoeken naar een andere homestay en we gaan schoorvoetend akkoord met de ‘riante’ korting.

Kuta ligt in het zuiden van Lombok en is een gezellig stadje met een aantal restaurantjes. Het stadje lijkt zich voornamelijk te richten op surfers. De golven in het stadje zelf zijn weinig indrukwekkend, vermoedelijk gebeurt het echte surfen in de directe omgeving wat ook direct de vele scooters met ophangbeugels voor de surfboarden verklaart.

Na een korte sparteling in zee zoeken we een restaurantje op waar de koks een heerlijke papegaaivis voor ons klaarmaken. Deze, tot 80 cm lange, felgekleurde vissen hebben een langwerpig lichaam met een gebogen voorhoofd, een papegaaiachtige snavel en grote, tamelijk hooggeplaatste ogen.

Vrijdag 16 maart Kuta (Lombok) – Maluk (Soembawa)

Na een heerlijk ontbijt en een paar hoofdpijnpillen voor Erik trekken we weer verder. Hij heeft al een paar dagen hoofdpijn zonder directe oorzaak, wellicht is het de warmte. Maar we laten ons niet zo snel tegenhouden en rijden richting de haven om Lombok alweer te verlaten (ferry Rp. 96.000 / EUR 5,75 per persoon per motor). We gaan vandaag naar Soembawa, één van de meer dan viertienduizend eilanden die Indonesië rijk is. Het zal nog geen uur duren om naar de overkant te komen en we blijven daarom onderdeks hangen bij onze motoren.  Terwijl Erik sip op een halve vrachtwagenstoel zijn hoofdpijn probeert te vergeten grapt Bertha wat met de medereizigers. Het is niet druk op de veerpont, maar er zijn voldoende mensen die bijzonder geïnteresseerd zijn in onze motoren en verhalen.

Omdat het overvol is met veerponten van en naar Soembawa duurt de overtocht langer dan verwacht en we ‘vluchten’ uiteindelijk naar boven, weg uit de felle zon. Languit op de bank en met zijn hoofd op de schoot van Bertha zakt de hoofdpijn van Erik eindelijk een beetje weg. Liefde is…
Terwijl met het zicht op de haven het anker uitgegooid wordt, omdat we op onze beurt moeten wachten, barst boven het vasteland een flinke onweersbui los. Gaan we droog overkomen?!

Nee, helaas. Na de eerste kilometers op het eiland moeten we abrupt stoppen bij een klein wachthuisje, de weg verandert plotsklaps in een wilde rivier! Samen met twee boertjes wachten we af of de bui nog minder gaat worden. Maar na een uur is het amper minder geworden en beginnen we een beetje ongeduldig te worden. Dan toch maar weer onze regenpakken aan en maar zien of het nog droog gaat worden. Wat het natuurlijk pas wordt op het moment dat we de motoren op de zijstandaard zetten bij het Dreamtime hostel (Rp. 200.000 / EUR 12)! Uitgeput laat Erik zich op bed storten, uiteraard niet voordat Bertha al zijn natte kleding van zijn lijf heeft getrokken. Ze neemt alle haakjes in beslag en zo hangt de halve binnenplaats vol met onze motor- en onderkleding. Hopelijk is het morgen weer een beetje droog.

 

Zaterdag 17 maart 2018 Maluk

Erik heeft amper geslapen vannacht en we besluiten om nog een nachtje hier te blijven. De bad- en slaapkamer voldoen perfect, al is de sfeer in dit surfershotelletje iets minder. De paar gasten die er zitten stralen in alles uit dat ze hier niet zijn om contact te maken met andere mensen maar enkel om te roken, te drinken, op hun mobiel te staren en sporadisch wat te surfen. Vooral op dit soort momenten missen we het contact met ‘echte’ reizigers, mensen waarmee je al je ervaringen kunt delen en die geïnteresseerd zijn in onze belevenissen. Maar het dorpje Maluk maakt een hoop goed. De mensen zijn relaxed en nadat Erik bijna de gehele ochtend op bed heeft gelegen genieten we de rest van de dag van de relaxte sfeer die hier hangt. Op het strand zijn we de enige toeristen, maar behalve een paar selfies doet ieder zijn eigen ding. Kleine jongetjes gaan ervandoor met een kleine vissersboot terwijl de wat oudere jongens met een gitaar nieuwe liedjes studeren. Bij een net geopend strandtentje krijgen we heerlijke koffie en mogen we als proefpersoon de eerste alcoholvrije cocktails proeven. Pfff, we moeten oppassen dat we hier niet altijd blijven!

 

s’ Avonds biedt een soort open podium plaats voor twee gitaristen en een zangeres die nog lang niet op elkaar zijn ingespeeld, maar een intens gelukkige aura om zich heen hebben hangen. Overal om ons heen zitten lokale verliefde stelletjes of gezinnetjes die limonade of hapjes delen. Erik zijn hoofdpijn verdwijnt bijna als sneeuw voor de zon als we hand in hand mee schommelen met de muziek.

Foto 28- Trucjes met ondergaande zon

Zondag 18 maart 2018 Maluk – Sumbawa Besar

Tijdens het ontbijt komt één van de medewerkers met een verbaasd gezicht uit één van de kamers lopen. De vier Franse jongeren die net zijn uitgecheckt hebben er een klein katje, ingewikkeld in een deken, achtergelaten. We zagen ze gisteravond al lopen in het restaurant met het katje. Volgens hen hadden ze het katje gered van de dood. Wel enorm zielig dat ze vervolgens verwachten van andere mensen (de hosteleigenaren) dat zij het probleem voor hun oplossen! De vraag is überhaupt of het katje is gered van de dood of geholpen is aan een langer ziekbed. Wij denken het laatste.

 

Nadat we de plaatselijke geldautomaat leeggehaald hebben en de motoren hebben volgetankt gaan we op pad. Hier op Sumbawa is het wel wat lastiger om de juiste brandstof te vinden en zijn er veel minder tankstations dan op de voorgaande eilanden. We tanken hier vaak brandstof met een lager octaangehalte (Pertalite 90) waar de motoren gelukkig vrijwel geen last van lijken te hebben.
Het is een genot om over dit eiland te rijden. Langs de ontelbare rijstvelden en over de af en toe onverharde wegen is het moeilijk om niet breeduit te glimlachen. Dat Erik vandaag zijn motor laat vallen en we maar net op tijd bij hotel Samawa Rea arriveren voordat de hemel weer openbarst kan de prachtige dag niet verpesten!

’s Avonds eten we een verrassend lekkere pizza in de net geopende pizzaria Kedai Chitta.

 

Maandag 19 maart 2018 Sumbawa Besar – Bima

Ondanks de misselijkmakende ammoniaklucht in de hotelkamer, worden we goed uitgeslapen wakker. We ontbijten in de galerij. Er staan vier kleine boterhammetjes met hagelslag! en jam op ons te wachten. Wanneer we om ons heen kijken zien we meerdere ontbijtpakketjes klaar staan voor de overige gasten die al vertrokken lijken te zijn. De deuren staan open, de kamers lijken leeg en er is niemand meer aanwezig. We twijfelen even, maar eten het ontbijt van de naastgelegen kamer dan ook maar op. Grote kans dat het anders in de afvalbak belandt! Dat zou zonde zijn! Wanneer we net de laatste hap nemen, komen er vier breedgeschouderde mannen aan en lopen de twee aangrenzende kamers binnen. Ze zijn naar de moskee geweest en komen nu weer terug voor het ontbijt! Oeps! Gegeneerd verontschuldigen we ons voor de blunder die ze ons allang hebben vergeven. Ondanks de taalbarrière lachen we met zijn allen om de ‘kleine diefstal’ en gaan ieders wegen.

We hebben van een Indonesische motorrijder een tip gekregen om hier in Sumbawa een bezoek aan de bakker te brengen. Eenmaal bij Cipta Sari Bakery aangekomen, blijken ze een kleiner assortiment te hebben dan verwacht. Het is meer een banketbakker dan een broodjesbakker. Toch staan we een paar minuten later met een doos vol lekkers weer bij de motoren, de lunch is geregeld!

Na een paar uur bochtjes rijden zonder al te veel verkeer stoppen we voor de lunch bij een restaurantje aan het water. Met een kop zwarte koffie (veel prut!) is het genieten met de zoete broodjes! Tijdens de stop zien we twee zware motoren voorbij rijden die we even later langs de kant van de weg tegenkomen. Het Argentijnse stel op de BMW met Duits kenteken hebben we eerder ontmoet in Bukit Lawang, ze rijden nu samen met een Noor, die op een minstens zo zware motor rijdt. Ze hebben het plan om samen door te rijden naar Dili (Oost-Timor) om vanaf daar de motoren te verschepen naar Australië. Wij hebben er al het één en ander over uitgezocht, maar dit zou volgens ons een stuk duurder zijn, zo niet het dubbele, dan verschepen vanaf bijvoorbeeld Surabaya, maar daar zijn zij nog niet zo zeker van. Als we hun motoren en outfit in ogenschouw nemen vermoeden we dat ze zich over een Euro meer of minder sowieso niet zo druk maken.

Na de ontmoeting glijden we weer in onze motorjassen, die inmiddels behoorlijk stinken en rijden verder richting Bima. Vlak voordat we de stad in rijden lunchen we bij een klein restaurantje waar we geholpen worden door een verlegen jongen. Hij blijft lang rondom onze tafel dralen maar uiteindelijk durft hij aan Erik toch te vragen of hij zijn haar mag knippen. Hij heeft een kleine kapsalon hiernaast en zou vereerd zijn wanneer hij een westerling mag knippen. Erik twijfelt even maar bedankt de jongen toch vriendelijk voor het aanbod. Een gemillimeterd kapsel is wellicht iets voor later…

Dwars door het nietszeggende stadje Bima (ca. 150.000 inwoners) bereiken we buiten het centrum het Tambora Homestay. Er zijn niet veel hotels te vinden in dit stadje, de enige in het centrum is Rp. 500.000 (EUR 30). Deze homestay buiten het centrum is Rp. 120.000 / EUR 7,19 incl. ontbijt en past zodoende iets beter in ons budget. We hebben de kamer geboekt met Traveloka, een hotelapp die in dit gebied meer hotels biedt dan de grote Booking.com.

We checken in, krijgen een grote maar ietwat bedompte kamer en sleutelen een paar uur aan de motor van Erik. De snelheidsmeter is wederom kapot, vermoedelijk is het plastic aandrijfwieltje versleten. We bestellen twee wieltjes, hopelijk kunnen onze ouders deze straks meenemen.

s’ Avonds eten we samen in een Bakso tentje. De verkoop van Bakso, een Indonesische ballensoep is een miljarden business in dit land. De dagelijkse omzet bedraagt zo’n Rp. 1 miljard, omgerekend zo’n EUR 60.000.

 

Dinsdag 20 maart 2018 Bima (Soembawa) – Labuan Bajo (Flores)

Al vroeg, 05.00 uur, gaat de wekker, we zijn klaar voor een nieuw eiland! De boot naar Flores vertrekt tussen 08.00 uur en 09.00 uur en naar de haven is het ongeveer een uur rijden. Nadat we de jongen achter de receptie wakker hebben gemaakt voor het ontbijtje schiet hij van het erf af om een half uur later terug te komen met suikerkoffie- en broodjes, niet direct onze eerste keus. Maar we bedanken hem voor de moeite, nemen een paar happen en scheuren vervolgens van het terrein af. Na een klein uurtje rijden, bereiken we de haven waar het nog niet al te druk is. Erik probeert de goedkope scooterkaartjes te bemachtigen maar treft een alerte kassière. Hij vertrouwt het zaakje niet helemaal en kruipt uit zijn hokje om onze motoren te bekijken. Terug in zijn hok lacht hij even naar Erik alsof hij zijn trucje wel doorheeft en slaat het volle tarief aan, Rp. 345.000 (EUR 20,68) per motor. ‘Verslagen’ meldt Erik zich weer bij Boekhouder Bertha om verslag uit te brengen.

De poort is nog gesloten voor auto’s maar voetgangers en scooters kunnen al de veerpont op zodat wij ons ook niet laten tegenhouden en een goede plek voor de motoren op het onderdek zoeken. Bovendeks is het nu nog niet zo druk zodat we een goede plek kunnen bemachtigen. Dit is wel nodig als je je bedenkt dat de overtocht al snel acht uur in beslag zal nemen.

Zoals een beetje verwacht is de vertrektijd flexibel en verlaten we pas rond 10.00 uur de haven, eigenlijk wanneer de veerpont gevuld is. En dat is het geval, onderdeks past er niets meer bij. Vrachtwagens gevuld met fruit, scooters met soms nog meer bagage dan een kleine vrachtwagen en de grote BMW’s van de Argentijnen en de Noor. Op de veerpont ontmoeten we ook nog Jeannine en haar vriend die samen reizen met hun Toyota Landcruiser. Ook zij rijden naar Dili (Oost-Timor) om vanaf daar de oversteek te maken naar Australië.

Het is een inmiddels ‘gewone’ oversteek voor ons; de snurkende, rochelende, rokende en schreeuwende passagiers vallen ons al bijna niet meer op. Terwijl Bertha met de laptop op schoot aan ons dagboek werkt, loopt Erik wat rond en ontmoet allerlei mensen. Met een paar Indonesische motorrijders heeft hij een geanimeerd gesprek en ook vindt hij iemand die wellicht een mooie aanbieding heeft voor een snorkeltour rondom de Komodo-eilanden. Acht uur is een behoorlijk eind, maar dankzij alle afleidingen gaat het toch sneller dan verwacht.

Na het verlaten van de veerpont rijden we direct door de hoofdstraat, gevuld met restaurants, duikscholen en kroegen. De prijzen voor een overnachting in het centrum van Labuan Bajo zijn behoorlijk hoog zodat we besloten hebben om een hotel buiten het centrum te zoeken. Hotel Cahaya Adrian ligt zo’n vijf kilometer buiten het centrum, maar biedt wel een gratis taxiservice, de kamers zijn perfect en de prijs (Rp. 283.500 / EUR 17 ) is verhoudingsgewijs ook acceptabel. We parkeren de motoren en proberen bij de receptie een trip naar de Komodo-eilanden te organiseren. Lager dan Rp. 400.000 per persoon wil ze niet gaan, maar ze adviseert ons om in het centrum te proberen om een betere aanbieding te ‘scoren’. Een uitdaging die we graag aangaan natuurlijk. In het centrum lopen de prijzen voor een vergelijkbare excursie uiteen van Rp. 350.000 tot Rp. 1.500.000. De goedkoopste biedt echter geen taxiservice of ontbijt aan, het aanbod van het hotel was zo gek nog niet en de man op de veerpont dacht een serieus slaatje te slaan uit onze boeking! Na het avondeten rijden we terug naar het hotel waar we alsnog de tour boeken. Met een koud biertje op ons terras genieten we en sluiten we de dag succesvol af.

 

Woensdag 21 maart 2018 Labuan Bajo

Het lijkt alsof de wekker elke dag een uur eerder afgaat, het is pas 04.00 uur! Maar of Erik dat nu ook zo goed kan zien is maar de vraag, zijn rechterooglid is helemaal opgezet. Vermoedelijk is hij vannacht gestoken door één of ander angstaanjagend roofinsect. Het doet gelijk terugdenken aan een aantal jaren geleden toen Erik in zijn lip gestoken was!

Nadat we zijn bijgekomen van het lachen en ons ontbijt verorberd hebben, worden we weggebracht naar de haven. Daar aangekomen gaan we aan boord van een eenvoudig bootje met zo’n 12 andere toeristen, we zijn de enige Nederlanders tussen de Engelsen, Turken en Aziaten. Een bonte verzameling dus.

De zee is vrij rustig zodat we met een kop koffie en thee kunnen genieten van de overtocht en het uitzicht. Na een klein uurtje varen arriveren we op Padar eiland (Pulau Padar) met mogelijk het allermooiste uitzicht van Indonesië. Vanaf het strand maken we een steile beklimming naar één van de toppen. Het eerste stuk is nog voorzien van geïmproviseerde traptreden, maar daarna wordt het steiler en is het enkel bruine grond. We hebben spijt van onze keuze om slippers te dragen tijdens deze korte hike. Met de zweetdruppels van ons lijf stromend bereiken we de top en hebben we een adembenemend uitzicht over meerdere baaien.

We dalen weer rustig af naar het strand waar we als één van de laatsten de boot weer beklimmen. Zou iedereen wel naar het hoogste punt gelopen zijn? De kaptein haalt het anker op en zet zeil richting Rinca eiland, onze volgende bestemming. Hier gaan we hopelijk de komodovaraan ‘ontmoeten’. De komodovaraan is een van de bekendste hagedissen vanwege de aanzienlijke lengte; tot wel 3 meter lang. Het is dan ook de grootste hagedis ter wereld. De komodovaraan komt voor in het zuidoostelijke deel van Indonesië en leeft op het eiland Komodo alsook in enkele reservaten op het grotere eiland Flores en enkele kleinere omliggende eilanden. De varaan is pas in 1910 door biologen ontdekt en beschreven. Er is veel onderzoek gedaan naar de komodovaraan en vooral in het Nationaal Park Komodo. Om deze reden is er veel bekend over de biologie, de levenswijze en de voortplanting van deze hagedis. Regelmatig worden nieuwe ontdekkingen gedaan. Zo bleek pas in 2009 dat de komodovaraan goed ontwikkelde gifklieren bezit, die een complex gif produceren. Lange tijd werd gedacht dat de giftige beet te wijten was aan de bacteriën in de bek.

 

Niet lang nadat we bij de boswachters de entree hebben betaald (Rp. 300.000 per persoon) en met een paar van hun op ‘jacht’ gaan, zien we de eerste komodovaraan al. Hij lijkt speciaal voor ons langs het pad te poseren, er zit geen beweging in. Volgens de boswachter is dit niet zo gek, het zijn warmbloedige monsters. Bovendien eet de varaan maar één keer per maand. Bij het eten van een rendier zouden wij ook een volle maag hebben en het is dan ook niet zo gek dat je daarna stil blijft liggen om uit te buiken. De boswachter ontkent ten sterkste dat de monsters bijgevoerd worden. “Ze zorgen volledig voor hun eigen voedsel.”, aldus de boswachter. Als we verder lopen zien we ze overal liggen, groot en klein. Het is alleen wel opvallend dat de meeste van hen zich rondom de keuken van het terrein bevinden…

 

We moeten van de boswachters op gepaste afstand blijven, een beet van een komodovaraan is tenslotte levensgevaarlijk. Maar zelfs wanneer er herten op beetafstand van de varanen langslopen reageren ze nog niet, het lijken soms wel standbeelden! Deze ontmoeting kunnen we ook afstrepen van onze bucketlist, al zal het niet de boeken ingaan als onze allergrootste belevenis tijdens onze reis.

Na het bezoek aan het park varen we verder naar Pantai Merah, ofwel Pink Beach. Stranden met wit, zwart en lichtbruin zand komen genoeg voor, maar uitzonderlijker is een strand met roze zand. Pantai Merah, is een uniek strand op Komodo. Op de aardbol zijn er maar in totaal zeven van dit soort roze kuststroken te vinden. Dit mooie zand krijgt zijn kleur door een microscopisch klein beestje, de Foraminifera. Zij produceren een rood pigment op de koraalriffen. In combinatie met het witte zand ontstaat de zachtroze kleur. De roze stranden bevinden zich aan de oostkant van Komodo.

Snorkelen bij Pink Beach gaat echter behoorlijk lastig. Er staat zo’n sterke stroming dat de eerste Aziaat die overboord springt zo goed als verzuipt! Door een visser die toevallig in de buurt is, wordt hij gered en terug naar onze boot gebracht. Het enthousiasme om te snorkelen is gelijk een stuk minder op de boot. Maar de helden in dit verhaal kunnen natuurlijk uitstekend zwemmen en duiken dapper van boord. Dankzij een slim gekozen zwemroute komen we veilig aan op het strand dat inderdaad behoorlijk roze is, een bijzondere ervaring. We lopen het kleine strand helemaal af zodat we met hulp van de sterke stroming terug naar de boot kunnen zwemmen. Wanneer we aan boord zijn geklommen worden we als helden onthaald!

Op de terugweg richting Flores maken we midden op zee nog een tussenstop om hopelijk reuzenmantas te zien, welke soms ook wel duivelsrog worden genoemd. Ze kunnen een spanwijdte van wel zeven meter bereiken met een maximaal gewicht van 3000 kilogram. Maar hoe goed we ook zoeken, ze zijn nergens te bekennen. Misschien komt dat ook wel een beetje omdat we niet het enige bootje zijn in dit gebied. Overal zien we bootjes met toeristen op zoek naar de duivelsrog. Maar dan ziet de kapitein er eentje, iedereen de boot uit!! En zo springt bijna iedereen aan bakboord en achterstevoren van boord terwijl Erik per toeval als enige aan stuurboord te water gaat. Precies achter de reuzenmanta die zich wijselijk net klaarmaakt voor een sprint om de toeristen te ontlopen. Het water is wat troebel maar ondanks dat heeft Erik nog wel wat foto’s kunnen maken! Nadat we allemaal weer aan boord zijn geklommen varen we terug naar Flores. Iedereen heeft een lekker rood kleurtje van de zon gekregen maar ziet er gelukkig uit. Het was een prachtige dag!

Foto 54 – Manta

Donderdag 22 maart 2018 Labuan Bajo – Denge

Na het ontbijt vertrekken we richting Denge, een klein dorpje in het zuiden van Flores vanaf waar we hopelijk naar Wae Rebo kunnen lopen. De eerste zestig kilometer gaan zonder problemen voorbij. Nadat we bij een klein winkeltje langs de kant van de weg koffie hebben gedronken gaat het echter snel de andere kant op. Het asfalt wordt met de minuut slechter en is op een gegeven moment compleet verdwenen. We hebben al veel meegemaakt tijdens onze reis, toch lijkt het erop dat de grootste uitdagingen nog moeten komen. Op slechts vijftien kilometer van onze eindbestemming verwijderd staan we stil, omdat er totaal geen weg meer te ontdekken is. Volgens de bewoners moest hier vroeger nog wel iets van een brug geweest zijn, maar daar is nu niets meer van te zien. De monding van de rivier heeft ervoor gezorgd dat er alleen nog een oversteek over is gebleven voor de gevorderde offroad rijders. We stappen af, bekijken van een afstandje waar we het beste kunnen oversteken en gaan er dan voor. We? Eigenlijk is het alleen Erik! Een vijfsterren oversteek laat Bertha graag aan Erik over. Het ziet er van een afstandje vast wat houterig en onhandig uit, maar hij weet toch de beide motoren aan de overkant te krijgen! Missie geslaagd!

Maar we hebben te vroeg gejuicht, een paar kilometers verder wacht ons de volgende uitdaging. Als de vorige oversteek al voor gevorderde rijders was, wat is dit dan wel niet?! Het pad gaat in een haakse bocht steil naar beneden, door de riviermonding heen om weer met een haakse bocht steil naar boven te gaan. We vragen ons sterk af of we niet om moeten keren. Dit lijkt vrijwel onmogelijk. Maar Erik besluit het toch maar te proberen, opgeven is geen optie. Hoogmoed komt voor de val… Hij is de eerste steile bocht nog niet door of de motor is al gevallen. De vuistregel voor een reiziger komt nu naar voren: je regelt het zelf of je wordt geholpen. En zo wordt Erik door 4 sterke pubers naar de overkant geholpen, twee man aan beide kanten van de motor. Na een dik kwartier is het gelukt om de eerste motor naar de overkant te krijgen! Bertha komt samen met de tanktassen en het kleinste jongetje van het stel ook al aangelopen. Hij heeft haar de beste looproute gewezen over de gladde stenen door de rivier. Nadat de tweede motor ook heel de andere kant heeft bereikt, komen we even op adem. De inspanning, in combinatie met de tropische omstandigheden, kost ontzettend veel energie. We drinken twee liter water, belonen de jongens royaal (Rp.50.000 / EUR 3) voor de hulp en rijden verder naar Denge. Of we zonder hun hulp ook zo ver waren gekomen…

Na nog een aantal kleinere rivieroversteken, komen we rond 14.00 uur aan bij Blasius Monta Homestay, waar we voor Rp. 200.000 / EUR 12 per persoon kunnen overnachten, incl. diner en ontbijt. Maar omdat ze ziet dat we compleet afgemat zijn krijgen we ook een stevige lunch voorgeschoteld. Rijst, noedels, groente en pittige tomaat. We genieten intens van het eten, al smaakt stront waarschijnlijk op dit moment nog lekker. Dat elke maaltijd in dit onderkomen hetzelfde is, komen we pas later achter.

Tijdens de lunch stroomt ons lichaam weer helemaal vol met nieuwe energie. Toch twijfelen we even of we vandaag nog naar Wae Rebo moeten lopen of dit uit te stellen tot morgenochtend. Na kort overleg en advies van de eigenares besluiten we alsnog vandaag te gaan. Als we een beetje doorlopen zijn we voor zonsondergang weer terug bij de homestay.

We zijn het dorp nog niet uit als het pad steil bergop gaat. Onze kuitspieren beginnen gelijk te protesteren. Ondanks dat het zweet van ons lijf stroomt stappen we trots door en bereiken we de jungle waar het iets koeler is vanwege de dichte begroeiing. Ruim twee uur later bereiken we de top vanaf waar we het dorp zien liggen. Wae Rebo is een traditioneel dorpje, compleet geïsoleerd van de buitenwereld. Het dorp ligt op hoogte van zo’n 1.100 meter en is omringd door panoramische uitzichten. Het meest opmerkelijke van dit dorpje is de huizenbouw. De traditionele huizen, die ze Mbaru Niang noemen, zijn lang en conisch van vorm en zijn vanaf het dak tot aan de grond volledig bedekt met palmblad. Elk huis heeft vijf niveaus, elk niveau is bestemd voor een specifiek doel. Op het eerste niveau, genaamd lutur of tent, zijn de woonvertrekken van de uitgebreide familie. Het tweede niveau, lobo of zolder genoemd, is gereserveerd om voedsel en goederen op te slaan. Het derde niveau genaamd lentar is om zaden te bewaren voor de volgende oogst. Het vierde niveau genaamd lempa rae is gereserveerd voor voedselvoorraden in het geval van een langere tocht. Het vijfde en hoogste niveau, hekang-kode genoemd, die het meest heilig wordt gehouden, wordt gebruikt voor het plaatsen van offers voor de voorouders.

Nadat we het dorp van een afstandje bestudeerd hebben, besluiten we weer terug te keren naar onze homestay. Als we hier nog langer blijven zijn we niet voor het donker ‘thuis’. Bergaf gaat het een stuk sneller, maar is voor onze spieren meer een martelgang dan naar boven. Trillend op onze benen zijn we net voor het donker terug bij onze homestay, waar we gelijk kunnen aanschuiven voor het avondeten. De familie heeft vermoedelijk al gegeten en gaat op een groot kleed voor de televisie zitten. Zelfs de kat kruipt er gezellig bij. Een verblijf in een homestay of guesthouse geeft zoveel meer dan in een onpersoonlijk hotel. We kijken samen nog een beetje televisie waarna we in ons wat gammele en kleine bed kruipen. Tijd voor een welverdiende nachtrust.

 

Vrijdag 23 maart 2018 Denge – Bajawa

We ontbijten in een mist van rook, vermoedelijk veroorzaakt door het op hout gestookte fornuis. Bij de koffie ontmoeten we de eigenaar van de homestay die afgelopen nacht in Wae Rebo heeft overnacht met een aantal toeristen. Zijn Engels is een stuk beter dan dat van zijn vrouw zodat we boven de dampende koffie nog wat ervaringen delen. We informeren ook naar de beste route richting Bajawa. We kunnen de lange route nemen, zo’n 130 kilometer, of voor de korte weg kiezen, zo’n 30 kilometer. De korte is wel een stuk moeilijker, maar volgens hem goed te doen met onze motoren. We vertrouwen op zijn kennis en besluiten de korte weg te kiezen. Maar of kort nu zo snel is…?

We dachten dat we gister onze grootste offroad avonturen wel hadden meegemaakt, maar vandaag is het alleen maar erger. Na de eerste ‘rustige’ rivieroversteken begint het echte werk. Erik laat de motor een paar keer vallen en moet een keer geholpen worden door een paar pubers. Was het gister al zweten, vandaag lijkt het zweet te regenen. Na de zoveelste oversteek storten we bijna ter aarde, we hebben nu echt een pauze nodig. Terwijl we de zoveelste liter water achterover slaan, worden we omsingeld door kinderen die net van school komen. Een wat oudere jongen spreekt als enige van het dorp een beetje Engels zodat we wat kleine dingetjes te weten komen. Maar omdat de jongen zo zenuwachtig is, wil het gesprek niet echt vlotten. We besluiten het over een andere boeg te gooien en vragen of er iemand zin heeft in een selfie. Het magische woord werkt bijna in elk land, iedereen schiet in de startblokken voor de selfie!

De Engelssprekende jongen verzekert ons dat het nog maar 500 meter rijden is naar de grote weg, waarmee hij vermoedelijk vijf kilometer bedoelde. Nog geen twintig meter verder moeten we alweer over weggespoelde wegen, verdwenen bruggen en zand een weg zien te vinden. Als we dit hadden geweten hadden we vanochtend zeker weten de lange route gekozen!

 

Uiteindelijk bereiken we na 4 lange uren drijfnat van het zweet de doorgaande weg met vrijwel normale wegen. Na ontelbaar veel bochtenwerk bereiken we een beetje opgedroogd Bajawa. Het eerste hotel heeft geen plaats voor stinkende motorrijders, zodat we bij Marcelino Homestay terecht komen. Hier zijn we van harte welkom en krijgen een kamer grenzend aan de binnenplaats toegewezen. Onder het genot van een pot koffie vertellen we aan de eigenaar ons avontuur van de afgelopen dagen dat hij met opengevallen mond aanhoort. Hij wist niet eens dat daar een weg liep!

 

In het guesthouse ontmoeten we Anthony en Jimmy waarmee we een hapje gaan eten in Lucas Café. Het eten is zozo maar het gezelschap en de biertjes maken er een perfecte avond van. Ze reizen allebei door Indonesië en Anthony is van plan om zonder te vliegen naar London te reizen. Misschien komen we hem in Amsterdam nog wel tegen! Aan de overkant van de straat speelt een bandje waar we verder gaan met bier drinken en Anthony en Bertha zelfs het podium beklimmen om een paar nummers te spelen! Hoe en hoe laat iedereen thuis is gekomen is nog steeds een raadsel.

Zaterdag 24 maart 2018 Bajawa – Moni

Dankzij de vele Bintangs van gister staan we later op dan normaal en kijken we wat sloom uit onze ogen. Na de bananenpannenkoek en een bak stevige koffie worden we uitgezwaaid en gefilmd door Anthony en de eigenaar, misschien tot ziens!

Bocht na bocht rijden we over het eiland Flores, dat ze beter ‘het bochtenparadijs voor motorrijders’ kunnen noemen. Maar als we bocht 1.897 inrijden zijn we er toch wel een beetje klaar mee, we krijgen er zelfs een beetje buikpijn van!

Vroeg in de middag bereiken we Moni, een klein dorpje in het midden van niets. Geen internet, stroom komt en gaat wanneer het wil, maar een ideale uitvalsbasis om vulkaan Kelimutu te beklimmen. Bovenop de vulkaan kunnen we hopelijk de drie kratermeren bewonderen.

De kamer bij Chenty Lodge (Rp. 200.000 incl. ontbijt) is voor ons gereserveerd door haar neef, de eigenaar van Marcelino Homestay, zodat we met open armen ontvangen worden. We parkeren de motoren langs de kant van de weg en wandelen de paar trappen op richting onze kamer. Een prachtige kamer met een balkon wat uitzicht geeft op de vallei en de kerk. Vanuit het balkon kijken we ook uit op het familiegraf, twee meter verderop, waar nu de kinderen op aan het spelen zijn. Voor de lokale bevolking hier is het heel normaal om je familie in de tuin te begraven en ze zo dicht bij je te houden.

 

We willen eigenlijk morgen de Kelimitu vulkaan beklimmen, maar op advies van de eigenares stellen we dat nog even uit. Op zondag is de entreeprijs dubbel zo duur en “zo blijven jullie ook nog een nachtje extra”, lijkt ze met een knipoog duidelijk te maken. Maar we ‘trappen’ er gemakkelijk in, we willen hier zeker nog een nachtje blijven.

 

Zondag 25 maart 2018 Moni

Liggend onder het Bayern München dekbed worden we langzaam gewekt door het gezang van de kerk, een prachtige wekker. Wanneer we even later op ons balkon wachten totdat iedereen van de lodge terug is van de zondagdienst lijkt het alsof het hele dorp in nette kleding uitgelopen is. In tegenstelling tot de meeste eilanden in Indonesië waar de meerderheid van de bevolking moslim is, is het rooms-katholieke geloof op Flores in de meerderheid. We zijn de afgelopen dagen door vele kleine moslimdorpen gereden aan de zuidkust, maar hier in Moni is de bevolking rooms-katholiek en het geloof enorm belangrijk. Het is hier een bindende factor in de gemeenschap.

In de ontbijtzaal worden we verwend met een heerlijk ontbijt; bananenpannenkoek en vers fruit. Het is echt even tot jezelf komen in dit dorp, geen internetverbinding is echt niet zo vervelend.
Na het ontbijt wandelen we op ons gemak richting de kleine waterval die het dorpje rijk is. Een kleine afdaling brengt ons bij de eerste kleine waterval en een geïmproviseerd hekwerk van bamboe. Het lijkt alsof alles gesloten is. Misschien omdat het zondag is? We klimmen langs het hek en lopen verder, we komen van ver dus laten ons niet zomaar tegenhouden! De waterval is mooi, maar overduidelijk niet de grootste attractie die Moni te bieden heeft.

Nadat we weer om het ‘hekwerk’ heen zijn geklommen worden we opgewacht door de vermoedelijke poortwachter. “Zijn jullie naar de waterval geweest?”, vraagt hij streng. We zijn nog zeiknat van het gespartel onder de waterval zodat ontkennen niet veel zin heeft. Maar het pad naar de waterval toe was zo netjes onderhouden dat we met alle liefde de toegangsprijs à Rp. 10.000 per persoon betalen.

Terug bij onze lodge typt Erik zijn laatste woorden van de volgende blog waarna Bertha aan de gang gaat met het redigeren, vaak een hoop werk bij de blogs van Erik.

 

Maandag 26 maart 2018 Moni – Bajawa

Vroeg naar bed betekent vroeg op! Kwart over drie gaat de wekker al. Na een ijskoude douche stappen we op de motor richting de Kelimutu vulkaan. Daar bevinden zich namelijk drie kratermeren die door de verschillende mineralen elk een andere kleur hebben: donkergroen, blauwgroen en lichtgrijs. In de loop der jaren zijn de meren verschillende keren van kleur veranderd. Zo was het groen/blauwe kratermeer eind jaren 80 van de vorige eeuw nog rood gekleurd, in december 1991 werd het zwart en daarna kreeg het de huidige kleur. Het helgroene kratermeer was ooit blauw en het zwarte kratermeer wit. Men weet nog steeds niet precies wat de oorzaak is van deze kleurwisseling, maar men vermoedt dat dit merkwaardige fenomeen is veroorzaakt doordat het water in de loop van de tijd op andere mineraallagen stoot.

 

Vroeger waren de meren van Kelimutu een belangrijke rituele plek. Zo werden er zo’n 50 jaar geleden nog waterbuffels en varkens in de meren geofferd. Nog steeds geloven de lokale bewoners dat de meren van Kelimutu de rustplaats zijn van de zielen van hun overleden familieleden en ze noemen de berg daarom de berg der geesten.

 

Onder begeleiding van een adembenemende sterrenhemel rijden we zo’n veertien kilometer bergop, behalve wat gekke geluiden komen we niets of niemand tegen. Bij de ingang van het park moeten we helaas stoppen voor een gesloten slagboom, anders waren we zo doorgereden. De poortwachter ontwaakt uit een diepe slaap, verkoopt ons een paar studentenkaartjes (Rp. 310.000 / EUR 17 per persoon ) en trekt aan een touwtje zodat de slagboom open gaat. We rijden nog een paar kilometer door het bos waarna we de nog lege parkeerplaats bereiken. We starten de wandeling door het park wat goed onderhouden is en behoudens het laatste steile stuk goed begaanbaar is. Op het uitzichtpunt is een soort standbeeld annex podium gebouwd waar we een mooie zetel bemachtigen voor het schouwspel. Bij één van de drie verkopers bestellen we een kop koffie en nemen de eerste hapjes van ons ‘ontbijt’, Oreo-koekjes. Maar helaas, het was natuurlijk te verachten maar we zijn vandaag niet de enige. Langzaam stroomt het ‘podium’ vol met binnen- en buitenlandse toeristen. Al snel vliegen de drones ons om de oren en wordt de zonsopgang begeleid door schreeuwende Indonesiërs. Helaas kan niet elke attractie zo mooi en uniek zijn als onze ervaring op de Bromo vulkaan. Ondanks alles genieten we van de opgaande zon en van de diverse kleuren van de meren die door de zon prachtig oplichten.

Foto 88 – Prachtige zonsopgang

Na de show dalen we weer af naar het dorp waar we aanschuiven voor een echt ontbijt. We hebben een heerlijk verblijf gehad in dit dorp, ver van de ‘boze’ buitenwereld vol met verleidingen, maar het is tijd om te vertrekken. Wellicht komen we hier nooit meer terug, reclame voor dit dorp zullen we zeker maken.

We hebben ons plan iets aangepast en besluiten om vandaag terug te rijden naar Bajawa waar we al eerder overnacht hebben. Via de noordelijke route terug naar Labuan Bajo en daarmee nog twee dagen offroad rijden zien we niet zitten. Bovendien blijkt dat ons Indonesisch visum zeer binnenkort afloopt, waardoor we kiezen voor de snelle route terug richting Labuan Bajo. De enige uitdaging is het rijden van de ontelbaar vele bochten, links-rechts-links-rechts-links-rechts. In het begin is het leuk, maar we zijn er al snel klaar mee, het vreet zoveel energie en concentratievermogen. Het is maar goed dat de uitzichten alles goedmaken. Flores is werkelijk een prachtig eiland.

Een paar uur rijden en we staan weer bij Marcelino Homestay in Bajawa voor de deur. Maar dit keer kijken ze ons een beetje vreemd aan, het verzoek om te overnachten is vermoedelijk niet aangekomen. De eigenares van Chenty lodge is vergeten te bellen of er was simpelweg geen bereik, wat als de meeste logische verklaring klinkt. Er is nog één kamer beschikbaar, welke normaal gesproken niet gebruikt wordt. We zijn niet zo kritisch en betrekken een kamer met koud water, een doorgezakt bed en behang wat al honderd jaar geleden opgehangen is. Anthony, de Australiër is er ook nog. Samen met een Belgisch stel is hij gister weer naar het open podium geweest en heeft hij het zo laat gemaakt wat verklaart waarom ze allemaal zo loom uit hun ogen kijken. We lachen hartelijk om hun verhalen terwijl we onze mobiele telefoons tevoorschijn halen. Eindelijk even onze berichten checken! We hebben nog niet ingelogd op het netwerk als de stroom uitvalt, iets wat hier wel vaker gebeurt. Nog steeds geen internet! Het hele dorp zonder licht of Wifi. Ach, wat zou het ook. Samen met de Belgen gaan we uit eten bij Lucas. Bij kaarslicht en met een glas Arak voor Erik en Bertha genieten we van elkaars reisverhalen. Een mooie nacht zo zonder kunstmatig licht.

 

Dinsdag 27 maart 2018 Bajawa – Labuan Bajo

Als we wakker worden duiken we vrijwel direct onder de ijsdouche. We bevriezen zowat maar zijn blij om ons even op te kunnen frissen, de schimmellucht van de kamer lijkt ons lichaam ingetrokken te zijn! Na het ontbijt maken we ons dan ook snel uit de voeten. We rijden in een recordtempo naar Ruteng waar we de spinnenweb-rijstvelden willen bezoeken. We hebben de motoren nog niet geparkeerd als we welkom worden geheten door Aldo en Jerry in hun Power-rangers en I Love Ruteng pakjes. “Do you need guide?”, vragen ze in koor. Nadat Bertha een prijs (Rp. 10.000) overeen gekomen is met de stoere knaapjes, gaan ze samen op pad. Erik blijft dit keer bij de motoren. Veel meer uitleg dan “Ja, dat daar lijkt dus op een spinnenweb” krijgt ze niet, de jongens moeten nog een paar jaar oefenen op hun Engels. Wél bieden ze aan een foto van Bertha te maken met de rijstvelden op de achtergrond. Dat er een vinger in beeld is tijdens het fotograferen, neemt ze op de koop toe. Wanneer ze weer beneden zijn, delen de jochies de winst en gaan er vandoor, vast om iets lekkers te kopen. Na de excursie van Bertha beklimt Erik de berg even alleen. Bij het uitzichtpunt komt hij Marko en Ellen tegen, een enthousiast stel dat we in Labuan Bajo hebben ontmoet. Ze zijn ook al een aantal maanden op reis, begonnen in Kirgizië, en vooral hun avonturen in een Tuk-tuk door Sri Lanka hebben ons avontuurlijk hart sneller doen kloppen. Maar eerst maar even deze reis afronden. 🙂

Wanneer we verder rijden worden we meerdere malen tegemoet gereden door vrachtwagens vol met voetballertjes, op de voet gevolgd door fans met scooters en pickups. Het lijkt alsof ze verschillende dorpen afrijden om een wedstrijd te spelen. Bij de derde wedstrijd die we onderweg zien, stoppen we even om ons tussen het publiek te mengen en de hopelijk juiste ploeg aan te moedigen.

In Laboan Bajo slapen we weer in hetzelfde hotel als een paar dagen geleden (Cahaya Adrian Hotel, Rp.283.500 per nacht). Wanneer we na het eten met de taxi worden teruggebracht zien we dat Marko en Ellen ook deze keer weer in dit hotel slapen. Soms is het een kleine wereld! De rest van de avond wisselen we avonturen uit, die ons op nieuwe reisideeën brengen!

 

Woensdag 28 maart 2018 Labuan Bajo

Nadat we vroeg zijn opgestaan, een flauwe uitsmijter en een slappe koffie hebben weggewerkt, gaan we in ‘nette’ kleding op pad om ons visum te verlengen. In het dorp zit een immigratiekantoor en met een beetje geluk kunnen we daar nog eens 30 dagen verblijf kopen. Dat het verlengen van welk visum dan ook hier in Indonesië nou niet echt makkelijk gaat, wisten we al wel. Maar na vandaag kunnen we hier een nieuw hoofdstuk aan toevoegen. We melden ons aan de balie bij een vriendelijke jongedame die ons wat formulieren verstrekt die ingevuld moeten worden. We volgen de instructies op, leveren het stapeltje samen met ons paspoort in en mogen plaatsnemen op de wachtstoeltjes. We hebben nog geen drie bladzijdes gelezen als we alweer naar de balie geroepen worden. “Jullie aanvraag is goedgekeurd, maandag mogen jullie terugkomen.”, vertelt de medewerker. “Maandag?”, vragen we verbaasd aan de man, “het is nu woensdag!” schreeuwen we bijna in koor. Vrijdag, ook hier Goede Vrijdag, zijn ze gesloten, het weekend zijn ze ook gesloten, zodat we maandag pas een foto en interview kunnen afleggen. Als dit goed gaat, krijgen we dinsdag ons paspoort terug. Dat betekent dat we hier bijna een week ‘vastzitten’. We vragen of de procedure niet sneller kan, maar ook na kort overleg met zijn meerdere krijgen we hetzelfde antwoord. Het lijkt er echt op alsof Indonesië het de toeristen bewust moeilijk maakt of aandelen heeft in Air Asia (luchtvaartmaatschappij). Het land even snel uit- en weer invliegen is vele malen makkelijker. We besluiten om ons paspoort weer mee te nemen en de aanvraag in Mataram (hoofdstad Lombok) in te dienen. Om hier in Labuan Bajo nog een kleine week te verblijven zien we niet zitten, daarvoor is hier echt te weinig te beleven.

Mopperend rijden we terug naar ons hotel, halen een paar keer onze schouders op en laten weer positieve energie door ons lijf stromen. De ‘verloren’ dag gebruiken we om eindelijk weer eens een blog online te zetten.

 

Donderdag 29 maart 2018 Labuan Bajo (Flores) – Bima (Soembawa)

Na het visumdebacle maken we ons op voor het vertrek. We kopen een kaartje voor onze motoren (Rp. 345.000 per motor) en parkeren de motoren tussen de vrachtwagens, hanen en scooters. Bovendeks zoeken we een plaatsje tussen de medepassagiers, verwisselen onze motorpakken voor wat zomerse kleding en maken ons op voor de lange oversteek terug naar Soembawa. Voor ons zit een Fransman die met de scooter van Flores naar Bali terug rijdt. De scooter is van een vriend die zelf geen zin had om hem op te halen, voor de Fransman dus een mooi avontuur. Omdat we niet echt een klik hebben met de jongen trekken we ons weer wat terug en duiken met onze neus in de boeken. De overtocht verloopt zoals de meeste; de wc is vrijwel direct goed gebruikt, afval wordt overal op de grond gegooid (de Indonesiërs vinden het blijkbaar niet erg om op de grond temidden van de bananenschillen, pindadoppen en ketjapsaus te zitten) en er wordt stevig gerookt. Met echte Nederlandse speculaas, gevonden in een supermarkt op Flores, en af en toe een pot koffie overleven we deze oversteek wel.

Na zo’n zeven uur varen, komen we aan in het havenstadje Pelabuhan Kayangan en maken ons op voor vertrek. Na een paar minuten rijden zien we de Fransman langs de kant van de weg stilstaan. Klik of niet? Als er wat aan de hand is, moeten we hem helpen, vinden we, en Erik draait om. Zijn telefoon-gps blijkt niet te werken zodat hij de weg naar Bima moeilijk kan vinden. Erik vertelt hem dat we ook naar Bima rijden en wel een homestay weten voor een zacht prijsje. Dit lijkt hem wel wat en samen rijden we richting Bima, al heeft hij extreem veel moeite om ons bij te houden. Dat we eigenlijk het gas helemaal open hadden moeten trekken, komen we pas later achter, wanneer we wederom ingecheckt zijn bij Tambora Homestay. Als we met zijn drieën uit eten gaan, blijkt hij een onvervalste indringer van onze persoonlijke ruimte te zijn. Hoe we ook de straat oversteken of de hoek om schieten, hij lijkt het altijd te presteren om bovenop onze lip te staan. Erik dacht eerst dat de Fransman het op hem voorzien had, maar wanneer Bertha haar ervaringen met Erik deelt, blijkt dat we achteraf beide dezelfde situaties hebben ervaren. Wanneer we eindelijk een eettentje gevonden hebben, eentje die een beetje in zijn straatje past, zit hij bijna bij ons op schoot. Dat hij ons vervolgens probeert uit te leggen hoe het allemaal werkt in Indonesië, werkt ons al helemaal op de zenuwen, alsof we vandaag geland zijn ofzo?!

Na het eten trekken we ons dus snel terug op de riante kamer, we zijn zo moe 🙂 !

 

Vrijdag 30 maart 2018 Bima – Sumbawa Besar

We hebben gister om onverklaarbare redenen de grootste kamer van de homestay gekregen, maar wel eentje met een ouderwetse (emmer) douche. Stiekem kunnen we hier heel erg van genieten, iets wat we tijdens het onderhandelen van de kamerprijs natuurlijk nooit laten merken 🙂 .

 

Na het ontbijt, koffie met een kilo suiker en een bolletje chocoladepasta maken we ons snel uit te voeten. Straks wil de Fransman weer met ons meerijden! Over inmiddels redelijk bekende wegen rijden we door de rijstvelden richting Sumbawa Besar. We kiezen nu voor iets meer luxe en hebben een huisje gereserveerd aan het strand bij Resort Kencana, Rp. 400.000 / EUR 24 per nacht inclusief ontbijt. Omdat er in Sumbawa Besar niet echt veel te bieden is qua overnachtingen hebben we dit keer maar iets geboekt wat niet helemaal in ons dagbudget past. Maar dan slapen we wél aan het strand en hebben we óók een zwembad voor de deur. We arriveren vroeg, worden door de receptioniste naar onze kamer gewezen en liggen al snel op het strand. Het zwembad bij het hotel zit overvol met dagjesmensen, de jongens in een zwembroek en de meisjes en vrouwen met een zwemoverall en hoofddoek. Voor ons lijkt het een oneerlijke verdeling, maar verder lijkt er niemand last van te hebben. We liggen perfect aan het strand, worden slechts één keer gevraagd voor een selfie en kunnen verder lekker genieten.

Nadat we klaar zijn met liggen en zwemmen frissen we ons op en gaan aan een grote picknicktafel zitten en praten wat met de lokale bevolking. De meeste wonen op dit eiland en hebben een dagje uit, iets waar veel Indonesiërs van houden. Ze zwemmen in de branding, eten chips en drinken water uit kleine plastic bekertjes. De zakken chips en plastic bekertjes gooien ze met het grootste gemak in de zee of laten ze achter op het strand wanneer ze dit verlaten. En nog steeds begrijpen ze niet waar die plastic soep vandaan komt. Op de veerpontjes in Indonesië is het weggooien van afval in de zee nog gewoner dan het gooien van afval in de afvalbak. Op de één of andere manier hebben ze het gevoel dat ze er vanaf zijn op het moment dat ze het in de zee gooien. Je ziet het niet meer, dus is het weg. Misschien dat ze denken dat het wordt opgegeten door één van de monsters in de zee, waar ze in geloven? We hebben er in het begin nog wel eens wat van gezegd en een belerend gesprekje gevoerd, maar dit gaat er bij de meeste inwoners niet in. Ze snappen het simpelweg niet…

Foto 101 – Dagboekje bijwerken

s’ Avonds in het restaurant is het behoudens de prijzen niet te merken dat we in een resort overnachten. De helft van de bestelling komt maar door, zelfs wanneer we ze attenderen op de ontbrekende gerechten komen ze pas laat op gang. De vlieger gaat niet altijd op, maar een goedkope overnachting bij een guesthouse is vrijwel altijd beter en vriendelijker.

 

Zaterdag 31 maart 2018 Sumbawa (Soembawa) – Senaru (Lombok)

Bij het ontbijt genieten we dezelfde service als gisteravond. Het spiegelei lijkt de pan amper aangeraakt te hebben en het fruit komt pas na een paar keer vragen. Het personeel kan wel een kleine cursus gebruiken. Dit past niet bij de titel ‘resort’.

Met de nodige vertraging vanwege het personeel en omdat de weg wordt versperd door een olifant, rijden we naar de volgende veerpont. Een kleine tachtig kilometer rijden, die we zonder pauze afleggen. We betalen Rp. 8.800 per motor en mogen de ferry direct op. De veerpont is en blijft vrij leeg, zodat we de motor nog in het midden zouden kunnen parkeren. Maar dit is Indonesië, de matroos of parkeerbeambte sommeert ons om precies in het hoekje te parkeren, geen centimeter voor- of achteruit. We zijn nu al zo vaak ‘gecorrigeerd’ door zulke mensen en weten dat er geen ruimte voor discussie is met als gevolg dat we nu bijna slaafs zijn bevelen opvolgen.

In nog geen twee uur zien we de haven verschijnen, waarboven het behoorlijk onweert. ‘Weer regen’, zien we elkaar denken alhoewel we de moed hoog houden. Als we de veerpont verlaten is het nog droog maar nog geen tien minuten later moeten we alsnog schuilen voor regen. Het lijkt alsof we schuilen voor de nasleep van een grotere bui, alles rondom de aan de weg grenzende huizen staat blank. We wachten een half uurtje waarin we de tijd doden met een paar Oreo’s, onze nieuwe verslaving. Wanneer de Oreo’s op zijn besluiten we de regen te trotseren en verder te rijden, wat een goede keus blijkt. Na tien minuten is het alweer droog en zweten we ons een ongeluk in de regenpakken. Vlak voor onze eindbestemming trekken we de pakken weer uit, hangen ze achterop de motor en rijden alles nog een beetje droog. Bij het Anak Rinjani Guesthouse hangen we de natte kleding buiten op zodat de laatste zonnestralen de rest van het werk kunnen doen. We worden overigens geweldig ontvangen in dit guesthouse. Een jongen in vrij goed Engels legt ons uit hoe het hier allemaal een beetje werkt. De helft van de familie woont op het terrein, de andere helft aan de overkant van de weg. We kunnen ze altijd wakker maken voor wat dan ook. Tijdens een welkomstkoffie adviseert hij ons om niet meer vandaag, maar morgenochtend vroeg naar de watervallen te lopen, één van de toeristische trekpleisters van dit dorpje. Toch komen de meeste toeristen hier naartoe om een meerdaagse wandeltocht naar Rinjani te maken, de één na hoogste vulkaan van Indonesië, een wandeltocht die we zelf bewaren voor de volgende keer.

 

Terwijl onze pakken opdrogen in de zon relaxen we wat op onze patio. Een overnachting hier kost nog geen Rp. 150.000 / EUR 9, doch een enorm verschil met het ‘resort’ van gister. De kamer is schoon en leuk ingericht en de tuin krijgt ook voldoende aandacht.

s’ Avonds lopen we de hoofstraat af op zoek naar een restaurant. Bij de enige waar wel veel mensen zitten besluiten we ook aan te schuiven maar na twintig minuten toch weer te vertrekken. Om ons heen zien we dat mensen de verkeerde gerechten voorgeschoteld krijgen of al geruime tijd wachten op iets warms. Onze bestelling is ook nog steeds niet opgenomen en we besluiten bij een ander restaurant onze kansen opnieuw te beproeven. Hier zit maar één ander stelletje, maar ondertussen is de bediening hier wel een stuk beter. De eigenaar is ietwat vreemd en probeert zijn talenknobbel op ons los te laten, wat bevorderlijk werkt voor de gezamenlijke lachspieren. Een koud biertje, goed gezelschap en goed eten. We hebben een goede tent uitgekozen.

 

Zondag 1 april 2018 Senaru – Mataram

We schuiven aan voor een vroeg ontbijt, al is het even zoeken naar een plekje. De ontbijtzaal is gevuld met Aziaten die in hun nieuwste North Face outfit klaar staan om de vulkaan Rinjani te beklimmen. Na onze bananenpannenkoek verlaten we de groep en gaan zelf op excursie. Op naar de watervallen! Na een paar honderd meter over de hoofdweg gelopen te hebben, slaan we af naar de ingang van het park waar we Rp. 10.000 per persoon entree betalen waarna we afdalen. We besluiten om later op de dag de Sendang Gile waterval te bezoeken en eerst door te lopen naar de Tiu Kelep waterval. Deze route is een stuk uitdagender en lijkt op de offroad dagen die we gehad hebben op Flores. Het eerste stuk wandelen gaat nog vrij soepel, daarna is het glibberen en glijden. Meerdere malen moeten we een riviertje oversteken en is het wachten op de eerste uitglijder. Erik is als eerste aan de beurt en kan direct verder met natte schoenen. Bertha is even later aan de beurt en mag verder met een pijnlijk achterwerk en opgerekte spieren vanwege een nare spagaat. Als we dan eindelijk de waterval bereikt hebben, wordt ze ook nog eens aangevallen door een prikkelplant. Ze wil Erik’s shirtje ophangen aan een takje, maar dit blijkt een veredelde brandnetel te zijn, maar dan met een werking van honderd maal zo erg. Terwijl haar handen in brand staan en ze het idee heeft dat deze vandaag nog geamputeerd moeten worden, besluit ze om even pas op de plaats te maken. Erik mag verder op expeditie. Het laatste stuk is zo glibberig dat Erik met handen en voeten door moet klimmen om de waterval te bereiken. Eenmaal bij de waterval wordt Erik geadviseerd door twee lokale jongens: “Ga niet te dicht bij de waterval zwemmen, dit is levensgevaarlijk! Er staat een sterke stroming!”. Als zulke jonge avontuurlijke jongens het al zeggen, dan moet het wel waar zijn!

Na een mislukte poging om onder de waterval te zwemmen spartelen we weer terug naar het beginpunt. We worden geholpen door een knaapje van nog geen tien jaar die precies weet waar we door het water moeten lopen. Af en toe houdt hij trots de hand van Bertha vast.
Terug bij het kruispunt zijn we weer op de ‘normale’ route en bezoeken we de Sendang Gile waterval. Hier zijn al wat meer toeristen, waarschijnlijk omdat deze wat makkelijker te bereiken is.

We wandelen terug naar ons guesthouse waar we ons omkleden en met een kop koffie een klein buitje uitzitten. Al snel is het droog en vertrekken we richting Mataram. De navigatie wil ons met geen mogelijkheid langs de noordkust begeleiden, alle wegen naar Mararam gaan via de zuidkust. Zit er ergens soms een obstakel of een wegafsluiting? We besluiten om toch de noordkust aan te houden en wel te zien waar we vandaag stranden. En stranden doen we, de lunch is vandaag aan het strand!

Zonder problemen hebben we de hele noordkust van Lombok afgereden en het laatste stuk van Pemenang naar Mataram rijden we via de bergpassen van de berg Seloyong. En dan gebeurt er opeens iets! Iets wat we al zo vaak goed hebben zien gaan, gaat nu op het nippertje net wel, net niet goed… Een tegemoetkomende taxi haalt een vrachtauto in in de buitenbocht, net op het moment dat Bertha de bocht in wil sturen. De taxichauffeur ziet Bertha pas op het laatste moment. Hij doet nog snel een poging tot remmen en drukt zich tegen de vrachtwagen aan. Terwijl Bertha nóg verder naar links de buitenbocht instuurt richting de bergwand, raakt ze met haar rechter koffer de rechterspiegel van de blauwe Bluebird taxi. Na een paar meter stoppen we en maakt Erik snel de schade op. Er zitten wat blauwe strepen op de koffer, maar deze zit verder nog goed vast. De spiegel van de auto ligt wél een paar meter terug op de grond… We besluiten door te rijden, het is levensgevaarlijk om hier stil te staan en te bekomen van de schrik en de taxichauffeur zal waarschijnlijk ook wel doorrijden.

 

Een uurtje later bereiken Villa Dende (Rp. 285.000 per nacht incl. ontbijt) in Mataram, de hoofdstad van Lombok. De parkeerplaats van de Villa heeft nog niet echt een hoogwaardigheidsgehalte, maar wanneer we de drempel overstappen zijn we in een andere wereld. Het is een prachtig familiehuis met meerdere grote kamers en een zwembad. Een mooie plaats om een paar dagen te overbruggen terwijl we wachten op de hopelijke verlenging van onze visums. We kleden ons snel om en maken een bommetje in het zwembad wat helaas iets te groen is. Er zijn vast maar weinig liefhebbers van het zwembad hier.

Het enige nadeel van deze locatie is het feit dat er in de buurt niet veel te beleven is. Erik heeft vanmiddag op de weg hier naartoe in de buurt een pizza-tentje gezien wat wellicht de moeite waard is. Indonesiërs houden zeker niet van lopen, maar inmiddels zijn we ook wel zover dat we het zelf ook niet altijd leuk vinden. Vaak ontbreekt het aan een trottoir of veilige plaats om te lopen, zelfs in de grote steden. Toch bereiken we zonder kleerscheuren het klein doch schattige pizzatentje Hot Papi waar we verbaasd, maar met veel plezier en open armen ontvangen worden. De vers gemaakte pizza met ijsthee smaakt verrukkelijk en met een half stuk tussen onze tanden gaan we lachend op de foto met de eigenaar.

Maandag 2 april 2018 Mataram

Een lekker ontbijt bestaande uit Nasi-goreng met gebakken ei moet ons een goede bodem geven om met succes ons visum te verlengen, hopelijk…

We trekken onze ‘nette kleding’ aan en gaan met de motor naar de ambassade. Ook toeristen moeten voldoen aan de kledingvoorschriften, blote armen of benen zijn bijvoorbeeld niet toegestaan. Dat niet elke westerling bekend is met de voorschriften of er simpelweg geen boodschap aan heeft zien we wanneer we arriveren. Sommigen zien er netjes uit terwijl anderen in een tanktop en zwembroek aan komen zetten.

We worden vriendelijk ontvangen door een gezette dame achter de balie die ons verzoekt om het voor ons bekende formulier in te vullen. We vullen alle gegevens in, helpen een Belgisch stelletje met een paar vragen en dienen het formulier samen met ons paspoort in. Een paar minuten later krijgen we een ontvangst- en betaalformulier en het verzoek om woensdag weer terug te komen. We hadden gehoopt op een procedure van één dag, maar toch drie dagen ingecalculeerd. Buiten betalen we voor het visum bij een bestelbusje van Pos Indonesië. Een staatsbedrijf wat voornamelijk verantwoordelijk is voor postbezorging voor binnen- en buitenland. Zo ook voor een pakketje van BEontheroad richting Nederland. We rijden terug naar onze villa, trekken zwemkleding aan en installeren ons voor twee dagen relaxen en wat werken aan de website.

 

Woensdag 4 april 2018 Mataram (Lombok) – Padangbai (Bali)

De dag van de waarheid, krijgen we vandaag ons visum? In wederom correcte kleding rijden we richting het immigratiekantoor om foto’s en vingerafdrukken te laten maken. Alles bij elkaar nog geen vijf minuten werk waarna we weer mogen vertrekken. Vanmiddag om 15.00 uur moeten we weer terugkomen, hopelijk met als resultaat een nieuwe stempel in ons paspoort!

Nadat we in de villa nog wat baantjes hebben getrokken bepakken we onze motoren, trekken de motorpakken aan en vertrekken. De pakken stinken inmiddels zo erg dat een schoon shirt al na een paar uur rijden ruikt alsof het al jaren niet meer gewassen is. We hebben al in veel landen met extreme temperaturen gereden, maar hier in Indonesië is de combinatie van slechte wegen met hitte een dodelijke zweetcocktail waar onze pakken maar slecht tegen kunnen. Nog maar een paar dagen en dan gaan we ze eindelijk weer goed wassen.

 

Voordat we teruggaan naar het immigratiekantoor, gaan we eerst een hapje eten bij Warung Saté Rembiga. Deze warung staat er om bekend de beste saté van de stad te serveren. We bestellen verschillende saté, kip, koe en verrassend genoeg ook varken en vooral de laatste is verrukkelijk. Samen met de groente en rijstkoekjes is de hele bestelling een genot voor de smaakpapillen. Het was een goede keus om hier te gaan lunchen.

Wanneer we weer klaar zijn om te vertrekken, ziet Erik ineens in zijn spiegel Bertha omvallen, bijna bovenop de barbecue vol met de heerlijke saté! “Hoe kun je hier nu opeens omvallen?”, vraagt hij aan Bertha die direct naar het saté vrouwtje wijst! Ze heeft een grote sprinkhaan in de tang zitten die een paar seconden geleden nog bij Bertha op haar schouder zat. Iedereen kan er natuurlijk hard om lachen terwijl de sprinkhaan dit avontuur helaas snel vergeten is. Samen met de saté wordt hij lekker krokant gebakken boven het vuurtje.

We verlaten het saté-restaurant nu allebei rechtop en parkeren een paar minuten voor 15.00 uur de motoren bij het immigratiekantoor voor de deur. Terwijl Erik bij de motoren blijft wachten, gaat Bertha binnen proberen om de paspoorten op te halen. Ze is nog niet binnen als haar nummertje wordt omgeroepen. “Hier een krabbeltje en u mag het paspoort weer meenemen”, krijgt Bertha als instructie. Ze mag ook voor het paspoort van Erik tekenen, zodat ze even later weer buiten staat en we weer dertig dagen extra in Indonesië mogen blijven! We geven elkaar een high-five, starten de motoren en laten Mataram achter ons om nog geen uur later de motoren op het onderdek van de veerpont te parkeren. Op de terugweg naar Bali gaat de veerpont af en toe flink tekeer met als gevolg dat Bertha na een tijdje licht zeeziek begint te worden, terwijl Erik af en toe benedendeks controleert of de motoren nog wel rechtop staan.

 

Toch bereiken we wederom na vijf uren varen de haven van Padangbai en zijn we zo weer terug op Bali. Lang na zonsondergang checken we in bij Kembar inn, Rp.160.000 inclusief ontbijt. De receptionist had eigenlijk al geen mensen meer verwacht. De kamer is klein en bedompt en we besluiten zonder te douchen richting het café te wandelen. Het is even zoeken, sommige gaan eerder dicht vanwege het ontbreken van voldoende klandizie. We vinden uiteindelijk een café waar we één biertje kunnen bestellen voordat zij ook dichtgaan. Maar aan de overkant zitten gelukkig wat beroepsdrinkers waar ze ons geld wel willen hebben.

Donderdag 5 april 2018 Padangbai – Sanur

Na een heerlijk gevulde tosti met groenten en ei doen we het even rustig aan, Sanur is nog geen vijftig kilometer rijden. Bertha werkt aan de website terwijl Erik alle gebeurtenissen op straat een beetje aanschouwt. Vanuit Padangbai vertrekt niet alleen de langzame veerboot, maar ook de snelle toeristenboten naar de Gili-eilanden. Iedereen verzamelt hier voor de deur van het hotel, krijgt een mooie sticker op de borst geplakt en wordt de juiste richting op geschreeuwd. Een uur later is iedereen op de plaats van bestemming en is de rust in het dorpje teruggekeerd.

Foto 117 – Heerlijk ontbijtje in Padangbai

Rond 12.00 uur checken we uit en vertrekken we richting Sanur, een stadje aan het strand in het zuidoostelijke deel van Bali. We gaan de stad alvast goed verkennen, want over een paar dagen komen we hier samen met onze ouders. Reuze spannend!!

 

Wanneer we arriveren bij Ning Homestay (Rp. 225.000 / EUR 13,50 per nacht excl. ontbijt) worden we hartelijk ontvangen en wil het echtpaar alles weten van onze reis. Nadat we ze alles globaal een beetje verteld hebben nemen we een heerlijke douche en gaan we gelijk op pad om het eerste restaurantje te testen. Bali is behoorlijk toeristisch, wat hier in Sanur ook goed te merken is. Overal zijn hotels en restaurants met helaas ook wat meer westerse prijzen. Het eten is nog steeds goedkoop in vergelijking met Nederland, maar een stuk duurder in vergelijking met de niet-toeristische delen in Indonesië.

Vrijdag 6 april 2018 Sanur

Voordat onze ouders arriveren op Bali willen we de motoren gereed hebben. Nieuwe banden, luchtfilter schoonmaken en de inhoud van de koffers schoon. Deze voorbereiding is nodig om kort nadat onze ouders zijn geweest de motoren op het schip te zetten richting Australië. Vandaag zetten we nieuwe banden eronder, een speciale zending vanuit Duitsland ligt op ons te wachten bij Moto Explore Indonesia. Een zaak in Ubud gerund door een Australiër, gericht op de verhuur van motoren en georganiseerde reizen door een deel van Indonesië.

Net na 10.00 uur parkeren we de motoren voor de deur en stappen we naar binnen waar we net zo ‘warm’ welkom worden geheten als tijdens het vorig bezoek een paar weken geleden. Zowel de eigenaar, als de assistent, blijven allebei achter hun bureau zitten. Pas wanneer wij ze de hand willen drukken komen ze een beetje in beweging. Net als tijdens het vorige bezoek, voelen we ons wederom een beetje ongemakkelijk. Een koffie of een water had misschien het ijs een beetje kunnen breken? We zitten met veel Indonesiërs en reizigers van over de hele wereld in een groepsapp om ervaringen uit te delen, Darren (de eigenaar) zit samen met zijn assistent ook in de groep. Maar we hebben het gevoel dat dit meer vanuit een winstoogmerk is, dan vanuit het idee om echt mensen te helpen zoals we eerder bij Rendra wél het gevoel hebben gehad. Omdat de banden hier in het magazijn staan, zijn we een beetje aan elkaar overgeleverd. Nadat we de banden op de motor van Erik hebben vastgemaakt, staan we op het punt van vertrekken als we weer een financiële verrassing krijgen van de mannen. Een paar weken terug kwam de eerste verrassing. Het was een verrassing van een paar honderd euro die betaald moest worden in verband met de importbelasting. We snappen dat we deze kosten moeten betalen, maar hadden ze dit ons niet gelijk kunnen laten weten wanneer de rekening vorige week bij hen binnen kwam? De huidige verrassing omvat wederom een bedrag van een paar honderd euro. De banden hebben te lang bij de douane in Jakarta in het magazijn gelegen waardoor er extra betaald moet worden. We vinden het heel fijn dat we de banden naar dit bedrijf hebben kunnen opsturen, maar wordt deze laatste verrassing niet veroorzaakt door ditzelfde bedrijf? Waarschijnlijk hebben ze de eerste factuur te laat betaald. We slikken onze eerste woede in en vragen naar een factuur van deze kosten. Maar administratie is niet hun sterkste punt. Wanneer we na tien minuten nog geen factuur hebben ontvangen gaan we ervandoor. Ze sturen maar een mailtje, dan kunnen we later altijd nog bepalen of de kosten terecht zijn of niet.

Foto 120 – Op de Indonesische manier!

Dat de motorbanden meer ruimte in beslag nemen dan verwacht heeft Erik snel in de gaten. Hij zit meer op zijn benzinetank dan op het zadel, waardoor zijn edele delen al snel een verdoofd gevoel geven. Als we een half uur later bij Ronald Bike Shop aankomen moet Erik van de motor geholpen worden, zijn onderlichaam is compleet van slag.

We hebben Ronald via internet en de I-Overlander-app gevonden, hij heeft veel ervaring met grote motoren. We maken een kort praatje waarna hij grondig aan de slag gaat. Gereedschap hoeft hij eigenlijk niet zelf te pakken, alles wordt door zijn moeder aangegeven. Wanneer ze even niets te doen heeft zorgt ze ervoor dat haar zoon altijd in het bereik van de ventilator staat, bij elke beweging wordt de ventilator weer verplaatst.

De achterbanden van beide motoren zijn goed versleten, veel meer kilometers in Australië waren niet mogelijk geweest. We hebben vanaf Kazachstan 18.000 kilometer met de Mitas E-09 gereden, en ze zijn erg goed bevallen. Maar nu is het weer tijd voor de banden waarop we Amsterdam hebben verlaten, de degelijke Duitse Heidenau K60 Scout.

Met de voorbanden daarentegen hadden we nog wel wat kilometers kunnen maken. De strenge importregels en het forse arbeidsloon maken het echter een goed idee dat we nu de bandenwissel doen. Bij de motor van Bertha merkt Ronald dat de wiellagers bij het voorwiel versleten zijn, “voel maar”. Misschien heeft het te maken met de botsing in India, of zijn ze gewoon ‘weer’ versleten. Maar Ronald kunnen we met gemak één van de beste monteurs van onze reis noemen. Hij legt alles uit en heeft een goedgevuld magazijn. De wiellagers kunnen gewoon vervangen worden, inclusief arbeidsloon voor nog geen EUR 20.

Nadat we met de familie nog een gebakje hebben gegeten gaan we ervandoor op onze nieuwe banden. De eerste keer dat Bertha met de banden vanuit de garage van Hans Schaap in Nederland vertrok, dacht ze bij elke bocht bijna om te vallen, nu gaat het al een stuk beter. We hobbelen in een uurtje terug naar Sanur, waar we eerst nog een kijkje nemen bij een Yoga-school. We willen met onze ouders ook een klas volgen, maar niet voordat we beoordeeld hebben of het wel door de Rinsma-Baas-Keuring heen komt. Bij de parkeerplaats worden we door een ouder echtpaar uit Nieuw-Zeeland aangesproken. Ze willen alles weten over onze reis en welke problemen we allemaal zijn tegen gekomen. De man vertelt dat ze zelf over een paar jaar ook een reis willen maken, richting Europa op één motor. Maar dan wel met tussenpozen van drie maanden. De motor ergens parkeren en dan terug naar huis, even naar de (klein)kinderen terug. Lijkt ons een geweldig plan, al adviseren we ze wel om op twee motoren te reizen. Voor allebei meer lol en vrijheid. Nadat we overladen worden door complimenten nemen we afscheid van elkaar en rijden we terug naar de homestay.

s’ Avonds gaan we uit eten bij een restaurant welke ook Indonesische kookcursussen organiseert. Nadat we heerlijk gegeten hebben worden we door de uiterst joviale kok uitgenodigd om zijn kookschool te bekijken. De school heeft voldoende ruimte voor zes personen en kan voor ons een uitzondering maken om op zondag te koken. Na even onderhandelen over de prijs blokken we gelijk zijn agenda, we willen natuurlijk wel een kookschool alleen voor onze familie.

 

Zaterdag 7 april 2018 Sanur

Nadat Bertha een rondje heeft hardgelopen en we samen hebben ontbeten in het centrum, gaan we aan de slag in onze overdekte werkplaats. De luchtfilters moeten nodig schoongemaakt worden. Altijd al een hoop werk, omdat er bij onze motoren eerst een hoop plastic verwijderd moet worden voordat de benzinetank verwijderd kan worden. Daaronder zit de reinigbare luchtfilter verstopt, die behoorlijk vies blijkt te zijn. Terwijl Erik de filters onderhanden neemt, maakt Bertha alles in de koffers schoon. De controle in Australië is heel streng, niet alleen mag de motor geen korrel zand of dierlijke resten bevatten. Ook in de koffers, bijvoorbeeld op de tent of haringen mag niets te vinden zijn. Vinden ze toch iets, dan kunnen zij het voor je reinigen voor een ‘zacht’ prijsje of mag je alles laten vernietigen. Goed schoonmaken dus!

Zondag 8 April 2018 Sanur

De laatste koffers worden vandaag door Erik schoongemaakt, terwijl Bertha voorbereidingen voor morgen treft, DE dag dat we onze ouders weer gaan zien! Ze organiseert dat we al om 09:00 uur mogen inchecken in onze villa, print wat laatste documenten uit en haalt de was op. Nadat we allebei klaar zijn met ‘werken’, kunnen we eindelijk een keer naar het strand waar we de rest van de dag luieren. De laatste paar dagen gaat ons gesprek bijna alleen nog maar over morgen, het grote samenzijn!! Op dit moment zitten onze ouders al in het vliegtuig, zijn zij ook zo zenuwachtig?!

Love to share:

5 Comments

  1. Jan

    Met heel plezier weer gelezen. Volgens na terugkomst in Nederland een reisverslag maken in boekvorm. Het leest makkelijk weg en ik verbaas me inmiddels nergens meer over. Dank en nog een goede reis verder.

  2. Dick Baas

    Wat n avonturen maken jullie mee, het lezen hier van, lijkt wel of je er bij bent.
    Op naar het volgende avontuur😄.

  3. Jeanine

    Nog maar gisteren de vorige blog gelezen, vanaf hotel in Bodrum, vandaag deze en later de nieuwe blog nog lezen. Fijn om al die verhalen te lezen en jullie positiviteit rondom al de avonturen ” mee te maken “. Op naar de volgende blog.

  4. Barbara

    Hi B! Ik ben er weer bij hoor! Super leuk blog. Op naar de volgende. Goodluck! B

  5. Lenie en Egbert

    Wat een avonturen weer!!!
    Wat is de wereld toch klein, dat je Karin en Dave hier in Indonesië weer tegenkomt. En wat leuk dat je een bezoekje hebt gebracht aan je oude klasgenoot.
    De haven van Padangbai komt ons bijzonder bekend voor…..
    Komodo, wat een mooi eiland en wat een joekel, zo’n komodovaraan!!!
    Wat een prachtige kleurschakering: blauw water en een roze strand.
    Wat een geluk: had Bertha de sprinkhaan bijna als saté opgegeten.
    Nu op naar de avonturen met de ouders….

    groet heit en mem

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Top