Week 52-55 Australië: Perth – Broome: Have a goon afternoon in the land of Down Under

Na prachtige avonturen en een liefdevol samenzijn met onze ouders in Indonesië, landen we na een paar uur vliegen op ons 3e en laatste continent; Australië. Waar we hemel en aarde moeten bewegen voordat we eindelijk met onze motoren ‘Down Under’ mogen. Waar we de eerste kangoeroes vrolijk zien springen, een kort uitstapje naar de maan maken, de Goon-bag uitvinden, rillen van de kou en waar we daarnaast volop trillen van de onverharde wegen. Australië, het laatste land van ons ongelofelijke wereldavontuur. Here we come!

Woensdag 16 mei 2018 Kuta (Indonesië) – Perth (Australië)

Na een paar keer snoozen staan we rond 03:30 naast ons doorgezakte bed. We pakken onze koffers in en bestellen met de Grab-app een taxi. De applicatie werkt uitstekend en heeft veel weg van de Uber-app, al is hier een ritje natuurlijk een stuk goedkoper. Voor nog geen 2 EUR rijden we in een rustig tempo naar de luchthaven. Dit keer niet om onze ouders op te halen maar om zelf op een vliegtuig te stappen en voor een laatste keer Indonesië uit te vliegen. Bij La Place, die ook in Indonesië een aantal ketens heeft, geven we onze laatste Indonesische Rupiah uit aan een Panini broodje en een zwarte koffie.

Foto 1 – Bertha bij La Place

Met een overvolle maag passeren we het eerste bagage-checkpoint en bereiken we de paspoortcontrole. Het duurt wat langer dan de bedoeling is en uiteindelijk kijkt de douanier ons onderzoekend aan. ‘Hier klopt iets niet’, lijkt hij te denken en verlaat zijn computer en verzoekt ons om hem te volgen. We kijken elkaar vragend aan, wat kan er nu weer het probleem zijn? Na een kort gesprek met een hoger geplaatste douanier worden we wat verveeld aan de tand gevoeld. “Hoe en wanneer zijn jullie Indonesië ingekomen?” vraagt de douanier met een overhemd welke op knappen staat vanwege zijn te dikke buik en te kleine uniform. We laten de in- en uitgaande stempels van Maleisië zien samen met het vliegticket welke nog op de telefoon van Bertha staat. Hij bekijkt het even op zijn gemakje en verklaart dan wat het probleem is. “Jullie zijn volgens het systeem helemaal niet vertrokken uit Indonesië, iemand heeft zijn werk niet goed gedaan. Even later horen we de douanier in de kamer ernaast twee keer op zijn bureau slaan, wat vermoedelijk betekent dat hij onze paspoorten voorziet van de juiste stempels. Hij geeft onze paspoorten terug en excuseert zich voor het ongemak.

 

Na drie maanden Indonesië zijn we klaar voor een nieuw avontuur, al nemen we met een klein beetje weemoed afscheid van het land. We hebben het land en de bewoners in ons hart gesloten, gelukkig hebben we maar een ‘klein’ gedeelte van het land gezien en is er nog voldoende te ontdekken in het toekomst.

Foto 2 – Vertrek met AirAsia

We hangen zo’n drie en een half uur in de lucht waarin we vermaakt worden door het entertainment systeem en een zingende steward. Op een Ukelele speelt hij een paar nummers van Coldplay en Ed Sheeran, terwijl zijn Ukelele versterkt  wordt door de luidsprekers in het vliegtuig. “Als iemand er last van heeft moet hij maar even zijn oren dichtdoen” roept hij lachend, terwijl veel mensen foto- en video-opnames maken. We genieten van de voorstelling die net voor de landing wordt beëindigd onder een luid applaus. Mede door zijn optreden is de vlucht voorbij voordat we het in de gaten hebben.

Nadat we zijn geland en onze bagage hebben verzameld maken we ons op voor een aflevering van Australian Border Security. Onze voorgangers worden stevig ondervraagd terwijl de tassen binnenstebuiten gekeerd worden. Met stempels van Pakistan of Iran in ons paspoort zijn we benieuwd welke vragen wij krijgen. Maar het lijkt alsof we de enigen zijn die niet door de strenge controle heen moeten. Door een vriendelijke jonge douanier worden we geholpen, de tassen gaan door de X-ray en nog geen minuut later staat we in Australië.

Foto 3 – Klaar voor een nieuw avontuur in Australië

We nemen even de tijd en gaan op ons gemak naar de wc waar we eindelijk weer eens veilig uit de kraan kunnen drinken. Wat een genot! Dit betekent ook dat we nu praktisch geen plastic flessen hoeven te kopen. We installeren de Uber-app en bestellen een taxi voor 20 EUR die ons naar de eerste overnachtingsplek in Australië moet brengen. Op de achterbank laten we de eerste indrukken van het 29e land van onze reis op ons inwerken. Keurige wegen zonder files, toeterende weggebruikers of smog. Met de chauffeur hebben we een leuk gesprek over een paar gebruiken in Australië. Vooral voor reizigers met een wat minder groot budget is dit land nogal aan de kosten, vandaar dat veel studenten pakken wijn drinken in plaats van bijvoorbeeld bier. “Have a goon afternoon” leert hij ons lachend. Wat hij daadwerkelijk bedoelt met deze uitspraak wordt ons tijdens de drie maanden op de motor door Australië al snel duidelijk.

Wanneer we de wijk inrijden waar we een Airbnb adres gereserveerd hebben, is de cultuurschok helemaal compleet. Na Indonesië, waar het vaak armoedig en vies kon ogen is het hier een miljonairswijk. Grote woningen, perfect onderhouden voortuintjes en geen vuiltje op straat. We moeten echt even schakelen. Met de instructies die we van Sharon, de eigenaresse van de Airbnb, hebben gekregen, openen we de brievenbus waarin we de afstandsbediening van de toegangspoort en de voordeursleutel vinden. Zelf komt ze pas laat thuis vanavond, we hebben het rijk voorlopig dus voor ons zelf. En rijk dat we ons voelen! Als we over de drempel stappen komen we in de 1e grote ruimte terecht die duidelijk gebruikt word als kinderparadijs. Overal poppen, auto’s en kleurplaten, haar kinderen hebben bijna meer vierkante meters dan ons hele woonoppervlak in Amsterdam. We hebben een mooie kamer met luxe bed en aangrenzende privébadkamer. We stoppen direct met de Amsterdamse vergelijkingen, straks gaan we ons nog onzeker voelen! Met een fles rode wijn en een reep chocolade worden we door Sharon welkom geheten, ze lijkt ons al goed te kennen.

Toch is het fijnste van dit verblijf, dat we in de woonkamer de beschikking hebben over een grote keuken waarvan we gebruik mogen maken. Aangezien we hier vermoedelijk wel een kleine week zullen overnachten is zo’n keuken een klein geschenk uit de hemel.

 

Na de kleine ontdekkingstocht door het huis springen we op de twee mountainbikes die voor ons klaar staan en fietsen naar de dichtstbijzijnde bibliotheek. “Nog geen dag in Australië en jullie staan nu al in een bibliotheek”, lacht de receptioniste ons lachend toe. We leggen uit dat dit nu ook niet direct ons idee was, maar dat we per direct al onze papieren naar het kantoor moeten versturen welke de verscheping van onze motoren organiseert. Lachend verstrekt ze ons een inlogcode voor één van de computers waarna we aan het werk gaan. Documenten zoals vrachtbrieven, reinigingsdocumenten en nog veel meer, worden uitgeprint en in gescand. Twee uur later staan we weer buiten, blij dat we al het papierwerk geregeld hebben. Hopelijk is alles zo naar wens.

 

Op onze mountainbikes met mandje fietsen we naar de naastgelegen megasupermarkt, waar ze bijna alles hebben. We vullen onze boodschappenkar met groente, fruit, heerlijk bruin brood en snacks en gaan met volle tassen terug naar de villa. Alleen hagelslag hebben we niet kunnen vinden, daar moet Bertha helaas nog drie maanden langer op wachten.
In ‘onze’ keuken bereiden we gnocchi met bladspinazie en gorgonzola en samen met de rode wijn die we van Sharon hebben gekregen genieten we van het diner. Na het diner kruipen we samen op de bank en kijken naar een aflevering van Jessica Jones op Netflix. Midden in de spannende scene komt Sharon thuis. We maken kort kennis met elkaar, waarna ze zich snel uit de voeten maakt. Een paar dagen later komen we meer over haar te weten en blijkt dat dit de eerste keer is dat ze via Airbnb haar huis verhuurd. We gaan verder waar we gebleven waren, kijken de aflevering van Jessica Jones af, waarna we in ons heerlijke bedje kruipen.

 


Donderdag 17 mei 2018 Perth

Nadat we ontwaken van een heerlijke nachtrust, merken we al snel dat we het huis weer voor ons alleen hebben. We bereiden een heerlijk ontbijt voor met bruin brood en kaas, dat eindelijk weer eens smaakt zoals het hoort. En de pindakaas voor Erik smaakt bijna als thuis, allemaal ingrediënten voor een prachtige start van de dag!

Vandaag hebben we op de planning staan om Fremantle per fiets te ontdekken. Echter, op het allerlaatste moment gooit onze shipping agent roet in het eten. Ze moet alle bladzijden van het Carnet de Passage per direct in haar bezit hebben, niet alleen de ingevulde bladzijden, maar ook de lege bladzijden. En het originele document moet op kantoor aanwezig zijn wanneer de douane de motoren zal inspecteren. We hebben zo vaak gevraagd wat ze precies nodig had en gister op goed geluk alles in gescand en gemaild. Had ze dit niet drie dagen eerder kunnen aangeven? We slikken een paar keer, stappen over onze frustraties heen en scannen de lege bladzijdes in met een telefoonapplicatie (CamScanner). We passen onze plannen aan en fietsen met een rugtas vol documenten naar het kantoor. Echte fietspaden zijn op sommige plekken ver te zoeken, zodat we vaak op de stoep rijden en laaghangende takken moeten ontwijken. Ook is het warmer dan we hadden verwacht met als gevolg dat we bijna twee uur later bezweet arriveren bij het kantoor van Navia Logistics. We vragen naar één van onze drie contactpersonen, maar worden door een vierde persoon ietwat onvriendelijk te woord gestaan. Terwijl hij zijn lunch op een onsmakelijke manier lijkt te willen delen met ons, pakt hij de stapel papieren ongeïnteresseerd aan. Voordat we het überhaupt in de gaten hebben, heeft hij zich alweer uit de voeten gemaakt. Voor zo’n ontvangst hebben we twee uur gefietst, denken we allebei, en druipen ietwat teleurgesteld af.
In een eetcafé om de hoek eten we een slap broodje en bevestigen voor de zekerheid bij onze drie contactpersonen van Navia Logistics dat we alle benodigde documenten op het kantoor hebben afgeleverd.

 

We fietsen verder en gaan op zoek naar campingstoeltjes. Van de oude hebben we immers ‘afscheid’ genomen in Georgetown, Maleisië. Na een paar winkels bezocht te hebben, geven we het op en fietsen dan met inmiddels pijnlijke billetjes terug naar de villa. We eten de restjes van gister op en gaan vroeg slapen. Het was een andere dag dan we ons hadden voorgesteld. Gelukkig is het een troostende gedachte dat we nog voldoende dagen hebben om Perth en Fremantle te ontdekken voordat onze motoren arriveren.

Vrijdag 18 Mei 2018 Perth / Fremantle

Na weer een goddelijk ontbijt gaan we nu wel Fremantle bezoeken. Niemand gooit onze plannen op het laatste moment in de war. De billetjes zijn behoorlijk gevoelig van het harde fietszadel, toch is het een heerlijke manier om de omgeving te ontdekken. Met een prachtig uitzicht op de Swan-river fietsen we zo’n 16 kilometer naar waar we ons eerste point-of-interest hebben, de regenboog-zeecontainer (Rainbow Sea Container). Negen verschillend gekleurde containers gestapeld in de vorm van een regenboog vlakbij de Fremantle haven. En vlakbij onze motoren, die we op het containerschip ‘Swan River Bridge’ kunnen zien staan vanaf deze plek. Zo dichtbij en toch nog zo ver weg. We hebben nog geen idee wanneer we de motoren kunnen verwachten.

We fietsen verder en parkeren de fietsen bij de campingwinkel Kathmandu voor de deur, waar we een kijkje nemen voor campingstoelen. Ze hebben hier de inklapbare stoelen van Helinox, behoorlijk aan de prijs, maar door veel overlanders gebruikt en geprezen. Ingeklapt neemt hij maar weinig ruimte in beslag, uitgeklapt zit hij heerlijk. Zoals elke wat grotere uitgave denken we er nog even over na.

 

We lopen verder door het stadje, wat met zijn wat oudere huisjes en vele rommel- en hergebruik zaakjes een beetje een hippie uitstraling heeft. Aangekomen bij de Fremantle market, waar een soortgelijke sfeer hangt als in de Foodhallen in Amsterdam, voelen we ons gelijk thuis. We kijken rustig wat rond, als we ineens bijna tegelijkertijd een kraampje zien met onvervalste kroketten en Hollandse friet. Terwijl het water ons in de mond stroomt, worden we in onvervalst Rotterdams aangesproken door de vrouw achter de dampende kroketten. “Jazeker schat, echte kroketten met Zaanse mosterd en friet met Remia fritessaus”. We zijn verrast door haar Rotterdamse tongval en hartverwarmende spontaniteit, hier moeten we wel wat bestellen. En zo zitten we even later aan de friet en kroketten met onvervalste Hollandse saus en wanen we ons even terug in Nederland.

Na de culinaire uitspatting van de maand lopen we door het stadje naar onze volgende bestemming, de Fremantle gevangenis, welke gebouwd is tussen 1851 en 1859. Het complex beslaat nu een oppervlakte van circa zes hectare, maar is sinds november 1991 niet meer als gevangenis in gebruik. Veel van de gebouwen zijn gerenoveerd en hebben een andere bestemming gekregen. In 2010 is deze gevangenis, met 10 andere vergelijkbare objecten, opgenomen in de UNESCO Werelderfgoedlijst.

We boeken de ‘achter de tralies’ tour voor 20 AUD p.p. en wachten een klein half uurtje op onze gids. De groep is ongeveer twintig man groot, waarvan het grootste deel Australiërs. De gids vertelt dat zijn ouders in de gevangenis als arts hebben gewerkt en dat hij zodoende in zijn jeugd veel tijd heeft doorgebracht binnen de muren. We denken eerst nog dat we aan het Australische accent moeten wennen, maar later wordt duidelijk dat deze man een vreselijke humor heeft. Hij lijkt dikwijls de enige te zijn die om zijn grappen en woordspelingen kan lachen. Ons bereikt hij er in ieder geval totaal niet mee. Gelukkig is het museum voldoende voorzien van tekstuele uitleg, zodat we de gids al vrij snel negeren. Alleen in de executiekamer luisteren we wat aandachtiger naar de humorloze doperwt, de uitleg over mislukte verhangingen doen ons huiveren. Mensen die wel tot vier keer opnieuw opgehangen moesten worden, omdat ze maar niet wilden sterven. Of terdoodveroordeelden die zo zwaar waren, dat het touw brak. Volgens de gids was de verhangingstechniek pas vlak voor de afschaffing daarvan, pas echt een beetje ‘op niveau’. Een lugubere kamer waar we snel weer uit willen vertrekken. De cellen die we mogen bezoeken zijn zo klein dat we goed kunnen voorstellen dat je knettergek wordt wanneer je hier al een paar weken zit. Een mooie tour, maar na een uurtje maken we ons snel uit de voeten.

Foto 17 – Bertha op weg naar de uitgang van Fremantle Prison, proefverlof…

Op weg terug naar onze villa stoppen we bij een grote en gezellige tweedehands boekenzaak, waar we een Hema wegenatlas kopen. Niet te verwarren met de Hollandse ‘Hema’, maar de wegenboeken van dit merk zijn één van de beste.

Aangezien Australië maar liefst 185 keer groter is dan Nederland, verwachten we niet één goede kaart van het land te vinden maar meerdere zodat de schaal iets leesbaarder is. En zo staan we een half uur later weer buiten met een wegenboek van de Hema met zo’n 100 pagina’s vol met mogelijkheden om te bezoeken tijdens onze drie maanden in Australië.

Net voordat de duisternis invalt zetten we de fietsen weer in de garage en schenken we een wijntje in.

 

Zaterdag 19 Mei 2018 Perth / Fremantle

Vandaag doen we het wat rustiger aan en slapen lekker uit. Na een bruine-boterhammen ontbijt gaan we weer op pad, al protesteren onze billen weer enorm als we ze op het zadel nestelen. De fietsen zijn perfect om de omgeving te ontdekken, ze hadden echter wel iets comfortabeler mogen zijn. Vanaf de villa fietsen we naar de Fremantle Art Gallery waar voornamelijk moderne kunst en werken van Aboriginals, de oorspronkelijke bewoners van Australië, hangt. Later leren we nog veel meer over deze Indigenous People zoals ze ook wel worden genoemd.
Geen entreekosten vandaag, wat een museum direct een stuk laagdrempeliger maakt. Het museum is wat klein, maar omdat een deel van de expositie naakt bevat blijft Bertha bij sommige schilderwerken nogal gebiologeerd wat langer hangen 🙂

Na dit cultureel verantwoorde uitstapje, fietsen we verder naar Bathers Beach waar we onze boterhammen opeten. In de meeste Aziatische landen aten we altijd langs de kant van de weg, nu genieten we van onze eigen keuken. Bruin brood met kaas of pindakaas, wie kan daar nu niet van genieten? En genieten doen we hier zeker, we hebben een prachtig uitzicht op zee en zien enorme containerschepen de haven bereiken. Op één van die schepen stonden onze motoren, maar waar ze nu zijn gebleven weet niemand.

Na de middagonderbreking bezoeken we het scheepvaartmuseum ofwel het West Australische scheepswrakkenmuseum. Een leuk en leerzaam museum met een uitgebreide VOC collectie, met zelfs een origineel stuk van de Batavia. Een Nederlands spiegelretourschip uit de 17e eeuw, gebouwd tussen 1627 en 1628 op de Peperwerf in Amsterdam. Het schip sloeg op de vroege ochtend van 4 juni 1629 lek op Morning Reef voor de Australische westkust. Een deel van de opvarenden bleef achter op kleine eilandjes, terwijl een andere groep met een sloep naar Batavia (Jakarta) zeilde om hulp te halen. Toen de redding arriveerde, was er onder de achtergeblevenen muiterij uitgebroken en waren er uiteindelijk nog weinig levenden op het eiland te bekennen.

Het bezoekje aan het Round House is iets minder spectaculair. Het eerste (vaste) gebouw van Fremantle, gebouwd in 1830, is het oudste gebouw in West Australië. Soms moeilijk voor te stellen voor ons Europeanen, waar dit nog als relatief jong gebouw kan doorgaan. Gebouwd voor het gevangenzetten van kolonialen en Aboriginals, maar al snel in gebruik genomen als politiebureau. In de paar kleine cellen staan wat stoffige poppen met wat tekstuele uitleg. Toch kan dit museum duidelijk wel een opfrisbeurt gebruiken. We lopen terug naar onze fietsen, zeggen gedag tegen Bon Scott en melden ons voor een biertje bij de Little Creatures Brewery.

Litte Creatures Brewery is één van de vijf brouwerijen in Fremantle. De naam is afkomstig van het album Little Creatures van de band Talking Heads en refereert aan de levende gistcellen die de suikers veranderen in ethanol. Het gebouw waar de brouwerij in is gevestigd, werd origineel gebruikt voor de opslag van jachten en vervolgens als krokodillenboerderij. In de grote zaal kun je tussen de stalen tanks dineren of ‘simpel’ bier drinken. De menukaart is samengesteld om tijdens het drinken te eten en om alles samen te delen. Een mooie plek waar wij ons snel thuis zouden kunnen voelen, als we nu eens een paar vrienden over konden teleporteren. 🙂

Het is druk in de brouwerij, zodat we even moeten zoeken naar een mooie plek. We lopen even door de brouwerij heen waarna we al snel een plek krijgen toegewezen. Met uitzicht op de zandbak en haven nippen we van een heerlijk doch zeer prijzig biertje.

We fietsen met een grote glimlach op ons gezicht terug naar ‘huis’. Het was een prachtige en relaxte dag in Fremantle, een dorpje dat ons hart wel een beetje gestolen heeft.

Zondag 20 Mei 2018 Perth

Zondag rustdag. Nadat we ons ontelbaar vaak hebben omgedraaid, zetten we na het ontbijt een blog op onze website en werken aan nieuwe plannen. We genieten enorm van dit huis wat langzaam een beetje als ons thuis begint te voelen.

 

Maandag 21 mei 2018 Perth

Maandag, en nog steeds geen nieuws over onze motoren. We beginnen ons steeds meer aan het bedrijf te irriteren, de wijze van communiceren of het complete gebrek daaraan maakt het er allemaal ook niet makkelijker op. Toch proberen we ons niet al te gek te laten maken, we hebben toch al eerder met douane perikelen te maken gehad? Een paar dagen later komen we erachter dat het ergste nog moet komen…

 

Vandaag gaan we op de fiets richting het centrum van Perth, het zakenhart van West Australië. Volgens velen ook de hoofdstad van Australië, wat echter niet waar is. Canberra is de hoofdstad, zo’n 3500 kilometer verderop gelegen vlakbij de oostkust. Of we hier ook nog een bezoekje aan gaan brengen met de motoren valt nog te bezien.

 

Vanaf een afstandje zien we de grote ‘wolkenkrabbers’ op ons afkomen, een echte zakenstad met overal neonreclame van de grote bedrijven. Bij de receptie van het kunstmuseum van Perth leveren we onze rugzakken in en wachten een paar minuten voordat we worden opgehaald voor een gratis groepsrondleiding. We wandelen samen langs een aantal moderne kunstschilderwerken waar we uitleg krijgen over de ideeën of hersenspinsels van de betreffende kunstenaar. Na afloop geven we elk schilderij een duimpje omhoog, duimpje omlaag of neutraal. Het voelt een beetje kinderlijk, maar we merken wel dat je juist op deze manier nog beter naar de werken leert kijken. Na een rondleiding van twee uur staan we weer buiten en fietsen we naar het Elizabeth Quay plein, genoemd naar Koningin Elizabeth de 2e. Een kleine oase van rust tussen al het geweld van de wolkenkrabbers.

We verlaten de ‘oase van rust’ en fietsen naar een outletcentrum om een petje voor Erik te scoren, met ingevoerde zweetband. En dit komt goed van pas als we later naar Kings Park fietsen. Het laatste stuk is bijna twintig procent bergop. Erik kan nog net trappend naar boven fietsen, Bertha moet halverwege ‘opgeven’ en lopend het laatste stuk overbruggen. Het vierhonderd hectare grote park ligt aan de westkant van Perth op berg Eliza vanwaar we een prachtig uitzicht hebben op de Swan rivier en de zakenwijk van Perth. Kings Park is een mengeling van grasland, botanische tuinen en natuurlijk bushland. Voordat de eerste Europeanen het park hadden ontdekt, was dit een belangrijke ceremoniële en culturele plek van een Aboriginal stam, de Whadjuk-stam. Willem de Vlamingh, een Nederlandse zeekapitein die de centrale westkust van Australië aan het einde van de 17e eeuw verkende, heeft het gebied vernoemd naar de vrouw van Ralph Darling, een officier in het Britse leger. Ook hier vinden we dus weer Nederlandse invloeden wat ons trots maakt.

Door het park zijn mooie wandelpaden aangelegd, waaronder een wandelpad tussen de boomtoppen. Over een lengte van 620 meter lopen we ruim 50 meter boven de grond tussen de bladeren van de Eucalyptus bomen. Gelukkig is de brug dusdanig geconstrueerd dat Bertha vrijwel geen last heeft van haar hoogtevrees. Via allerlei kruip-en-sluipdoor paadjes bereiken we een restaurantje waar we een dik verdiende magnum verorberen, onze voeten kunnen zo mooi even uitrusten van de wandeling. Als we het park weer achter ons laten en langs de Swan rivier terugfietsen, krijgen we de mooiste verrassing van de dag, we zien dolfijnen! We proberen ze snel op de foto te zetten wat niet al te makkelijk gaat, ze gaan telkens kopje onder. Met een grote glimlach fietsen we de laatste paar kilometers terug naar de villa.

Foto 35 – Dolfijnen in de Swan rivier op weg naar Perth

Dinsdag 22 mei 2018 Perth  

We hadden er vurig op gehoopt dat we vandaag onze motoren op konden halen. Het enige dat we echter krijgen is een behoorlijk onvriendelijke mail van één van onze contactpersonen, ‘Don’t contact us, we contact you!’. Gewoon stilzitten en wachten tot je geschoren wordt, echt iets voor Bertha en Erik. Omdat we Fremantle en Perth helemaal uitgeplozen hebben, besluiten we om met de trein naar de Ikea te gaan. Jawel, de meubel-gigant heeft hier ook een vestiging waar we misschien gelijk wel een Zweeds balletje kunnen prikken. In Indonesië heeft Erik afscheid genomen van zijn schapenvachtje, vanwege de strenge douane controle op ziektes en enge beestjes. We hebben dagenlang de motoren schoongemaakt en zagen het niet zitten om het vachtje ook mee te nemen met het risico dat één van de motoren het land niet in zou komen.

Via de ‘verplichte’ Ikea-route komen we uiteindelijk aan bij de tapijtafdeling waar we een nieuwe schapenvacht voor Erik vinden. Hopelijk kunnen we deze zelf net zo goed prepareren als dat (schoon)moeder Lenie dat vorig jaar heeft gedaan.
Terug in de villa doen we het rustig aan. Terwijl Bertha aan de website werkt, fietst Erik heen en weer naar de supermarkt om boodschappen te doen voor het avondeten.

Foto 37 – Bertha in de trein naar Ikea

Woensdag 23 mei 2018 Perth

En daar is dan ineens HET bericht, we mogen onze motoren ophalen! Maar niet eerder voordat we bij de bank een astronomisch bedrag betaald hebben voor bemiddeling en douanekosten. We hadden vooraf duidelijke afspraken gemaakt over de kosten, helaas worden we geconfronteerd met een extra toeslag van de douane. En zo zijn de kosten in Australië ineens verdubbeld. Met het stoom uit onze oren bellen we Lizze, één van onze contactpersonen. We waren al geen vrienden met haar, voor alle partijen is het wellicht beter dat ze op ‘veilige’ afstand op kantoor in Melbourne zit. Er vallen harde woorden over en weer aan de telefoon, maar we komen geen centimeter verder.  Wanneer we het bedrag niet betalen worden de motoren ook niet vrijgegeven en zal na 72 uur ‘gratis’ opslag in het magazijn er per uur een toeslag betaald moeten worden. We verbreken de verbinding, tellen onze knopen, pakken wat spullen en bestellen een Uber-taxi. Bij de bank worden we vriendelijk geholpen door een corpulente dame die maar wat graag ons geld in ontvangst neemt. Met twee betalingsbewijzen op zak bestellen we een nieuwe taxi die ons na lang zoeken vindt bij de uitgang van de bank en ons naar XLI brengt. Daar aangekomen begint de ellende….

 

We melden ons bij dezelfde receptioniste als een paar dagen terug en vragen naar één van onze contactpersonen. Weer worden we geholpen door de onpersoonlijke ‘vierde’ man die onze papieren een beetje nors doorloopt, ons wat andere papieren laat ondertekenen en dan de vraag stelt die we niet zagen aankomen: “Wat hebben jullie geregeld qua transport van de twee kratten?”. We kijken elkaar even vragend aan en geven aan dat we geen transport nodig hebben aangezien we op de motor wel zullen rijden. We moeten alleen het voorwiel nog monteren en de accu aansluiten. “Vergeet het maar” komt het er bijna schreeuwend uit, “er wordt hier niets uitgepakt of gesleuteld, jullie moeten een transportbedrijf vragen om de twee motoren op te halen”. We proberen rustig te blijven en geven aan dat één van onze drie contactpersonen in een reactie op de mail heeft aangegeven dat we de motoren hier kunnen uitpakken en rijklaar kunnen maken. “Wat een onzin, dat had ze nooit mogen zeggen” vloekt en tiert de man nu, “als jullie geen transport regelen blijft de motor hier” en de man maakt zich na deze laatste zin stampend uit de voeten.

 

Inmiddels zijn we zelf ook behoorlijk geïrriteerd, maar toch is er nog iets in ons systeem wat ons kalmeert. We overleggen kort met elkaar waarna Bertha bij de buren gaat informeren of zij ons wellicht kunnen helpen. Met een vorkheftruck kunnen we de motoren van dit terrein afhalen, als we nu bij de buren op het terrein onze motoren wel rijklaar mogen maken?
Erik mag, nadat hij zich heeft ingeschreven en zich in een oranje hesje heeft gehesen, met een andere medewerker een kijkje bij de motoren nemen. Het hele tafereel doet denken aan de reclame van Ohra waarin een moeder met haar kind een paarse krokodil probeert op te halen in het zwembad. “Ja, dit zijn jullie kratten met daarin de motoren” zegt de medewerker, alsof Erik dit zelf niet in de gaten heeft.

De houten bovenplaat/deksel is al van de kist en Erik ziet tot zijn ontsteltenis dat de koffers ook half open in de kist liggen. Deze hebben ze dus met geweld opengemaakt aangezien ze de sleutels van de motoren of koffers niet in hun bezit hadden. Vooraf hebben we meerdere keren aangegeven bij de inspectie aanwezig te zijn, of op zijn minst de sleutels van de koffers te overhandigen. Het bedrijf wilde er niets van weten, en het terrein betreden was nadrukkelijk verboden. Met het laatste beetje positieve energie probeert Erik de medewerker nog éénmaal te overtuigen dat we de motoren toch echt hier rijklaar willen maken. Maar ook de laatste medewerker begint zijn onbeschofte kant te laten zien en schreeuwt nu ook bijna dat we ‘gewoon’ transport moeten regelen om die troep hier van het terrein af te halen.

 

Bertha heeft zich inmiddels weer bij de receptie gevoegd en ziet er een stuk gelukkiger uit. “Ik ben even bij de buren geweest, ze zijn bereid om de kisten op te halen met een vorkheftruck” legt ze Erik en de medewerker uit. “Nee, nee, nee, zeker niet!” schreeuwt de medewerker nu. “Niemand doet hier zaken met de buren, er loopt zelfs een rechtszaak tegen die prutsers!”. Nu schreeuwt iedereen naar elkaar, we maken toch zeker zelf wel uit wie ons helpt?! De medewerker verlaat woest de receptie en laat ons achter. En nu? We besluiten de buurman maar vriendelijk te bedanken en proberen het aan de overkant van de straat bij een staalfabricage bedrijf (Alfa Fabrication). We leggen ons probleem uit waarna de manager een beetje begint te lachen. Niet geheel duidelijk in bewoording, maar meer dan duidelijk aan zijn lichaamstaal af te lezen is deze man wel gewend aan de ‘flexibiliteit’ van XLI. Hij heeft er totaal geen moeite mee als we de kratten op zijn bedrijf neerzetten en de motoren weer rijklaar maken. Ook al het afval mogen we in zijn container gooien, geen enkel probleem en zonder kosten. Vol goede moed gaan we weer terug naar XLI en melden ons wederom bij de receptie. Gelukkig zijn ze nu met het aanbod van de andere buren net wat minder agressief en geven ze een kleine opening om mee te willen werken. Ze zijn bereid om de kratten op de grens van het bedrijf en de openbare ruimte neer te zetten zodat iemand anders de kratten op kan halen. We spreken even met de heftruckchauffeur van XLI die het duidelijk niet eens is met de regels van zijn werkgever waarna hij even met de heftruckchauffeur van de overburen babbelt. Even later gaan de kratten de ‘grens’ over en staan ze eindelijk op neutraal terrein. Hier kunnen we de schade opmaken. Wat Erik al eerder had geconstateerd blijkt helaas waar, alle sloten van de koffers zijn opengebroken. De tent is uit de koffer en de tenttas gehaald en letterlijk in de houten kist terug gesmeten. Gelukkig lijkt de tent niet beschadigd en kan Erik de sloten vrij snel weer repareren. Onze woede zakt zo rustig iets af.

We zetten er een beetje de vaart in, er is tenslotte een hoop tijd verloren gegaan aan het geruzie met de overburen. Op dit terrein gaan om 17.00 uur de hekken op slot, zaak dus om op tijd te vertrekken. We slopen de houten kratten, welke de reis goed hebben doorstaan en proppen alles in de bedrijfscontainer. In zo’n drie uur hebben we de motoren weer voorzien van het voorwiel en bagage, zijn de remmen goed afgesteld en zijn we klaar voor vertrek. Alleen de motoren zijn niet klaar voor vertrek, ze starten allebei niet. Vanwege transportregelgeving mocht er geen, of amper benzine aanwezig zijn in de motoren zodat we direct denken aan een brandstofprobleem. Inmiddels is iedereen al vertrokken, behalve Matt Everett, de manager van Alfa Fabrication. Hij stelt voor om met één van ons naar het dichtstbijzijnde benzinestation te rijden om wat benzine op te halen. En zo gaat Bertha met twee jerrycans samen met Matt op pad terwijl Erik de motoren ‘bewaakt’. Na zo’n twintig minuten zijn ze weer terug en staan we te trappelen om met de motoren weg te rijden. Was dat maar waar, ook met drie liter benzine in de tank willen de motoren niet starten. Zou dan toch de brandstofpomp vervuild zijn? De heftruckchauffeur van XLI kwam vanmiddag nog even bij ons polsen en gaf aan dat de benzinetanks van eerdere reizigers compleet vervuild waren door de slechte brandstoffen in Indonesië. We weten het even niet meer en Matt heeft dit snel in de gaten heeft. Hij stelt voor dat we de motoren in de zaak parkeren, waar ze veilig achter slot en grendel staan, morgen kunnen we terugkomen en in alle rust naar het probleem zoeken. We gaan akkoord met zijn voorstel en zo zitten we tien minuten later met een pruillip op de achterbank van een Uber-taxi op weg terug naar onze villa.

Foto 41 – Helaas starten de motoren niet

‘Thuis’ aan de biefstuk breken we ons hoofd over de mogelijke motorproblemen. Erik heeft via Whatsapp contact met Hans Schaap over de mogelijke oplossingen. “Hebben jullie de accu al gecontroleerd, eventueel met een startkabel aan een auto?” vraagt Hans. We kijken elkaar stomverbaasd aan, waarom hebben we geen moment aan de accu gedacht? Omdat we constant dachten dat de brandstof de oorzaak was, de motor gaf immers wel een startgeluid, zaten we vermoedelijk in een vicieuze cirkel waardoor we nooit andere ‘problemen’ hebben onderzocht. Hopelijk is dit dé oplossing voor het probleem! De dag is helaas nog niet afgelopen en net voordat we willen gaan slapen krijgen we nóg meer slecht nieuws. We hadden gevraagd of we nog een nachtje langer in de villa mochten logeren, maar helaas heeft Sharon de kamer weer nodig voor haar moeder. We moeten dus ook nog op zoek naar een nieuwe slaapplaats voor morgen. Oververmoeid kruipen we voor het laatst in ons grote bed. Wat een dag was dit!

 

Donderdag 24 Mei 2018 Perth (nieuw Airbnb adres)

Erik heeft de gehele nacht amper geslapen. Waarom staan de motoren niet hier in de garage? Wat kan toch het probleem zijn dat de motoren niet willen starten? Met een Uber-taxi vol bagage gaan we terug naar Alfa Fabrication om hopelijk dit keer wel op onze motoren te vertrekken. Op de eerste verdieping vragen we aan Matt of we wellicht zijn auto mogen gebruiken als starthulp. Hij werpt ons een bos autosleutels van één van de bedrijfswagens toe en wenst ons veel succes. We zetten de eerste motor naast de pick-up, koppelen de accu’s aan elkaar en nog geen seconde later loopt de eerste Transalp als nooit tevoren! Dus toch de accu, hoe simpel kan het zijn!!! We springen elkaar juichend in de armen, het avontuur in Australië kan nu echt beginnen! We bedanken iedereen, maar vooral Matt, voor hun gastvrijheid en hulp en geven zoveel gas dat we een streep van rubber achterlaten op het terrein. De motoren bepakt en Bertha en Erik in hun vertrouwde motorpakken, de wereld lacht hun weer toe! Bij het dichtstbijzijnde tankstation gooien we de motoren vol en zoeken daarna een rustig plekje op zodat we de windschermen kunnen monteren.

In de stad zoeken we vervolgens naar een opvangbak voor de oude olie, voordat we echt vertrekken uit Perth willen we de motoren verwennen met nieuwe motorolie. Na een paar motorzaken bezocht te hebben vinden we een zaakje waar onze motoren voor 40 AUD arbeidsloon voorzien kunnen worden van een nieuw oliefilter- en motorolie. Voor dat bedrag hebben we eigenlijk geen zin om het zelf te doen en we maken een afspraak voor de volgende ochtend. Nadat we bij de Aldi (hoge kwaliteit, lage prijs… zelfs hier in Australië) wat boodschappen hebben ingeslagen rijden we verder naar ons nieuwe overnachtingsadres. We wachten in de voortuin op één van de eigenaren van de Airbnb, ze werken namelijk allebei tot 17.00 uur. De buurt en de woning zijn een stuk minder luxe en schoon, het contact met de bewoners is echter veel warmer. Ze werken allebei zo veel als mogelijk om de bankrekening te spekken. Over een paar jaar willen ze terug naar Ierland, waar ze beide zijn opgegroeid. Samen drinken we een paar glazen wijn, waarna iedereen zijn eigen weg gaat. In het kleine kamertje duiken we het bed in waarna we bijna niet kunnen slapen van enthousiasme. We kunnen niet wachten op het avontuur!!

 

Vrijdag 25 mei 2018 Perth

We staan al om 06.30 uur naast ons bed. Behalve de hond is het huis leeg, elk mogelijk uurtje wordt benut om geld te verdienen. We verorberen een ontbijtje en vertrekken richting de garage. Precies tussen de buien door arriveren we bij de winkel, waar een deel van de vloer onder water staat. Het heeft vannacht behoorlijk geregend, iets waar het dak niet helemaal tegen bestand was. De eigenaar vertelt dat hij met zijn bedrijf onlangs verhuisd is naar dit pand, omdat het de laatste jaren niet zo vlot loopt in de motorwereld. Hij heeft drie van zijn vier monteurs moeten ontslaan en kan maar net zijn hoofd boven water houden. Gelukkig huurt hij dit pand, zodat hij niet nog meer kosten heeft aan de lekkage.

 

We rijden de motoren achterom waar we ontvangen worden door een vrolijke Koreaanse monteur. Hij spreekt rustig en met een klein Australisch accent, maar werkt daarentegen met de snelheid van het licht. Voor we het in de gaten hebben is de eerste motor al voorzien van een nieuw filter en olie. De laatste twee filters, ook direct de laatste oliewissel van dit avontuur. De Koreaan heeft zelf ook al aardig wat avonturen beleefd, waaronder een motortrip in Zuid-Amerika. Hij is net vader geworden van zijn eerste kind, wat ook een mooi avontuur is. Hij nodigt ons uit om vandaag bij hem te logeren, zodat hij al zijn verhalen kan vertellen en wij onze, zijn koelkast staat vol met bier. Toch bedanken we hem vriendelijk, en rijden even later met verse olie terug naar onze Airbnb.

‘Thuis’ maken we alles klaar voor het aanstaande vertrek van morgen, de eerste echte reisdag in Australië. Samen prepareren we het schapenvachtje voor Erik, elastiekbanden moeten er voor zorgen dat deze goed vast blijft zitten onder het zadel. Bertha en Erik, voor al uw huis-tuin en keukenproblemen. 🙂

Wanneer het Ierse stel rond 21.00 uur thuiskomt drinken we samen nog wat rode wijn, of eigenlijk drinken wij de wijn van het huis op. Zelf drinken ze liever bier, ze zijn allang blij dat de wijn zo een beetje opkomt. Of we niet langer willen blijven? Over dat antwoord hoeven we allebei niet lang na te denken, zeker niet! We willen rijden, Australië ontdekken!

Zaterdag 26 mei 2018 Perth – Port Denison

Het heeft de gehele nacht zo heftig gestormd en geregend dat we ons afvragen of het wel verstandig is om vandaag te vertrekken. Tijdens het ontbijt lijkt de schutting van de buurman het zelfs bijna te begeven. Maar onze drang naar avontuur is zo sterk dat we net doen alsof er niets aan de hand is. We trekken de Magna-regenpakken aan, inmiddels aardig aangetast door het weer, en surfen op de golven van wind en stortregen de straat uit.

Foto 47 – Niemand kan ons tegenhouden

Nog geen 20 minuten later staan we drijfnat bij een tankstation ons af te vragen waar we aan begonnen zijn. Gelukkig zijn de weergoden met ons en stopt het langzaam met regenen zodat alleen de wind ons de rest van de dag blijft teisteren. Rond de middag arriveren we bij het Nambung natuurpark, waar we voor 9 AUD met de motor een rondje door het park mogen rijden.
Het Nambung National Park is een bizar maar erg bijzonder park en ligt ten noorden van Perth in Western Australia. Je kunt dit park het beste omschrijven als een zanderig stoppelveld van duizenden kalkstenen pilaren en naalden, de Pinnacles, die soms wel vijf meter hoog zijn. De vroege Hollandse zeevaarders geloofden in eerste instantie dat ze hier te maken hadden met een ruïne van een stad. Later kregen ze door dat het pilaren van fossiele plantenresten zijn.

De weg door het park is onverhard, toch is het prettig rijden. Vermoedelijk zijn er al zoveel auto’s over de zandpaden gereden dat het bijna onmogelijk is om hier vast te komen zitten of van de motor af te vallen. We kijken onze ogen uit en begrijpen de verwarring van de Hollandse zeevaarders.

Wanneer we het park weer uitrijden heeft Erik bijna een botsing met een emoe, na de struisvogel de grootste vogelsoort in Australië. De emoe kan wel 2 meter hoog worden en 60 kilo. Gelukkig kunnen ze ook snelheden van 50 kilometer per uur halen zodat hij net voor de neus van Erik wegsprint. Een paar kilometer verder ziet Bertha de eerste levende kangoeroe. Dode kangoeroes hebben we al voldoende langs de kant van de weg gezien, een soort waarschuwing dat we in schemering of donker moeten oppassen voor deze vrolijke huppelaars.

Rond 16.00 uur komen we aan bij onze eerste kampeerplaats, het Dongara Denison Tourist Park, 18 AUD excl. stroom en incl. wifi (GPS: -29.278037, 114.917043). Een vriendelijk onthaal staat ons te wachten bij de receptie. Een vrolijk echtpaar is heel nieuwsgierig naar onze verhalen en vertelt zelf dat hun zoon op dit moment in België is voor een uitwisselingsproject. Vast heel leerzaam volgens de vader, maar waarom stuurt hij zo vaak foto’s van biertjes in donkere cafés? We lachen hard en vertellen hem dat de wortels van het Belgische bierbrouwerijen ver terug in de middeleeuwen gaan en dat de rijkdom van Belgische bieren internationaal geprezen wordt door gerenommeerde bierexperts. Een mooie plek om te studeren dus! Lachend nemen we afscheid van elkaar en zetten onze tent op naast een zandduin op een mooi stuk grasveld. We kunnen niet wachten om eindelijk weer eens in ons ‘kleine’ huisje te slapen.

Voordat de zon ondergaat maken we nog een wandeling over het strand en door het kleine pittoreske maar uitgestorven dorpje.

Foto 52 – Bertha op het strand van Dongara

Zondag 27 mei 2018 Port Denison – Kalbarri 

Voor de wekker van 07.00 uur is Erik al wakker. Hij moet nodig plassen, maar besluit toch nog maar even tegen Bertha aan te blijven liggen. Bertha zelf heeft slecht geslapen, de Balinese slaapzakken zijn toch een stuk minder warm dan verwacht. Hopelijk gaat de temperatuur snel omhoog!

Na het ontbijt stappen we op de motor en laten de camping achter ons. Het is droog, maar nog wel goed koud, echt wennen na het warme Indonesië. De wegen zijn perfect, wat uitnodigt om ‘hard’ te rijden. Met zo’n 100 kilometer per uur schieten we door het Australische landschap. Nadat we een paar uur gereden hebben, komen we aan bij Hutt Lagoon, een langwerpig zoutmeer wat ook wel het roze meer genoemd wordt. Door de aanwezigheid van algen met een hoge concentratie bèta-caroteen, die hen beschermen tegen het intense zonlicht, kleurt het meer prachtig roze. Een mooie plek om even een pauze te nemen.

We rijden verder langs de kust die ons prachtige plaatjes schenkt. De zee is hemels blauw en de rotsformaties langs de kust is om te genieten. We stoppen verscheidene malen om foto’s te maken.

Foto 55 – Prachtige kustlijnen

Na een mooie dag ontheroad komen we aan bij Murchison River Caravan Park (38 AUD excl. stroom), waar we ‘onthaald’ worden door een behoorlijk chagrijnige receptioniste. Ze werpt ons een lange lijst met campingvoorschriften onder de neus, een lange lijst met verboden. Voor 38 AUD mogen we een plekje uitzoeken. Wat betreft de wifi hebben we alleen een beetje bereik bij de receptie, wat volgens deze vriendelijke dame complete onzin is. “Overal op de camping is wifi, ik heb nog nooit klachten gehad”, snauwt ze ons toe. We kijken elkaar aan en begrijpen waarom, liever geen wifi dan nogmaals terug naar de receptie! We maken ons snel uit de voeten en zoeken ons toegewezen nummertje op. Een stuk kunstgras wat meer geschikt is voor caravans, moet vandaag doorgaan voor een tentplaats. We hangen een waslijn op, uiteraard verboden, hangen onze motorpakken en onderkleding op en zetten onze nieuwe campingstoeltjes in elkaar. Uiteindelijk hebben we toch de Helinox stoelen gekocht, een flinke uitgave, maar wat goedkoper doordat het merk uit Australië komt. De stoelen zijn comfortabel, compact en licht van gewicht zodat ze makkelijk bij de rest van de bagage passen.
Als we net getoast hebben met een rode wijn, worden we aangesproken door een Australische Nederlander. Ze is in de 60er jaren met haar ouders vanuit Groningen geëmigreerd naar Australië en praat nog redelijk goed Nederlands. Maar vooral heel veel! We proberen er in het begin nog tussen te komen, maar laten haar op een gegeven moment maar praten en praten en praten. Een half uur laten proberen we doch vriendelijk afscheid te nemen van de vrouw. We zijn inmiddels aangekomen in de huidige tijd en weten alles van de Groningse over wat ze de afgelopen 60 jaar heeft meegemaakt.
Vlak voor het eten maken we nog een wandeling door het dorpje terwijl de zon prachtig in zee zakt. We twijfelen even of we een biertje nemen in het dorpscafé, het ontbreken aan klandizie en het feit dat het café de uitstraling heeft van een Holland Casino doet ons besluiten om verder te lopen. Alcohol is behoorlijk prijzig in Australië, wanneer we een biertje willen nemen moet het wel de moeite waard zijn.

Maandag 28 mei 2018 Kalbarri – Hamelin Pool 

We staan vroeg op en besluiten eerst te ontbijten en later de tent af te breken. Op deze manier vallen we de rest van de campinggasten niet lastig met ons afbreeklawaai. Ongetwijfeld hebben we alsnog mensen wakker gemaakt, want net na 08.00 uur staan we al vooraan bij de receptie te wachten op ons eerste avontuurtje van de dag: pelikanen voeren. Een oude traditie die ooit is ontstaan door toedoen van een oude visser die hier in de straat woonde. Na het schoonmaken van zijn vis gaf hij het afval altijd aan de pelikanen die uiteindelijk elke ochtend bij hem op de stoep stonden. Als hij er een dagje niet was braken ze bijna zijn huis af op zoek naar voedsel. Na het overlijden van de oude visser is de traditie door een groep vrijwilligers voortgezet zodat toeristen en dorpsbewoners kunnen blijven genieten van de pelikanen.

 

Samen met zo’n 50 andere bezoekers worden we welkom geheten door een ietwat gezette dame in een toepasselijk maar o zo lelijk paars Pelikanen shirt. Ze vertelt het verhaal over de oude visser terwijl ze omsingeld wordt door meeuwen. Er is geen pelikaan te zien in de buurt. “Zo is de natuur nu eenmaal” zegt ze lachend, “die bepaalt haar eigen regels”. Uiteindelijk worden we toch verrast door een eenzame Pelikaan die voorzichtig dichterbij komt. De snavel van de Pelecanus conspicillatus is enorm fors. Er zijn gevallen bekend met een gemeten snavel van 49 centimeter! Iedereen die wil mag de pelikaan voeren, door middel van een onderhandse rustige worp met een klein visje is de snavel bijna niet te missen. Toch weet Bertha de eerste twee visjes mis te gooien, waarna de omringende meeuwen zich schreeuwend op de prooi storten. Het derde visje is echter raak en is met een extreem snelle beweging verdwenen.

Na het voederen gaan we er vol gas vandoor, en we merken al snel dat de temperatuur nog niet al te hoog is. Gelukkig is het droog en staat er amper wind zodat het eigenlijk wel perfect cruiseweer is. Na een uur rijden komen we aan in Kalbarri natuurpark, waar we een van de belangrijkste toeristische attracties gaan bekijken: een 80 kilometer lange kloof die de rivier de Murchison in het landschap uitgesleten heeft. We parkeren de motoren en hoeven maar een klein stukje te lopen om overweldigd te worden door het prachtige uitzicht. We helpen een paar gezinnen met het maken van het perfecte plaatje waarna we zelf gaan zitten voor een fotosessie bij Nature’s Window.

Op de weg terug naar de motoren zeggen we iedereen vrolijk gedag, helaas krijgen we lang niet altijd respons. In voorgaande landen werden we door vrijwel iedereen gedag gezegd, hier zijn we één van de velen. Overal rijden huurcampers of krakkemikkige tweedehands terreinwagens op zoek naar het ultieme avontuur in een te kort tijdsbestek. Wellicht zijn we hier in Australië alweer een stapje dichter bij de realiteit van weinig tijd en andere welvaartsziektes.

We stappen weer op de motor om een stuk verderop een andere diepe kloof te bekijken, die toepasselijk de Z-kloof wordt genoemd, omdat deze zich in de lettervorm door het landschap vormt. In de zomer kan het op deze plek makkelijk 50°C graden worden en is het park alleen in de vroege ochtend geopend.

 

Wanneer we de laatste kilometers over de World Heritage Drive richting Hamelin Station Stay afleggen (22 AUD excl, GPS: -26.400522, 114.165670), rijden we bijna over een groep rupsen heen die elkaar als een soort goederentrein volgen. Waarom ze dit wonderlijke toneelspel uitvoeren is ons niet duidelijk, maar is het zowel prachtig als humoristisch om te zien.

Foto 63 – Een goederentrein van rupsen

De laatste kilometers richting de kampeerplaats rijden we offroad over een goed begaanbare grindweg. Hamelin Station Stay is echt in het midden van niets en heeft ook bijna niets. Geen drinkwater, wifi of dataverbinding en stroom van een dieselaggregaat. De receptioniste lijkt net zo antiek als de omgeving en hoort ons pas na een paar keer goed lawaai maken binnenkomen. We kunnen de tent op het grasveld neerzetten voor 22 dollar per nacht, waarvoor we ook kunnen douchen. Als de duisternis invalt worden we verwend met een prachtige sterrenhemel boven de camping waar de locatie nu met al zijn antieke accenten regelrecht uit een echte cowboyfilm lijkt te komen.

Dinsdag 29 mei 2018 Hamelin Pool – Monkey Mia – Hamelin Pool

Ondanks dat we vroeg opstaan moeten we onze ambities iets bijstellen. De bedoeling was om 6.45 uur te vertrekken richting Monkey Mia om dolfijnen te kunnen voeren, maar alles gaat deze ochtend iets langzamer. Of het komt doordat onze botten wat koud zijn van de frisse nacht of door de antieke keukenapparatuur die de kooktijden nogal verlengt. We vertrekken ruim een uur later waardoor we bij aankomst in Monkey Mia net de tweede voederronde mislopen.

Monkey Mia maakt deel uit van het Shark Bay Marine Park, een gebied wat op de Werelderfgoedlijst staat. De belangrijkste attractie is het dagelijks voeren van de dolfijnen, die daar al sinds de jaren zestig dicht bij de kust komen. Op deze gebeurtenis wordt door de overheid zorgvuldig toezicht gehouden. Zo worden de dolfijnen ‘wild’ gehouden door ze enkel s’ochtends te voeren en ze aan een afgemeten dieet te houden.

 

In het gebied rond Monkey Mia, dat in 1890 voor het eerst werd beschreven, waren lange tijd vissers en parelvissers actief. De herkomst van de naam is niet helemaal duidelijk. Mia is een woord van de Aboriginals, dat thuis of schuilplaats betekent. Het woord Monkey wordt echter niet alleen in verband gebracht met een gelijknamig schip van parelvissers, dat hier in de late negentiende eeuw zou hebben geankerd, maar ook met apen die Maleisische parelvissers als huisdieren bij zich hadden, met een spreektaalwoord voor schapen en met een schoener genaamd Monkey, die in 1843 in dit gebied zou zijn geweest.

 

We kleden ons om en nemen op ons gemak een kop koffie om de tijd te doden. Na een half uurtje zien we de eerste dolfijnen al die in duo’s en trio’s langs de kustlijn zwemmen. Niet veel later worden we bij elkaar geroepen en mogen we met onze voetjes in het water staan. We zien dat iedereen even moet wennen aan het koude water. Lachend schuifelen we een beetje heen en weer. We krijgen eerst een energieke uitleg van een parkmedewerker. Slechts 10% van hun dagelijkse voedselbehoefte krijgen de dolfijnen hier door de toeristen gevoerd zodat ze niet afhankelijk zijn van dit voederuurtje. En het zijn vrijwel altijd dezelfde dolfijnen die langskomen voor een visje, anderen gaan liever zelf op jacht.
Het is prachtig om de dolfijnen van zo dichtbij te bewonderen, en volgens de parkmedewerker doen de dolfijnen precies hetzelfde. Wanneer ze langs zwemmen draaien ze hun kop dikwijls zodanig dat ze elke toerist in zich opnemen. Hopelijk mogen wij zo ook een visje voeren zodat we ze wat dieper in de ogen kunnen kijken. Maar hoe we ook flirten of op andere manieren de aandacht proberen te trekken van de parkmedewerkers, we worden niet uitgekozen om een visje te voeren aan de dolfijnen.

Nadat we onze bikers-outfit weer aan hebben getrokken, rijden we een paar kilometer verder om onze watervoorraad in het stadje Denham bij te vullen. Er is een openbare voorziening waar je gezuiverd drinkwater kunt halen, 20 liter voor 1 dollar. Dat pas lang niet allemaal in onze drinkflessen, 4 colaflessen á 1,5 liter en twee drinkflessen á 0,75 liter, maar alsnog is het een goede deal. Nadat we alles gevuld hebben en zelf nog even onder de tapkraan hebben gehangen rijden we verder en stoppen we bij Shell Beach. Een strand bedekt met ontelbaar veel schelpen over een traject van 60 kilometer tot een diepte van 7 tot 10 meter. Het is één van de slechts twee stranden in de wereld volledig gemaakt van schelpen. Het zeewater heeft hier een hoog zoutgehalte, omdat de schelpen (kokkel soort Fragum Erugatum) als één van de weinige zich hebben kunnen aanpassen aan de omgeving. De schelpen zorgen er in combinatie met de zon voor dat we een prachtig, maar verblindend uitzicht hebben op dit fascinerende natuurverschijnsel.

De laatste stop die we vandaag maken is bij Eagle Bluff, een spectaculaire hoge klif die uitkijkt over Shark Bay. Wandelend over een houten promenade hebben we een prachtig uitzicht over het water en het koraal. We speuren de zee af op zoek naar dolfijnen, haaien of doejongs (zeekoeien) maar hebben vandaag niet al het geluk van de wereld.

Foto 72- Vergezicht bij Eagle Bluff

Terug in Hamelin Pool zetten we onze motoren naast de tent neer en lopen richting het ‘Stromatolieten-strand’. Stromatolieten zijn een vorm van afzettingsgesteente dat vaak zeer gelaagd is en veel kalk bevat. Het ontstaat doordat cyanobacteriën het sediment invangen en vasthouden. Deze vormen vervolgens laag op laag op een wijze die vergelijkbaar is met de wijze waarop koraalriffen ontstaan.

Stromatolieten behoren tot de oudste fossielen, sommige zijn al 3,5 miljard jaar oud! In het Precambrium tijdperk kwamen ze veel voor, maar tegenwoordig worden ze nog slechts gevormd in enkele speciale milieus, in het bijzonder op plekken waar het water zeer zout of alkalisch is. In normale milieus zou een stromatoliet veel sneller door dieren afgegraasd worden dan hij kan worden opgebouwd.

Na een lange dag vol avonturen frissen we ons op en trekken warme kleren aan voor de koude nacht. Voordat we de tent inkruipen genieten we nog van opkomende volle maan boven het Hamelin Pool Telegraph Station (1884) en de ontelbare sterrenhemel. Zelfs de beste bioscoopzaal kan hier niet aan tippen.

Foto 74 – Stromatolieten
Foto 78 – De maan komt op boven de camping

Woensdag 30 mei 2018 Hamelin Pool – Carnarvon – Coral Bay

Vroeg de tent uit vandaag, we gaan ruim 450 kilometer proberen af te leggen met een tussenstop voor een retourtje maan. We hebben gemerkt dat de geasfalteerde wegen er goed bijliggen, zodat een wat grotere afstand niet al te veel problemen op moet leveren, behalve wat zadelpijn wellicht.

We stoppen in Carnarvon om een heus ruimtevaartmuseum te bezoeken. Het museum vertelt het weinig bekende verhaal over de rol die Australië heeft gespeeld in de vroegere ruimtevaartindustrie. Het Carnarvon Tracking Station is gebouwd om NASA programma’s Gemini, Apollo en Skylab te ondersteunen. Op 21 juli 1969, de dag van de maanlanding en de legendarische woorden van Armstrong, bracht het Tracking station de eerste stappen van de mens op de maan naar het tv-publiek. De eerste live-uitzending in West-Australië was een dubbel memorabele dag. Vandaag de dag is het Tracking Station en fascinerend en speels ruimtevaartmuseum waar je zelfs in een echte spaceshuttle mag plaatsnemen voor een lancering, uiteraard wel met de nodige veiligheidskleding!

Buiten deze gekkigheid om is het museum een echte aanrader. We hadden er stiekem nog wel een paar dagen kunnen rondlopen en dat voor een entreeprijs van maar liefst 10 AUD per persoon inclusief koffie, thee en een brownie.

 

Nadat we de maan bezocht hebben en veilig zijn teruggekeerd op aarde trekken we met onze ‘simpele’ motoren verder richting Coral Bay. Het is een prachtige dag om te rijden, we genieten van elke minuut. Bij het laatste roadhouse gooien we onze brandstoftanks vol en ontmoeten we Mark, een Nederlander die al een tijdje in Australië woont. Hij heeft zijn motorrijbewijs hier in Australië gehaald en is nu met zijn ietwat te kleine Honda CB500 op weg richting Broome. Hij heeft daar een baan gevonden als juwelier, waarvoor hij ook gestudeerd heeft. Tegen het vallen van de avond bereiken we Coral Bay waar het afgeladen vol is met toeristen. De eerste camping heeft dan ook geen plaats meer voor ons kleine tentje waarna we het bij de buren proberen (Bayview Caravan Park / 45 AUD). Hier hebben ze nog wel een stukje gras over, ‘slechts’ 45 AUD zonder stroom. Net als we onze tent hebben opgezet komt Mark ook de camping op rijden. Samen koken we in de gemeenschappelijke ruimte en delen we een fles rode wijn.

Donderdag 31 mei 2018 Coral Bay

Nadat we allebei vroeg in de ochtend onze blazen moesten legen besluiten we maar direct om de dag te beginnen. We vullen de wasmachine met vuile was en lopen de camping af naar de bakker aan de overkant. Vers gebakken brood en croissants, wat kan het leven in Australië toch prachtig zijn! Bij de campingreceptie huren we twee snorkelsetjes (á 7 AUD per persoon) om het Ningaloo-rif te bekijken. Een populaire duik- en snorkelplek met een grote verscheidenheid aan koraal- en visleven en één van de beste plekken om walvishaaien en manta’s te zien. De laatste twee zien we helaas niet door onze snorkelschermpjes, het koraal is echter adembenemend. Langer dan twintig minuten houden we het echter niet uit. Niet alleen het uitzicht is adembenemend, de kou maakt ook dat we adem tekort komen. De watertemperatuur brengt onze lichaamstemperatuur een paar graden naar beneden. Aan de waterkant staan we na een uur nog te rillen, twijfelend of we nog een keer gaan of niet. Toch maar niet. Ook een warm bord met vette Fish en Chips kan ons niet echt verwarmen. Gelukkig zijn we bij het avondeten met hulp van een rode wijn weer opgewarmd en bakken we hamburgers en aardappels op de barbecue plaat die je op vrijwel elke camping wel kunt vinden.

 

Vrijdag 1 Juni 2018 Coral Bay – Exmouth

Gisteravond vielen we in slaap met regen, we staan ook weer op met regen. Na een paar keer de wekker negeren regent het nog steeds. We laten de tent nog even staan en besluiten ons eerst om te kleden en te ontbijten. En dat is een goede beslissing geweest. Na het ontbijt is het gestopt met regenen zodat we de tent enigszins droog kunnen inpakken. Fijn ook dat we weer een droge rijdag voor de boeg hebben. De tent droogt vast vanavond wel weer compleet op als we hem opnieuw op een andere plek weer opzetten.

De eerste tussenstop is na zo’n 160 kilometer bij een roadhouse waar we de motoren voor 1,60 AUD per liter vol gooien. De prijzen stijgen langzaam, als reden krijgen we vaak te horen dat dit komt omdat we steeds verder van de beschaving verwijderd raken. Een steenworp verderop slaan we boodschappen in: brood, fruit en verse groente.

Vlak voor Cape Range National Park slaan we onze tent op bij Yardie Homestead Caravan Park (32 AUD excl.). Kamperen in het park zelf is voor ons niet mogelijk, of we hadden een paar maanden van tevoren een plekje moeten reserveren.

We eten eerst ‘rustig’ onze boterhammen op terwijl we de roze kaketoes van ons af moeten slaan. Daarna zetten we de tent weer op.

Bij de vriendelijke maar praktisch onverstaanbare receptioniste huren we twee snorkelsetjes en gaan we met de motor op pad naar het Cape Range National Park en de snorkelplek Turquoise Bay. Bij de ingang van het park zien we een bordje hangen met de mededeling dat de campings vol zitten, voor niemand wordt een uitzondering gemaakt. We betalen 7 AUD per motor, rijden een paar kilometer door het park waarna we afslaan richting het strand. We zijn bij Turquoise Bay, vanwaar je met een paar zwemslagen boven het Ningaloo riff kunt snorkelen. Dit strand staat bekend als één van de mooiste koraalriffen van Australië, je ziet hier kleurrijk koraal, schildpadden en meer dan 500 verschillende vissoorten.

Het zal allemaal wel, maar zo snel als we in de zee zijn zo snel zijn we er weer uit. Werkelijk overal zwemmen kwallen, je voelt ze overal langs je lichaam glijden en ziet ze recht voor je snorkelvizier! Half in shock bereiken we veilig het strand weer waar we een beetje beteuterd bijkomen. Erik besluit op een strand in een naastgelegen baai op onderzoek uit te gaan terwijl Bertha stoïcijns langs dit strand blijft staan. Een klein stukje verderop is de zee een stuk rustiger en Erik ziet tot zijn verbazing dat hier helemaal geen kwallen zwemmen. Waarom zwemmen alle hordes toeristen dan in het kwallengebied? Hier is vrijwel geen kwal meer te zien en het koraal en het onderwaterleven is werkelijk prachtig. Bertha springt er ook bij en samen zien we kleurrijk koraal, zeesterren, ontzettend veel verschillende vissoorten en zelfs twee pijlstaartroggen.

Na meer dan een uur snorkelen zwemmen we terug naar het strand en warmen ons op onder de brandende Australische zon. Internet en de vele reisboeken hebben niet gelogen, het is een prachtige plek. Jammer genoeg mogen we onze tent hier niet opzetten, anders hadden we dat zeker gedaan.

 

Vlak voordat we het strand verlaten raken we aan de praat met een ouder echtpaar. Al jaren gepensioneerd en zoals alle andere Grey Nomads die we onderweg tegen komen zijn ook zij op weg naar het noorden voor warm weer. Ze hebben een bootje op het dak van de auto die, uiteraard automatisch, in een handomdraai in het water gehesen kan worden. Zo komen ze de maanden wel door vertellen ze lachend.

Wanneer we terug naar de camping rijden zien we werkelijk overal kangoeroes. Het zijn er zoveel dat we zelfs de snelheid moeten aanpassen. Hier in het Cape Range National Park hebben ze blijkbaar alle ruimte om de families uit te breiden. We ontwijken ze allemaal en bereiken zonder kleerscheuren de camping. Na een heerlijke douche maken we samen een goed gevulde tomatensoep met een stokbrood. Op de camping zien we nu ook ‘bekende’ gezichten, mensen die we al eerder hebben gezien. We zijn niet de enige die deze route bedacht hebben en gelukkig zijn het niet allemaal Grey Nomads.

Wanneer we de tent inkruipen merken we dat de nachten ook langzaam warmer beginnen te worden, we hebben gelukkig steeds minder dekens nodig.

 

Zaterdag 2 juni 2018 Exmouth – Nanutarra

We worden heerlijk wakker na een goede en warme nacht, ruimen de boel op en ontbijten in de gezamenlijke keuken. Smeerkaas met ham en eieren die wellicht al bedorven zijn, volgende keer moeten we ze toch maar wat sneller opeten. We laten de basic maar fijne camping achter ons en gaan op pad. We bezoeken de Vlaming Head Lighthouse, een vuurtoren vanaf waar je als één van de weinige plekken in Australië zowel zonsopgang als zonsondergang kunt bewonderen.

Na een tussenstop in Exmouth voor benzine en boodschappen rijden we richting Nanutarra, een vermoedelijk nietszeggende tussenstop. Vandaag rijden we voor het eerst met muziek in de helmen, iets wat we de gehele reis nog niet eerder gedaan hebben. We luisteren allebei naar wat anders, omdat het bereik van de oortje te klein is om te delen, maar dat maakt de pret er niet minder om. We zingen allebei zo hard dat de microfoon af en toe denkt dat er een noodsignaal verstuurd moet worden en zo de spraak/intercom inschakelt. We lachen elke keer erom en zeggen elkaar dan dat dit niet de bedoeling was en drukken vervolgens de intercom weer weg en gaan door met meezingen.

In de middag stoppen we op een parkeerplaats (Barradale Rest Area) die ook gebruikt wordt als overnachtingsplaats om te zien of we hier ook kunnen overnachten. Omdat er nergens een mooi plekje voor onze tent te vinden is, en de publieke wc bijna overstroomt, besluiten we om een stuk verder te rijden naar een Roadhouse met campingvoorzieningen. Aan het einde van de middag komen we er aan en zien direct dat we een goede beslissing hebben gemaakt. Voor 20 AUD zetten we onze tent op in het midden van een grasveld bij Nanutarra Roadhouse en hebben de beschikking over onze eigen picknickbank. We ‘lenen’ stroom van het naastgelegen douchehokje en koken na een korte wandeling een gezond prakje. In onze Helinox stoelen genieten we de rest van de avond van de sterrenhemel en een glas rode wijn.

Zondag 3 juni 2018 Nanutarra – Karijini

We worden wakker na een koude nacht. Vooral Erik omdat hij zo eigenwijs was om geen extra kleding aan te trekken. Toch hebben we goed geslapen op de tankstation-camping. Naast ons sliepen er nog een paar wegwerkers en een verdwaalde camper. Met haar goede voorzieningen was het tankstation een perfecte tussenstop. In de nacht hebben we wel een paar keer de roadtrains in volle snelheid voorbij horen komen. We vragen ons af hoeveel dieren zij in het donker wel niet doodrijden. De eerste kilometers letten we extra goed op, we willen niet over de ‘restjes’ kangoeroe of ander gedierte heen rijden.

Bij een tankstation in Tom Price worden we door een Nederlander met Australisch accent aangesproken. “Jullie zijn toch niet echt Nederlanders” komt hij vragend aangelopen. We vertellen hem dat we toch echt vanuit Amsterdam deze kant op zijn gereden waarna hij van verbazing bijna geen adem meer krijgt. Hij werkt al zo’n 20 jaar in voornamelijk de mijnbouw en komt vrijwel nooit meer in Nederland. Binnenkort is het eindelijk zo ver, samen met zijn dochter die geboren is in Australië, gaat hij op familiebezoek. Lachend zegt hij dat er misschien ook wel wat motorkilometers gemaakt gaan worden in de BeNeLux. We laten hem hoofdschuddend bij het tankstation achter en doen bij de plaatselijke supermarkt de laatste paar boodschappen voordat we richting Karijini National park rijden. Het op een na grootste nationale park in West-Australië staat bekend om de vele uitzichten op de door de rivier uitgesleten kloven. De camping ligt zo’n 80 kilometer van de doorgaande weg en de laatste tien kilometer zijn offroad. Slechts tien kilometer, toch zit het rode stof direct overal.

Nadat we elkaar een paar keer flink hebben afgeklopt melden we ons bij de receptie van het Eco Retreat Karijini voor een campingplaats. Maar helaas, er is geen ruimte meer beschikbaar. We proberen de jongen nog op andere gedachten te brengen, we hebben tenslotte maar een ‘piepklein’ tentje. Terwijl we vermoeden dat hij wel mogelijkheden ziet komt zijn vermoedelijke meerdere zich ermee bemoeien. Een vreselijke kenau die ons ijzig mededeelt dat er geen uitzonderingen gemaakt kunnen worden. “Voor jullie types hebben we nog wel plek op de slaapzaal”, zegt ze met een vieze grijns. Als ze er ook nog bij verteld dat een bed 208 AUD per persoon kost gunnen we haar geen blik meer waardig, bedanken de jongen en verlaten de receptie. De gasten die hier langskomen voor een dagwandeling moeten zelfs 5 AUD betalen om hun drinkflesje te vullen of van het toilet gebruik te mogen maken. Uit protest pissen we alle twee praktisch voor de deur van de receptie in de bosjes en vullen onze drinkflessen bij een vriendelijke barman.

 

Door onze protestactie verlaten we uiteindelijk lachend het campingterrein en vliegen ruim 30 kilometer lang over los gravel naar de volgende camping. Offroad rijden vergt al behoorlijk wat concentratie, maar met een ondergaande zon is het al helemaal een uitdaging. Helaas is de volgende camping ook vol maar zijn ze hier wel zo vriendelijk om ruim van te voren een bord neer te zetten. Camping vol, volg bordjes noodcamping. En zo staan we midden op de Australische rode vlaktes tussen andere gestrande reizigers onze tent in het donker op te zetten. De Dales Gorge Overflow camping is overigens gratis. Er is een bushtoilet aanwezig en er staat een grote waterton die voor het douchen en afwassen gebruikt wordt. Nadat onze tent op de rode harde ondergrond staat, frissen we ons ook op bij de waterton. Snel, voordat het water op is. Lachend maar ook rillend gooien we elkaar nat, zie ons zo staan in ons ondergoed midden in Australië!

 

Maandag 4 juni 2018 Karijini National Park

We staan vroeg op en vertrekken snel naar de ‘officiële’ camping zo’n tien kilometer verderop om een plekje te bemachtigen. Op Dales Gorge Campground is het: wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Terwijl Erik een gezellig praatje maakt met de oudere dame die de poort ‘bewaakt’, handelt Bertha de financiële zaken af bij het kantoortje (20 AUD, zonder stroom, douches of stromend water). De camping is vrijwel gelijk aan de noodcamping van gisteravond, alleen ontbreekt hier de douche. Wat minder luxe maar de camping ligt strategisch wel beter in het nationale park. We kunnen vanuit onze tent zo naar het startpunt van de wandeltocht lopen. We krijgen campingplaats 80 toegewezen waar wel acht tenten en motoren passen, maar daardoor wel wat meer ‘ik-sta-alleen-in-de-natuur’ gehalte krijgt. Nadat we genoten hebben van een kop koffie trekken we onze sport annex wandeloutfit aan en gaan een wandelingetje maken in het Karijini National Park. Van bovenaf hebben we prachtig uitzicht op de kloven en waterpoeltjes, misschien kunnen we ook wel zwemmen?!

Het pad naar bededen is steil, deels uitgehakt uit de rotsen of voorzien van stalen treden, maar de wandeling is de moeite waard. Beneden hebben we prachtig zicht op Fern Pool, waar we zo snel mogelijk inspringen. Een ongelofelijke plek om op je rug te dobberen in koel turquoise water en te staren naar de prachtige rode rotsformaties en groene vegetatie.

We kleden ons weer aan en wandelen verder door de kloof, langs de uitgesleten rotswanden die vermoedelijk zo rood zijn vanwege het hoge ijzergehalte in het gesteente. Af en toe moeten we ‘slootje’ springen of flink klauteren, maar verder is deze als zwaarste bushwalk gemarkeerde route goed te doen. Er zijn vrij weinig mensen, zodat het lijkt alsof we tijdens onze bammetjes lunch de prachtige omgeving voor ons alleen hebben. Wanneer we bijna bij Circular Pool zijn, komen we de boswachter (ranger) tegen. Hij vertelt ons dat we vandaag een goede dag hebben uitgekozen, morgen kan het helemaal anders zijn vanwege de regen. Wanneer het te veel regent sluit hij zelfs de wandelroute vanwege overstromingsgevaar. Wat treffen wij het weer 🙂 . Zowel van boven als beneden is de Circular Pool prachtig om te zien en onweerstaanbaar om erin te duiken. Omdat de gevoelstemperatuur in vergelijking met de Fern Pool een stuk lager ligt blijft het echter bij een paar snelle borstslagen.

Na twee keer ‘gedoucht’ te hebben wandelen we schoon terug naar onze campingplaats waar we de rest van de middag genieten van de rust en de omgeving.

Dinsdag 5 juni 2018 Karijini National Park – Port Hedland

Geen thee of koffie bij het ontbijt vandaag, het waait zo hard dat we blij zijn dat de tent er nog staat! Omdat we ook in de verte onheilspellende wolken aan zien komen besluiten we snel te vertrekken. We blijven de regen voor, maar moeten opboksen tegen zware windstoten die met het uur erger lijken te worden. En dat is ook te merken aan de motoren. Bij zo’n 230 kilometer is de tank van Erik helemaal leeg. Pruttelend kan hij de motor nog net veilig aan de kant van de weg zetten waar hij zuchtend tot stilstand komt. Met de reservetankjes vullen we beide motoren bij zodat we het laatste stuk naar het tankstation kunnen overbruggen. Behalve het eerste gedeelte van de dag is het overigens het saaiste stuk van Australië. Kale vlaktes, veel grote roadtrains en Port Hedland is een nogal armoedige stad. Op Blackrock Tourist Park, waar we 20 AUD betalen voor een campingplaats zonder stroom is het niet veel beter. Gelukkig hebben we elkaar nog! 🙂

Woensdag 6 juni 2018 Port Hedland – Eighty Mile Beach Caravan Park

Wanneer we de tent uit kruipen worden we wakker met zwarte wolken boven ons. We ruimen snel de tent op en maken daarna in de gezamenlijke keuken een stevig ontbijt. Als we later op de dag onze tent weer opzetten horen we van onze buren dat nog geen uur na ons vertrek er noodweer boven Port Hedland was losgebarsten!

Terwijl we genieten van ons ontbijt verbazen we ons over het feit dat iedereen er zo’n ongelofelijke zooi van heeft gemaakt. Wanneer we de Duitse backpackers vragen of ze de barbecue nog gaan schoonmaken kijken ze ons verbaasd aan. “Dat hebben we gister allang gedaan”, roepen ze in koor. We halen onze schouders op, maar moeten even later hard lachen wanneer we ze alsnog de barbecue zien schoonmaken.

 

Het eerste gedeelte van de dag etappe is vrijwel net zo saai als gister, waardoor we maar besluiten om naar al het tegemoetkomende verkeer te zwaaien. Samen met de vele roofvogels die we zien vliegen maakt dat het rijden toch een beetje aantrekkelijk. Het Eighty Mile Beach Caravan Park ligt tussen Port Hedland en Broome en is zo een ideale onderbreking van het lange saaie stuk snelweg. De laatste tien kilometer vanaf de doorgaande snelweg richting het strand is onverhard met grind en zand, niet al te lastig. Al denkt Bertha daar anders over… Na twee kilometer schreeuwen door de oortjes is het genoeg geweest en stopt ze resoluut. We verlagen de bandenspanning bij de motor van Bertha waarna het volgens haar alweer een stuk beter gaat. Lachend bereiken we de camping waar we goede verhalen over hebben gehoord. Dat we de hoofdprijs moeten betalen (35 AUD) voor een stukje gras vergeven we ze maar even, de camping aan het strand ligt er prachtig bij. Van alle kanten worden we aangesproken door campinggasten, benieuwd naar onze verhalen en enthousiast over hun eigen verhalen. We besluiten de gesprekken even te onderbreken en naar het strand te lopen, misschien kunnen we wel een duik nemen. De zee is wild en om de paar meter staat een visser met één of meerdere hengels waardoor we de duik maar achterwege laten. Terug op de camping lopen we over een kleine rommelmarkt. De rommelmarkt is georganiseerd door de ‘campingbewoners’ zelf, die al behoorlijk op leeftijd zijn. De opbrengst ervan gaat naar Flying Doctors. Mocht er iets gebeuren op de camping met één van deze Grey Nomads, dan kan er met behulp van dit geld een vliegtuig hen zo snel mogelijk naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis brengen, zo’n 400 kilometer verderop. Op de rommelmarkt worden we aangesproken door een Rotterdammer die al meer dan 30 jaar in Australië woont. Samen mijn zijn vrouw zijn ze lang geleden geëmigreerd en nooit meer terug geweest. Hun kinderen studeren in Perth en Sydney zodat ze met de caravan een beetje heen en weer peddelen. Voor zijn hobby maakt hij schelpenkettingen die hij enthousiast aan Bertha aanbiedt. “Kies maar wat uit, zo vaak kom ik niet Nederlanders tegen”, lacht hij in onvervalst Rotterdams. Bertha kiest een klein schelpje als souvenir, een schelpenketting zal ze niet zo snel dragen. Nadat de zon in zee is gezakt gaan we voor het eerst uit eten in Australië. Vandaag hebben ze bij het campingrestaurantje hamburgeravond. ‘Neem je eigen stoel en drank mee en geniet van de huisgemaakte hamburgers’ stond op een bord bij de ingang van het park. Voor 24 AUD krijgen we twee heerlijke hamburgers en goede frieten. Met een eigen wijntje genieten we tussen de overwegend oudere mensen van dit lekkers. Wanneer we teruglopen naar de tent begint het langzaam te regenen, hopelijk komt het noodweer van vanochtend niet deze kant op.

Donderdag 7 juni 2018 Eighty Mile Beach Caravanpark – Broome

Het heeft de hele nacht langzaam doorgeregend, zodat we de tent nat inpakken. Hoe zal de zandweg naar de hoofdweg er nu bij liggen? Gelukkig lijkt het alsof de ondergrond door de regen wat harder is geworden en we bereiken al vrij snel weer de doorgaande weg. Bij het eerstvolgende tankstation pompen we de banden van Bertha weer op, gooien de tank vol en vervolgen onze weg. De afstand naar Broome is nog lang. Na een beetje hoofdrekenen blijkt deze waarschijnlijk ook te lang te zijn voor onze benzinevoorraad. Voordat we het door hebben, zijn we helaas alweer meer dan een uur op weg en zullen we de komende uren geen benzinestation meer tegenkomen.  We stoppen langs de kant van de weg, vullen de benzinetanks met onze noodvoorraad bij en vermoeden dat we Broome met de huidige voorraad helemaal niet gaan halen. We zijn nog druk bezig met het bedenken van een oplossing als we een motor horen aankomen. Michael, een Australiër uit Perth op weg naar de Gibb River Road (lees later meer over deze avonturen hier) helpt ons uit de brand. Hij heeft nog genoeg reserve en deelt met een grote glimlach een deel van zijn benzine. We gaan hem vast en zeker nog een keer tegenkomen.

Met de reservebenzine van Michael bereiken we vrij gemakkelijk een benzinestation vlak voor Broome. Op Cable Beach Caravan Park (30 AUD voor ‘backpackers zonder auto’) parkeren we de motoren en maken we voor het eerst in levende lijven kennis met Matze en Melli van Reisegeschmack. Via internet hebben we al vaak met elkaar gesproken, omdat we min of meer dezelfde routes rijden. Nu kunnen we voor eerst met een fles wijn onze verhalen delen. Toch zijn ze ietwat in een mineurstemming, de BMW-motor loopt namelijk niet goed. Tijdens de Gibb River Road, een beruchte onverharde track dwars door het Kimberly gebied die we over een paar dagen ook van plan zijn te gaan rijden, zijn ze gevallen tijdens een rivieroversteek. De motor heeft toen zoveel water ‘gehapt’ waardoor ze noodgedwongen terug naar Broome moesten, achterop een vrachtwagen. De motor loopt inmiddels wel maar heeft zo weinig vermogen dat ze niet weten of ze de reis nog kunnen vervolgen. Aangezien we ze niet echt kunnen helpen laten we ze even alleen met de motor, zetten onze tent op en komen vervolgens weer een andere bekende tegen. Het is Mark, de Nederlandse jongen die we in Coral Bay hebben ontmoet. Hij heeft een nieuwe baan in Broome, het wil alleen nog niet zo lukken met het zoeken naar een huis. Omdat hij op weg is naar de slijterij geven we hem een boodschap mee en zitten we even later met zijn drieën aan de rode wijn. Wanneer de duisternis invalt slepen we Matze en Melli ook de keuken in. Sleutelen in het donker heeft geen zin, even een change of mind kan wellicht andere inzichten geven. En zo zitten daar drie Nederlanders en twee Duitsers in de Australische keuken te praten over wereldse avonturen en idealen. Het leven is mooi. 🙂

 

Vrijdag 8 juni 2018 Broome

We slapen wat uit en na een heerlijk ontbijt gaan we met de motoren de stad in. We slaan voedsel en (nog meer..) wijn in voor vanavond, waarna we naar de Broome bibliotheek gaan. De bibliotheek in Broome staat bekend als één van de drie plekken in het dorp met internet. Terwijl Australië in onze ogen een westers en ontwikkeld land is, hebben wij ons tijdens onze reis nog niet eerder zo geïsoleerd en afgesloten gevoeld van de buitenwereld. Zelfs in High Camp op 4.880 meter hoogte in Nepal, was het internet nog beter. Goed internet, als het er überhaupt al is, hebben we nog niet meegemaakt in Australië. Terwijl Bertha onderzoek doet naar de Gibb River Road, maakt Erik zich op voor een sollicitatiegesprek. Op Bali heeft hij gereageerd op een vacature bij Waternet, een bedrijf dat zich bezighoudt met drinkwatervoorziening, riolering en waterbeheer in en rondom Amsterdam. Een nieuwe omgeving, het hoofdkantoor op fietsafstand en hoge inzet op duurzaamheid maakt dit een mogelijke ideale nieuwe werkgever voor Erik.

 

Na een goed gesprek van meer dan een uur via Skype pakken we onze spullen in en rijden terug naar de camping. We delen het avondeten en de wijn met Matze en Melli die inmiddels een stuk vrolijker zijn. Logisch, hun trouwe BMW lijkt het weer goed te doen zodat ze de reis weer kunnen vervolgen.

 

Zaterdag 09 juni 2018 Broome

Na het ontbijt nemen we afscheid van Matze en Melli, wellicht komen we elkaar onderweg of dichtbij huis weer eens tegen. Zelf rijden we op ontdekkingstocht met de motoren Broome in. Zo bezoeken we de Chinese en Japanse begraafplaats, waar plechtige obelisken grafstenen en gedenktekens afgewisseld worden door wat verwaarloosde graven.

Een groot aantal mensen trok aan het einde van de 19e en begin van de 20e eeuw naar Broome om te werken in de lucratieve parelindustrie. De arbeiders waren afkomstig uit Japan, China, Maleisië en de Filipijnen, en allemaal hebben ze bijgedragen aan het rijke multiculturele erfgoed van Broome.

Bij de plaatselijke campingzaak, waar de sfeer een stuk aangenamer is, schaffen we twee tien liter jerrycans aan voor de komende dagen. Langs de Gibb River Road zijn vrijwel geen tankstations, elke extra liter die we kunnen meenemen is pure winst. Nadat we de motoren op de camping klaar hebben gemaakt voor het vertrek van morgen, lopen we met een paar biertjes naar het strand waar we de zon prachtig in de zee zien zakken. We zijn hier in Broome heerlijk op ons gemak, toch is het tijd om weer verder te trekken. Op naar een nieuw avontuur!

Love to share:

4 Comments

  1. Marion Baas

    Genoten van het verhaal lieve mensen, ondanks dat jullie allweer even thuis zijn!!

    1. Heeft even geduurd maar dan is de eerste blog er eindelijk! En het is fijn om weer bij de familie te zijn 🙂

  2. Een andere Erik ;-)

    Mooi verslag wederom! Heb wel eens gedacht of er niks aan de hand zou zijn omdat dit verslag zo lang op zich liet wachten maar had toen ik jullie insta had gecheckt zag ik dat jullie alweer thuis waren haha. Wel top dat jullie het verslag nog even afmaken 🙂

    1. Hoi Erik,

      Geen paniek inderdaad, maar de omslag naar het ‘normale leven’ kost behoorlijk wat energie. De volgende blog en filmpjes volgen snel!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Top