Week 56-57 Australië: The Gibb River Road in the wild wild west tussen Broome en Darwin

Dat Australië een gaaf land is, hebben we de eerste vier weken al ontdekt. Maar het wordt nog veel gaver! We laten de massa zomertoeristen (grey nomads) uit Perth achter ons en trekken verder naar het noordoosten. Op naar het wilde westen van Australië, waar de wegen vervagen en de kleur van de grond nóg roder wordt!

Zondag 10 juni 2018 Broome – Meda

Na twee dagen geen wekker, gaat vandaag de wekker om 06.30 uur. We gaan weer op pad en wat hebben we er zin in! Afgelopen dagen zijn we druk bezig geweest met de voorbereidingen van onze volgende etappe: De Gibb River Road. Deze 660 kilometer lange weg met diverse zijwegen is grotendeels niet geasfalteerd en staat bekend om haar mooie uitzichten. Langs de weg is nauwelijks voedsel en benzine te koop, dus we hebben in Darwin flink ingekocht. Met koffers vol voedsel voor zeven dagen en achterop twee 10 liter jerrycans en twee 3 liter jerrycans gaan we op pad. Eerst nog even tanken we de jerrycans op de kruising bij het roadhouse in Broome vol, en daar gaan we! Bij het toeristenkantoor in Broome hebben we een gedetailleerde kaart gekocht van de route. Het belangrijkste op deze kaart voor ons is dat alle waterpunten erop staan. Het is bijna onmogelijk om naast alle benzine en voedsel ook nog voor vijf à zes dagen water mee te nemen.

 

Het is een saaie weg naar Derby, waar de Gibb begint. Wel worden we onderweg gegroet door drie grote stieren die midden op de weg staan. Vlak voor Derby brengen we een bezoek aan de Boab Prison Tree, een immens grote Boabab boom waar vroeger gevangenen werden gehouden (meestal Aboriginals), voordat ze naar de naastgelegen gevangenis gingen. Een Boababs heeft een soort gezwollen stam waarvan de vorm van de boom aan een fles doet denken. Ze kunnen tot wel 12 meter hoog groeien en het onderste gedeelte kan wel een stamdikte van 5 meter hebben! De Aboriginals gebruikten water dat ze uit gaten in de boom haalden en gebruikten het witte poeder van de zaaddoppen als voedsel.

Eenmaal in Derby tanken we nog een laatste keer en toppen we de tanks tot op de kop af. Met 32 liter benzine per persoon (19 liter motortank, 3 liter jerrycan en 10 liter jerrycan) starten we De Gibb.

De eerste 30 kilometer van de weg zijn geasfalteerd. Toch rijden we maar 70 kilometer per uur daar waar 110 is toegestaan om benzine te besparen. De laatste tijd rijden we maximaal 14 kilometer per liter en we willen minimaal de 420 kilometer route rijden tot aan het eerste en enige tankstation aan de Gibb. Na 30 kilometer eindigt het asfalt en start de gravelroad. Het eerste stuk is echter net geëgaliseerd met een Grader zodat het nog smoother rijdt dan menig geasfalteerde weg op onze reis. Rond 14.30 uur slaan we een zijweggetje in, nog twee kilometer door los zand naar de wildkampeerplek Emanuel Yard Road Rest Stop (GPS: -17.405949, 124.114528).

 

We lijken de enige te zijn, maar nadat we ons opgefrist hebben met babydoekjes, de tent hebben opgezet en de waslijn hebben gespannen, komt er nog een ander stel aangereden. We hadden hun caravan in de verte al zien staan. Terwijl Bertha de tent en het bed opmaakt, gaat Erik hout sprokkelen voor het kampvuur. Het droge hout brandt goed! Maar of we daarmee ook de vele vliegen en muggen wegjagen? Onder het genot van een wijntje en nootjes genieten we van de ondergaande zon en het kampvuur. We eten vanavond soep met ui, tomaat, wortel en knoflook. Lekker handig, want dan hebben we geen extra water nodig voor het koken. De 7,5 liter die we bij ons dragen zou er anders wel eens heel snel doorheen kunnen gaan. Na het eten doen we nog een slaapwijntje onder de heldere sterrenhemel en om 19.30 uur duiken we de tent in en vallen als een blok in slaap.

Maandag 11 juni 2018 Meda – Windjana Gorge National Park

We worden eerder wakker dan de wekker. Om 5.30 uur zien we vanuit de tent de zon langzaam de hemel rood verlichten. We hebben beide als een roos geslapen, zo stil was het vannacht. Na het opruimen, ontbijten we met zalm uit blik op brood, jummie! Twee cowboys zijn ondertussen bezig op het naastgelegen cattle station. Ze openen de hekken van het ronde hekwerk. Als gevolg zien we steeds meer koeien aan komen lopen om zich naar het cattle station te verplaatsen waar een lekkere maaltijd op hen wacht en vanuit waar ze uiteindelijk naar de slachthuizen gaan. De cowboys komen in hun jeep ook even bij ons buurten. “Jullie maken een hele reis. Moeten we nog iets van afval voor jullie meenemen?”. We bedanken ze voor het aanbod, zoveel hebben we niet en we besluiten de zak zelf mee te nemen.

 

Om 8.30 uur stappen we op de motor en worden we uitgezwaaid door de twee mensen in de caravan. Ze zullen zelf ook elk moment vertrekken. We hebben geen woord met elkaar gesproken, maar het schept toch een beetje een band, zo samen kamperen in the middle of nowhere.

De eerste 80 kilometer vandaag zijn af en aan geasfalteerd. Soms zijn de golven in de weg (wasbordjes of golvingen) enorm hoog en soms valt het mee. Ondertussen hebben we geleerd dat hoe hoger de golvingen, hoe harder we moeten rijden om de klappen te verminderen en over de golven heen te vliegen. We slaan af naar de Leopold Downs Road en stoppen voor een slok water en een banaan. We zien een fietser op ons afrijden. Ja! Ook dié zie je hier rijden! De man komt oorspronkelijk uit Sydney, maar fietst nu het stuk van Perth naar Darwin. Wat een prestatie! Hij had de Engelsman die wij gisterochtend op de camping in Broome hadden ontmoet zelf ook al gesproken. Deze Engelsman was al 21 jaar onderweg op de fiets. Nu van Japan naar Australië en hij hoopt uiteindelijk terug naar Engeland te fietsen over dezelfde route als die wij hebben afgelegd. Deze Engelsman was echter al de tweede fietsfanaat die we zijn tegenkomen die het woord F*ck in elke zin gebruikt. Net als de vrouw uit Engeland die we in Kirgizië troffen. Deze Australische fietser is gelukkig wat netter in zijn taalgebruik. Geïnteresseerd kijkt hij naar onze motoren. “Ik heb weleens een georganiseerd tochtje offroad gedaan, maar toen had ik een lichte motor en werd ik van top tot teen aangekleed en verzorgd. Ik heb echt respect voor jullie om met deze zware motoren hier te durven rijden!”. We wensen elkaar succes en rijden de laatste 20 kilometer naar de Windjana Gorge Campground (GPS: -17.413598, 124.940539) welke we van te voren online moesten reserveren, 26 AUD voor de camping en 7 AUD toegang per motor voor het nationaal park. De camping heeft een prachtig uitzicht op de hoge Gorge, gevormd door water 350 miljoen jaar geleden.

Foto 10 – Windjana Gorge Campground

Nadat we de tent hebben opgezet en een bammetje hebben gegeten lopen we zelf naar de Windjana Gorge. Dit pad, zo’n 1 kilometer lang, loopt over zand en via een rots naar de zoetwaterrivier waar tientallen krokodillen van zo’n twee meter lang, stil liggen te wachten totdat er een lekker hapje te dichtbij komt. Een afstand van zo’n 5 meter tot aan de krokodil wordt aangeraden door de parkrangers. De wandeling biedt prachtige uitzichten.

Op weg terug naar de camping komen we de twee oudere vriendinnen weer tegen die we hadden ontmoet op 80 miles beach en later weer tegen kwamen in Broome. Zij zijn hier nu niet met hun eigen 2WD auto, maar met een dag tour vanuit Broome. Het is een kleine wereld!

Foto 20 – Erik sprokkelt hout voor het kampvuur

Na de wandeling relaxen we in de schaduw van de boom naast de tent met een goed boek. Met de 10 liter jerrycans vullen we de motortanks bij. We hebben er al 150 kilometer op zitten, maar gelukkig blijkt dat we zuinig hebben gereden. In elke jerrycan blijft nog zo’n twee à drie liter over. Ook gelijk maar even de motoren checken. Erik maakt Bertha’s spiegel weer vast, die door het rijden over de golvingen van het wegdek volledig los was getrild. Tot slot zet hij ook het kettingspatbord bij beide motoren vast met een extra tiewrap. Deze zitten onnodig los en maken tijdens het rijden veel geluid, aldus Erik. Terwijl Bertha een vegetarische maaltijd bereidt (rijst, witte bonen in tomatensaus, courgette en ui), steekt Erik het kampvuur aan. Ondanks het droge hout valt het hem tegen. Gelukkig schiet de buurman hem te hulp met aanmaakblokjes. We eten romantisch bij het kampvuur, wat ook wel lekker is, want het koelt snel af. ’s Avonds worden we vergezeld door een jonger echtpaar met twee kinderen die naast ons staan. Ze vinden het zo gezellig bij het kampvuur. We krijgen twee blikjes (vermoedelijk) alcoholvrije biertjes aangeboden en een paar marshmallows voor boven het kampvuur. Smullen!

 

Wanneer we rond 20.00 uur het bed induiken slaapt bijna de hele camping al. Dit, op twee mensen na die nu de hele camping wakker schreeuwen. “Where is the toilet? I cannot find the toilet.” “I don’t know where the toilet is.” “Yes, you know. Where is the toilet?!” De vrouw loopt over de camping op zoek naar het toilet terwijl ze vanuit elke positie haar man toeschreeuwt en om hulp vraagt. De man blijft ondertussen ‘rustig’ op zijn plek naast de bierkoelkast zitten. Slaap lekker…

 

Dinsdag 12 juni 2018 Windjana Gorge National Park – King Leopold Ranges

Rond 9.00 uur stappen we weer op de motor en hobbelen we de 20 kilometer terug naar de Gibb River Road. Onderweg hebben we wederom veel last van de losse gravel golvingen, maar het went. Met zo’n 60 à 70 kilometer per uur is het goed te behappen.

Bij Inglis Gap stoppen we om een foto te maken van het uitzicht, maar ook omdat er nog zo’n twaalf andere bikers staan. Zij zijn met hun motorclub een paar dagen toeren. De mannen zijn gemiddeld 40 jaar oud en één van hen rijdt ook op een Honda Transalp 650. Na een kort gesprek rijden we verder naar de afrit Lennard Gorge. Echter daar aangekomen blijkt de weg gesloten te zijn voor al het verkeer. Hij zal verderop wel onder water staan!

We rijden door naar de afrit Bells Gorge en Camping Silent Grove. Gelukkig is deze afrit niet gesloten, want ook hier hebben we het National Park en de campground al vooraf gereserveerd voor 40 AUD. Het is nodig om dit vooraf te doen, want over de hele Gibb River Road is geen service beschikbaar en kunnen we dus niet gebruik maken van de telefoon of het internet. Maar dan, na vijf kilometer komen we aan bij een flinke rivieroversteek. Auto’s met caravans rijden er net aan doorheen, maar na tien minuten twijfelen besluiten we om te keren. We hoeven er niet doorheen om het einde van de Gibb te bereiken en stel dat er nu wel iets gebeurd, iets wat onze reis zou doen eindigen, dan zou dat verreweg zonde zijn. Omkeren dus. (Twee maanden later hebben we ons probleem gemaild naar het National Park en uiteindelijk het geld voor de camping teruggekregen).

Iets verderop vinden we wildkampeerplek Frog Campground (GPS: -16.906316, 125.770354). Na 185 kilometer offroad vinden we het ook wel welletjes voor vandaag. Naast ons staat er nog één andere auto met een tent. Nadat we de tent hebben opgezet openen we één van Bertha’s koffers om koffie te zetten, maar dan blijkt dat de koffiepot onderweg door het schudden open is gegaan. Meer dan de helft van de pot, zo’n 500 gram oploskoffie, ligt nu verspreid over de koffer en heeft zich zo’n beetje aan alle andere producten in de koffer vastgeplakt. O, nee! Wat een bende! Drama! Gelukkig hebben we een stromende rivier naast onze plek en na een korte inspectie zien we er geen krokodillen zwemmen. We vullen elk een pannetje met water en beginnen te poetsen. Uiteindelijk zijn we meer dan twee uur bezig om alles weer een beetje schoon te krijgen. Daarna maken we ons zelf schoon. Zwemmen durven we niet in verband met de krokodillen, dus gooien we om de beurt pannetjes rivierwater over ons heen. Dat koelt lekker af. Heerlijk! Even soppen, afspoelen, en schoon is Kees! We zouden eigenlijk nog naar de waterval lopen, maar we zijn beide gesloopt!

 

We eten vanavond wraps, blikje kidney bonen, blikje doperwten/wortels/mais, ui, knoflook en een blik Smac Chorizo. Dit laatste blik was maar liefst 6 AUD, maar was het geld meer dan waard! Onder het genot van een rood wijntje snoepen we alvast de eerste helft op, want anders is het veel te veel voor in de wraps. Tijdens het eten hebben we een klein kampvuurtje, dood hout is op dit plekje bijna niet te vinden.

Ondertussen hebben we ook aan de andere kant buren gekregen. Zij hebben een bijl meegenomen waarmee ze net voor het donker diverse bomen compleet hebben omgehakt. In tegenstelling tot ons rokend vuurtje, hebben zij een complete bosbrand. De vlammen zijn meer dan een meter hoog. Enorm gaaf, maar niet helemaal netjes. Omdat we ons hier in een National Park bevinden, mag je officieel helemaal geen bomen omhakken! Nadat ons vuur gedoofd is, steken we een kaarslichtje aan. Met een kaarsje kun je veel beter de sterren zien dan naast zo’n groot kampvuur. We gaan slapen met op de achtergrond honderden kwakende kikkers. Kwaak-kwaak!

 

Woensdag 13 juni 2018 King Leopold Ranges – Manning Gorge

We slapen uit, dat wil zeggen tot half zeven. De zon is al een uur op en slapen lukt dan toch niet meer. Beide hebben we als een blok geslapen. Dat offroad rijden is zo intensief dat we super goed slapen. Afgelopen nacht bijna twaalf uur! De buren hebben het kampuur alweer (of nog steeds?) aan staan. Uitslovers! Na het ontbijt en nadat we alles weer ingepakt hebben vertrekken we rond 8.45 uur. Vandaag rijden we maar een kort ritje naar Mt. Barnett Roadhouse, 30 kilometer verderop, om te tanken en vanuit daar naar de naastgelegen camping Manning Gorge te rijden. Na een klein uurtje hobbelen komen we aan bij het roadhouse. Er staan veel auto’s in de rij maar iedereen rijdt hier op diesel. We parkeren onze motoren vooraan bij de Unleaded 91 tank. Het is hier duidelijk duurder dan in de andere delen van het land, namelijk 1,80 AUD (1,15 EUR) per liter. Nog steeds goedkoper dan in Nederland (1,77 EUR), maar bijna 50% duurder dan in de bewoonde wereld in Perth. Hoe dan ook, we hebben het toch nodig en vullen zowel de motortanks als alle vier de jerrycans vol. We wilden hier eigenlijk ook een bakje koffie kopen, maar van de prijs slaan we stijl achterover. 6 AUD (3,85 EUR) voor een bakje oploskoffie of 20 AUD voor een hele pot. Hier betaal je meer dan het dubbele vergeleken met de supermarkt in Broome. Zó hoog is de nood nou ook weer niet. We betalen enkel voor het tanken 88 AUD en de camping 22 AUD per persoon. Terwijl Bertha afrekent wordt Erik op het tankstation aangesproken door een Aboriginal: “Have you seen a bumper on your way to this roadhouse?” We zagen inderdaad het afgelopen uur een auto met een caravan met een noodvaart van minimaal 100 kilometer per uur voorbij racen over de golvingen van de weg, terwijl de loshangende achterbumper er achteraan stuiterde. Ze reden waarschijnlijk zo hard dat ze het zelf helemaal niet door hadden. “Nee”, lacht Erik en kijkt naar de man zijn been die compleet in het gips zit. “But I almost drove over a wooden crutch (kruk), haha”. “Oh, yeah, that’s mine too!”.

 

De weg naar de camping is nog tien kilometer lang en bestaat uit golvingen die plotseling over gaan in los zand. Bertha valt bijna en met 70 kilometer per uur vliegt ze van links naar rechts over de rijbaan. Wonder boven wonder weet ze de motor overeind te houden. Ook Erik maakt een flinke zwieper.

 

De camping (GPS: -16.647477, 125.927585) zelf is prachtig en we kijken uit op twee grote Boab bomen. Niet veel later komen de buren van twee nachtjes geleden ook aanrijden met de caravan en staan we wederom naast elkaar. Terwijl we de tent opzetten komt er naast ons nog een ouder echtpaar staan. Hoewel er overal voldoende ruimte is, zetten ze de vouwcaravan nog geen meter van onze motoren af. Geen probleem wat ons betreft, mits het gezellige mensen zijn. Maar er kan helaas nog geen “G’day” vanaf. En alsof we niet bestaan lijken ze ons de rest van de dag compleet te negeren…

 

Naast de camping stroomt een rivier die krokodillenvrij moet zijn. Heerlijk koud water, lekker afkoelen! We trekken onze schoenen aan en gaan met het trekpontje naar de overkant. Of eigenlijk zwemt Erik naar de overkant en trekt Bertha met het trekpontje en de tas en schoenen naar de overkant. Vanaf hier is het 2,5 kilometer lopen naar de Manning Gorge waterval. Niet ver, dachten we, maar de hike is er één in de zwaarste categorie. Over rotsen klimmen we omhoog en omlaag. Er staat geen zuchtje wind en het kwik stijgt tot meer dan 40 graden.

Foto 31 – Hike Manning Gorge, ieder zijn hoofddeksel

Na ongeveer een uur komen aan bij de waterval en het meertje. Gelukkig blijkt het de moeite waard te zijn! Het is een prachtige oase in een oase van rust. Snel springen we erin om het zweet van ons lijf te spoelen. Naast ons zijn er nog zes anderen, that’s it! Een man beklimt de rotsen boven de waterval en duikt van bovenaf erin. Erik wordt enthousiast en niet veel later waagt hij zich ook van de zeven meter hoge rotsen en stort zich het diepe in. Wat gaaf! En wat prachtig hier tussen de rode rotsen, ongetwijfeld één van de mooiste plekken in Australië tot nu toe! Wanneer Bertha even stil staat in het water op één van de rotsen voelt en ziet ze de vissen aan haar tenen knabbelen. Haha! We eten onze bammetjes en genieten van het uitzicht.

We lopen weer terug naar de camping. Opvallend is altijd dat de terugreis korter lijkt te duren dan de heenreis. Waarschijnlijk omdat je weet waar je aan toe bent en daarom bij elke opvallende boom een betere inschatting weet te maken. Het is overigens maar goed dat er overal pijlen staan op de rotsen, want anders zou je hier zo verdwalen. Terug bij de rivier bij de camping zwemt nu Bertha naar de overkant en pakt Erik het pontje. Hier is ook een boom met een touw om erin te springen en eenmaal aan de overkant legt Erik de tassen weg en gaat weer los. Bertha zit ondertussen te chillen op een rots in het water in de zon, terwijl naast haar verschillende oudjes elkaar enthousiast hun avonturen vertellen. En dan hoort ze opeens een vrouw enthousiast vertellen over twee Nederlanders op een motor en dat de Gibb River Road voor hen ook wel zwaar moet zijn. Ze weet dat het stel nu hier op de camping is, want ze heeft de motoren zien staan. De vrienden en vriendinnen om haar heen bevestigen het verhaal, zij hebben ze ook gezien. Bertha begint te lachen en mengt zich in het gesprek. “Yeah, that’s us!”, zegt ze trots. De oudjes beginnen ook te lachen en kijken Bertha verwonderd aan. Ze zijn benieuwd naar onze reis, route en avonturen. Vooral naar Iran zijn veel mensen geïnteresseerd. We merken dat Australiërs behoorlijk bang zijn voor dat land en wanneer wij vertellen dat dat land qua mensen één van de fijnste landen is om doorheen te reizen zijn ze stom verbaasd.

 

We beginnen vroeg (16.30 uur) met koken. Vandaag staat er een pastasalade op het menu met tonijn, rode ui, olijven, courgette en zongedroogde tomaten. Vandaag geen koffie door de koffer, maar het glas met olijven is wel opengedraaid door de korte, maar heftige rit over de golvingen deze ochtend. De laptophoes ruikt een beetje zurig, maar de laptop doet het gelukkig nog wel. Al het glas is nu op en de blikken die nog in de koffer zitten houden het hopelijk nog wel even vol!

 

Om 18.00 uur is er een presentatie van Aboriginals onder de grote Boab boom op de camping. Omdat Australiërs over het algemeen niet al te positief over Aboriginals denken (“het zijn zwarte mensen die veel alcohol nuttigen en er is veel alcohol- en drugsmisbruik onder deze groep gaande”) hadden we verwacht de enigen te zijn op de presentatie. Maar wat blijkt, we moeten zelfs onze eigen stoel meenemen voor de presentatie, zo druk is het! Een blanke Australiër opent de presentatie. Samen met de Aboriginals hebben ze een team opgericht voor het onderhoud van de provincie Katherina. Ze doen onderzoek naar de diersoorten die er leven, maar stichten ook gecontroleerde bosbranden in het laagseizoen om zo de CO2 uitstoot en de omvang van de bosbranden in de hete zomers te beperken. De natuurlijke bosbranden vinden normaliter plaats in de zomer, waardoor ze door het hete weer lastig te bestrijden zijn. Deze bosbranden kunnen zijn ontstaan door toeristen die een kampvuurtje niet goed gedoofd hebben, maar kunnen ook ontstaan zijn door glas in combinatie met zon of enkel door extreme hitte. Door gecontroleerde branden te stichten in het laagseizoen in bepaalde gebieden is de brand korter en kleiner en voorkom je hiermee grotere branden in het hoogseizoen. Natuurlijk hebben de blanke Australiërs de medewerking van de Aboriginals nodig, aangezien het merendeel van het land hier eigendom van hen is. Maar eerlijk is eerlijk, de samenwerking lijkt hier oprecht geslaagd. Tot slot vertelt één van de Aboriginals nog over hun cultuur; er zijn twee huiskleuren en twee rassen, wanneer je met iemand trouwt van het andere ras volgt de doodstraf. Aboriginals gebruiken doorgaans alleen producten die de natuur hen gegeven heeft. Ze kappen dus geen bomen, maar maken vuur van het dode hout. Aboriginals delen van nature alles, zo worden ze opgevoed. Al met al was het een korte, maar interessante presentatie.

 

In onze nieuwe Helinox stoeltjes genieten we van een wijntje met uitzicht op de sterrenhemel. Naast ons brandt een kaarsje. “I like your campfire mate. It’s not that big, but it’s definitely cozy!”, roept een voorbijgaande Australiër. Wij houden ervan!

 

Donderdag 14 juni 2018 Manning Gorge – Durack

We staan om 5.30 uur op, want we willen vandaag veel (200) kilometers maken. Voordat we terug de Gibb op gaan, toppen we onze tanks nog een laatste keer af voor 5 AUD. Het is niet veel, maar wanneer je weet dat het volgende tankstation pas over 420 kilometer is, doe je er alles aan om zoveel mogelijk brandstof mee te nemen. Ook kopen we een diepvriesbrood. Aan vers brood doen ze hier niet in dit afgelegen Mt. Barnett Roadhouse. Wanneer Bertha weer naar buiten komt, wordt ze aangesproken door een oudere vrouw: “Ik hoorde van jullie verhaal gister op de camping, maar helaas hebben we jullie toen misgelopen. Ik vind je zo dapper, mag ik je op de foto zetten?”. “Natuurlijk!”, grijnst Bertha. Daarna rijdt ze naar de waterkraan iets verderop waar Erik onze watervoorraad bij vult. We hebben in Perth vier stevige colaflessen gekocht om het water in te vervoeren. Het meeste water in Australië is drinkbaar en het is zonde, zowel financieel als om het plastic, om elke keer nieuwe flessen te kopen. De colaflessen beginnen het helaas al wel een beetje te begeven. De zon en de staat van de wegen hebben de flessen geen goed gedaan. Her en der zitten al gaten die we met ducttape afgeplakt hebben. Naast deze 4 x 1,5 liter hebben we nog twee flesjes van 0,75 liter in onze tanktas.

Naast ons staat een ouder echtpaar de 90 liter watertank van hun caravan bij te vullen. Het is een leuk en avontuurlijk stel dat al veel van Australië gezien heeft. In principe wordt het niet aangeraden met de caravan het stuk tussen Mt. Barnett Roadhouse en Wyndham te rijden, maar dit echtpaar komt er net vandaan. “Tot nu toe gaat alles prima”, zeggen ze. “Ja, het trilt allemaal wel wat”, grinniken ze, “maar dan gaan we gewoon wat langzamer, dan komen we er ook wel”. Wanneer we ons verhaal kort vertellen, worden we uiteindelijk ook door hen op de foto gezet. Zo hebben we onze ‘moments of fame’ alweer voor 8.00 uur ’s ochtends te pakken! Let’s hit the road again!

 

Na nog geen kilometer rijden, komen we bij de Barnett River, waar de weg volledig is bedekt met water en zand. Van het Duitse stel Matze & Melli weten we dat we niet door het midden moeten rijden, omdat daar een diep gat zit. Beide trekken we onze laarzen en broeken uit en gaan op onderzoek door de rivier. Het gat is nog dieper dan kniehoogte, hier heb je wel een snorkel voor nodig! We besluiten het zekere voor het onzekere te nemen en beide motoren er lopend doorheen te rijden. Elk aan een kant. Dit vergt wel wat koppeling en rem/gas coördinatie tussen ons twee, maar bijna moeiteloos krijgen we zo de eerste motor aan de overkant. Omdat het zo makkelijk ging wil Erik de tweede motor er wel doorheen rijden, maar uiteindelijk besluiten we ook deze er doorheen te lopen. Het zou zonde zijn om de motor hier te laten vallen. Bij Matze & Melli is dit namelijk wél gebeurd en zij hebben vervolgens hun BMW niet meer aan de praat gekregen. Ze hebben bijna een maand op onderdelen moeten wachten voordat zij hun trip konden vervolgen. Better safe than sorry!

 

Na de oversteek zijn we beide ook weer iets afgekoeld. Heerlijk dat koude water.

Foto 38 – Erik kleedt zich weer aan na de rivercrossing

We trekken de broeken en laarzen weer aan en hobbelen verder. De weg tussen het Mt. Barnett Roadhouse tot aan de kruising met de weg naar het noorden, naar Drysdale, is duidelijk het slechtste stuk van de Gibb River Road. De golvingen zijn hoog en bestaan uit los grind. Wanneer we er uiteindelijk met 80 kilometer per uur overheen rijden geeft het wel een kik! Toch blijft het oppassen. Opeens zien we een auto met een caravan langs de kant van de weg stil staan en remmen we af. Pas wanneer je langzamer gaat rijden merk je hoe zacht het grind is en hoe hoog de boogjes zijn. Het is lastig om de motor tot stilstand te brengen zonder al te veel over de weg te slingeren. Het langzamer rijden door het zachte grind maakt dat de motor onbestuurbaar wordt. Bertha rijdt zo bijna tegen de caravan aan, maar weet haar motor er uiteindelijk net langs te manoeuvreren. Tijd voor pauze!

Foto 39 – Heftig rijden over de Gibb

We eten een appeltje en vragen het gestrande stel of we hen kunnen helpen. Het stel had al drie setjes wiellagers voor de caravan versleten, maar de laatste is nu ook stuk. De caravan is zelfs deels met de achterkant over het wegdek geschuurd en de bumper ligt er daardoor deels af. Ze hebben de dure wegsleeptruck al gebeld. Er is een ophaalservice in dit gebied voor gestrande auto’s, caravans of motoren. Deze wordt gebeld met behulp van een bakkie (een soort walkietalkie) die de meeste 4WD auto’s in de auto hebben en die op zenderfrequentie werkt. Het kost het stel 2000 AUD om de caravan naar het 200 kilometer verderop gelegen Kununurra te laten trucken. Veel geld, maar voor nu de enige en de snelste optie voor hen. Ze staan hier al een uurtje en hoeven nu nog maar drie uurtjes te wachten. Het is wel een beetje zuur, maar het is niet anders. De vrouw vertelt dat ze pas net kankervrij is. Ze heeft een half jaar lang chemo’s gehad en was blij dat het goed is afgelopen. Nadat dit alles achter de rug was, hebben ze besloten een lange reis door Australië te maken. Ze zijn pas twee weken op weg en nu dit. Gelukkig denken ze al in oplossingen. “Wanneer we de caravan niet kunnen maken kopen we gewoon een tent en gaan we op die manier verder!” Ze komen er wel! “Willen jullie trouwens nog wat water? Die tank in de caravan moet toch leeg.” “Ja, graag, onze drinkflesjes zijn onderhand alweer leeg. Het gaat hard met dit weer!” We bedanken hen voor het gesprek, het water, nemen afscheid en rijden verder. Bij de afslag naar Ellenbrae Roadhouse stoppen we voor een lunch in de schaduw van een boom. Gelukkig hebben we het lastigste deel van de route er nu op zitten!

Na een laatste verharde rivieroversteek bij de Durack rivier, zo’n 30 centimeter diep, gaat de weg stijl omhoog en slaan we linksaf de bossen in. Op de kampeerplek Durack River Crossing Campground (GPS: -15.938094, 127.220486) met uitzicht over de bossen en de rivier staat nog een andere caravan. We vragen of ze bezwaar hebben als we erbij komen staan. “Geen probleem!” Erik wil zijn motor draaien, maar laat dan plots zijn motor vallen in het zachte zand. Hij begint te lachen en het stel wil “snel de fotocamera erbij pakken. “We hebben zo’n zware rijdag gehad, ben de hele dag nog niet gevallen en dan val ik uitgerekend hier, op de parkeerplaats!”

Foto 42 – Erik laat bij aankomst op Durack River Crossing Camp zijn motor vallen.

De koffer is eraf gevallen, maar gelukkig is er verder geen schade. In de koffer van Bertha is het dit keer wel weer opnieuw een ravage. Het blik met champignons is open gegaan en het sap heeft zich verspreid in de koffer. Onder in de koffer ligt een paar centimeter sap. Blegh! We maken het geheel opnieuw schoon. Door het sap zijn ook alle etiketten van de andere blikken eraf geweekt. Na de schoonmaak besluiten we alle blikken maar in een plastic zak te stoppen. Dit hadden we eigenlijk veel eerder moeten doen!

 

Nadat we ons kamp hebben opgezet lopen we in onze zwemkleding en met een zeepje naar de beneden gelegen rivier. Het ruige pad is moeilijk begaanbaar op slippers, maar een paar kilometer omlopen over de weg hadden we niet zo’n zin in. Wanneer we ons naakt wassen aan de rand van de rivier (zwemmen durven we niet in verband met de krokodillen) komen er een aantal jeeps aangereden over het zand. Gelukkig trekken ze zich niets van ons aan en doen wij dat ook niet van hen. Zij slaan hun kamp hier beneden op aan de rivier. Ook een mooie plek, maar zij hebben een daktent waar de krokodillen niet bij kunnen komen. Voor ons is het hier aan het water met ons tentje toch wat te gevaarlijk.

Foto 43 – Uitzicht vanaf onze kampeerplek

’s Avonds eten we opnieuw wraps, waardoor we wat meer water overhouden om te drinken. Het is een prachtige plek en de zonsondergang boven de bomen met dit uitzicht is onbetaalbaar!

 

Vrijdag 15 juni 2018 Durack – Lake Argyle

De laatste kilometers van de Gibb River Road zijn aangebroken. We rijden de laatste 100 kilometer over gravel. Dit stuk gaat ons gemakkelijk af, de grader is onlangs over deze weg geweest om alles weer vlak te maken.

Foto 44 – Wederom prachtige uitzichten op de laatste dag

We stoppen bij Home Valley Station om onze watervoorraad weer aan te vullen. Net voor de ingang van het station is er een drie meter lange oversteek met dikke keien, dat alvast een voorproefje biedt voor de uitdagende rivieroversteek straks. Drie meter lijkt niet lang, maar toch zijn we beide blij wanneer we de twee motoren heelhuids aan de overkant weten te brengen, zowel erin als eruit. Op naar de Pentecost River, de meest spraakmakende rivier van de Gibb River Road en zelfs van heel Australie! De rivieroversteek bestaat uit twee delen. Het eerste deel is zo’n 5 meter lang en 30 centimeter diep. Na een ondiepe zandlaag volgt het tweede deel dat zo’n 8 meter lang en 60 centimeter diep is. Op beide delen is het ‘wegdek’ bezaaid met dikke keien. De bodem is door het donkere water niet zichtbaar en regelmatig worden er krokodillen gespot door voorbijgangers.

 

Het uittrekken van de laarzen, zoals we gister hebben gedaan, is hier geen optie in verband met de grote keien. Één misstap en je breekt je enkel, laat staan dat je met de motor omvalt zonder protectie. Na een paar auto’s met onze ogen gevolgd te hebben door de rivier, waagt Erik met zijn motor de oversteek. Bij het eerste stuk wordt één voetje aan de vloer gebruikt, maar het gaat hem gemakkelijk af. Het tweede deel is lastiger. Door de druk van het water, de stroming van de rivier en het niet kunnen zien waar en hoe de keien liggen zwiebert Erik zijn motor van links naar rechts. Ondertussen probeert hij hem vol gas er doorheen te trekken. “Gas, gas, gas!”, schreeuwt Bertha door het intercom systeem. De beste stuurlui staan al wal. 😉

 

Erik schreeuwt van vreugde wanneer hij de overkant heeft bereikt. Door het diepe water slentert hij terug naar de overkant. Hopelijk houden de krokodillen zich koest vandaag! Terug bij Bertha brengt hij verslag uit en het lijkt hem beter zelf ook de tweede motor naar de overkant te brengen. Maar helaas… Ondanks dat hij dezelfde route probeert, gaat het niet zoals gepland. Hij verlaat ongewild het autobandenspoor en zakt weg in de losse keien. Gas, gas, gas! Nog een paar meter, ja, ja, JAAAA!! En dan staat ook Bertha’s motor aan de overkant! Hieehaaaa!!

Ondertussen heeft een stel hun caravan geparkeerd aan Bertha’s kant om Erik’s rivieroversteek op de motor te aanschouwen. Motoren die de rivieroversteek bij de Pentecost River aangaan, zijn als een toeristische attractie binnen de toeristische attractie dat Gibb River Road heet. “Koekje erbij?”, vragen ze Bertha. Hopelijk komt er snel een andere auto met wie Bertha mee kan liften naar de overkant. De kans om als krokodillenvoedsel te eindigen mijdt ze liever. Nog geen tien minuten later komt er een toerjeep aan met vijf toeristen erin. Bertha stopt de auto en vraagt of ze mee mag liften naar de overkant. De gids kijkt haar niet begrijpend aan. Wanneer ze uitlegt dat haar motor al aan de overkant staat reageert één van de toeristen enthousiast “Yeah, we have some space!”. Bertha pakt de tanktassen en haar helm, stapt achterin en wordt gelijk ondervraagd door één van de inzittenden: “Where’re you from?”. “Netherlands.” “I love The Netherlands and the tulips, been there once!” Bij de start van de rivieroversteek gaat de gids ietwat onverschillig door met zijn verhaal “On the left side there is salt water and there are salt water crocodilles, approximately more than 5 meters long, on the ride side there is fresh water and freshies (fresh water crocodiles) live there, which are a little smaller. It’s not wise to walk through the water to the other side, so you better take a lift.” Eenmaal uitgepraat wendt de hele groep zich weer tot Bertha. Tot ergernis van de gids zijn ze opeens meer geïnteresseerd naar haar verhaal dan naar die van de gids. Bij aankomst aan de overkant is Erik foto’s van de auto aan het maken. “We are getting famous, we are on camera!”, schreeuwt een Australische vrouw. Dan ziet ze de kentekenplaten van de motoren: “How did you get your motorbikes into Australia?”. “We rode it, mostly overland, towards this country through Europe, Middle East and Asia”, zegt Bertha zonder blikken of blozen. De mond van de vrouw valt open: “You did what???!”. Wanneer Bertha uitgestapt is, wil de gids eigenlijk doorrijden, maar enthousiast begint de vrouw ons allemaal vragen te stellen, zodat hij niet anders kan dan wachten. Tot slot zet de vrouw ons op de foto: “Nice meeting you guys!”.

De laatste tien kilometer offroad zijn wederom easy peasy. En dan komen we na een lange tijd weer op asfalt en lijkt het alsof de motor over het wegdek zweeft. Wat rijdt dit toch weer lekker. We hebben voorlopig onze portie offroad wel weer gehad! We doen boodschappen in Kununurra bij de Coles en kopen twee flessen wijn bij de Thirsty Camel. In Australië wordt er doorgaans geen alcohol in de supermarkt verkocht. Voorbeelden van slijterijketens zijn Thirsty Camel, Bottle ‘O’, Liquorland, Dan Murphy’s en BWS dat staat voor Beer, Wine, Spirits. Meestal zijn dit drive-through’s, waar je al rijdend je bestelling kunt doorgeven. Bij uitzondering zijn in deze staat de meeste slijterijen pas vanaf 12.00 uur of zelfs 16.00 uur open. Wij parkeren onze motor liever en lopen naar binnen. Bij het afrekenen wordt Bertha naar haar legitimatie gevraagd. In de provincie Kimberly en zelfs in de hele Northern Territory staat worden je aankopen op je legitimatiebewijs geregistreerd. Een persoon van 18 jaar of ouder mag hier namelijk maximaal drie flessen wijn en zes biertjes per dag kopen. Deze regel is ingesteld naar aanleiding van het hoge alcoholmisbruik in deze regio, voornamelijk onder Aboriginals. Het is onethisch om regels voor bepaalde bevolkingsgroepen op te stellen, dus zijn de regels hier voor iedereen gelijk.

 

Hier, terug in de bewoonde wereld, hebben we weer bereik met onze Australische simkaart van Telstra. Na bijna een week offline stromen de berichtjes binnen. Tijdens onze reis zijn we nog niet langer zo lang afgesloten geweest van internet en dat in een westers land! Snel sturen we een berichtje naar Chris, het broertje van Bertha, want die is alweer 25 jaar geworden vandaag!

 

Om 15.00 uur stappen we weer op de motor en rijden we naar het 70 kilometer verderop gelegen Argyle meer, waar we wederom geen bereik hebben. We raken er ondertussen een beetje aan gewend. We checken in bij Lake Argyle Caravan Park à 35 AUD per nacht en wanneer we op de plek aankomen waar we onze tent mogen opzetten zien we drie mannen van de motorgroep van gister staan. “Hi again!” Twee van de mannen hebben pech met hun motor. Bij één van hen is de radiator stuk en bij de andere nieuwe BMW de balhoofdlager. De derde motor is tijdens de oversteek van de Pentecost River ter water gegaan, waarbij de bestuurder met zijn knie klem kwam te zitten. De andere mannen moesten hem bevrijden, maar zijn knie is er slecht aan toe en zijn motortassen zijn ook niet helemaal droog gebleven. Niet alle motoren komen zo goed van de Gibb River Road af als de twee Honda Transalp motoren uit Nederland.

 

Na het verse en zelf gekookte diner met broccoli, aardappelschijfjes en kip kebab van de bakplaat sluiten we aan bij de bikers in de biertuin. Ze zijn een beetje van slag dat ze vroegtijdig hun avontuur moeten opgeven, wat begrijpelijk is. De andere bikers van de groep hebben de afslag vanaf de Gibb River Road naar het noorden genomen, richting Mitchell Plateau. Met de groep van twaalf bikers totaal rijden ze al vijf jaar lang de Gibb River Road, elke keer met andere side tracks. Hoe dan ook, dit is de eerste keer dat er iets stuk is. In de biertuin verkopen ze alleen flesjes bier à 7 AUD per stuk en alle biertjes hebben een smaakje; mango, fruit, gember, etc. Hoewel de zoete biertjes in Nederland voornamelijk worden gedronken door vrouwen (Radler), zijn de Australische mannen er hier ook dol op. Sterker nog, er wordt op deze camping enkel bier met een smaakje verkocht. De alcoholpercentages liggen hier overigens ook een stuk lager. Een normaal biertje in Nederland heeft een alcoholpercentage van 5%. Hier in Australië liggen de percentages doorgaans tussen de 3,5% en 4,7%.

Foto 47 – Biertjes uit Broome

 

Zaterdag 16 juni 2018 Lake Argyle

Foto 48 – Zonsopgang Lake Argyle Caravan Park

 

Ondanks dat we kunnen uitslapen, zijn we met zonsopkomst al wakker. Vandaag is er werk aan de winkel. We draaien maar liefst vier wasjes, inclusief de motorpakken. Erik maakt de motoren schoon, terwijl Bertha de route samenstelt voor de komende drie weken. Er is helaas geen bereik en dus geen internet wat het wel wat lastiger maakt. Ze is aangewezen op WikiCamps, Maps.me en de Lonely Planet van Australië. Bertha neemt plaats bij één van de picknicktafels van waar ze een prachtig uitzicht heeft over het meer. Dit is één van de mooiste campings tot nu toe, zo niet, dé mooiste! Het niet hebben van internet geeft een bepaalde rust en tegelijkertijd is het uitzicht zo intens mooi.

 

Tijdens het schoonmaken van de motoren ziet Erik dat bij Bertha’s motor de kettingbeschermer afgebroken is. En dan niet bij het plastic, maar wonderbaarlijk genoeg bij het stuk ijzer waarmee hij aan het frame is bevestigd. Toch niet helemaal schadevrij de Gibb doorgekomen. Gelukkig geeft het voor nu geen problemen. We laten het maar zo. Op asfalt zal het zo blijven zitten en offroad zal het wat meer geluid maken en desnoods afbreken.

 

Na een douche zijn we beide bekaf. Tijd voor bier! Samen met de bikers Richard, Terry en ? nemen we weer plaats in de biertuin. Onder het genot van een live optreden van Catherine Britt en Jim genieten we van de koude zoete biertjes en een butter chicken met rijst en naan brood. Terry vertelt dat hij volgend jaar met zijn vrouw een motorreis door de Himalaya in Noord-India gaat maken. Zijn vrouw heeft speciaal voor deze reis onlangs haar motorrijbewijs gehaald (leeftijd ± 50 jaar) en Terry is zodoende zeer geïnteresseerd in onze uitrusting en hoe het is om als vrouw met zoveel bagage te rijden en te reizen door India. We geven vele tips en tricks en wisselen gegevens uit. Vragen zijn altijd welkom en natuurlijk zijn we benieuwd naar hoe de reis hun vergaat. Op zijn beurt laat Terry ons filmpjes zien van zijn avonturen op Christmas Island als brandweerinstructeur met om zich heen miljoenen rode krabben en een filmpje van zijn truffeloogst op zijn erf in zuidwest Australië. Met zijn vijven praten we over de cultuur- en taalverschillen tussen Australiërs, Engelsen en Amerikanen en lachen we om de BOGANS (Australische straattaal voor ASO’s) in hun SWAG (Australische straattaal voor gepimpte auto).

Foto 49 – Biertjes met Richard, Terry en …

 

Zondag 17 juni 2018 Lake Argyle

Na het ontbijt nemen we afscheid van de bikers en gaan we er op uit.

Foto 50 – Byebye bikers

We lopen naar de watertank vanwaar we een prachtig uitzicht hebben op het meer. Daarna lopen we via de Jessie Trail naar beneden, naar het Argyle meer, om te zwemmen. Hier kunnen we naar een ponton zwemmen waar we vanaf kunnen duiken. Het water is warm, maar eenmaal uit het water, op het ponton, maakt de wind het enorm koud. Vanuit het meer hebben we prachtig uitzicht. Hier hebben we geen boottocht à 125 AUD per persoon voor nodig! Hopelijk houden de 40.000 zoetwaterkrokodillen die hier leven zich wel een beetje rustig vandaag. Deze schijnen niet gevaarlijk te zijn, maar je moet ze ook niet per ongeluk tegen komen met zwemmen!

We koelen verder af in de infinity pool van het caravan park met een prachtig uitzicht over het meer. De rest van de dag vermaken we ons in de enorme tuin van het caravan park met (we blijven het zeggen) het onvergetelijke uitzicht: we werken het dagboek bij, naaien de motorbroek van Erik bij de knie dicht en eten bovenal veel fruit. Bertha heeft twee dagen geleden een kleine inkoopfout gemaakt en fruit voor een week ingekocht. Morgen gaan we de grens over van West Australië (WA) naar Northern Territory (NT) en mede in verband met een citrusvirus mag er geen fruit de grens over genomen worden. Dat wordt een fruitdiner vanavond! J

Maandag 18 juni 2018 Lake Argyle – Edith Falls

Na drie nachten pakken we onze spullen weer in. Ondanks dat we 5.30 uur opstaan zijn we niet de eersten die vandaag vertrekken. Afgelopen nacht was er wat onenigheid op de plek waar alle tenten staan. Enkele gasten waren laveloos en schreeuwden tot diep in de nacht. Toen we gisteravond naar het toilet liepen struikelden we bijna over een jongen die in het gras lag te slapen. Andere gasten pikten het niet langer er uiteindelijk kwam één van de opzichters erbij om de boel te sussen. Hij beval ze deze ochtend met zonsopgang te vertrekken. Zodoende vertrokken er deze ochtend twee jeeps om stipt 5.30 uur. Bij het ontbijt ontmoeten we de twee kleine stoere meisjes uit Duitsland weer. Ze zijn 19 jaar en werken en reizen een jaar lang met een rode 4WD door Australië. Ze vertellen erover alsof het de normaalste zaak van de wereld is, echt stoer! Om 8.00 uur vertrekken wij ook, op naar het oosten!

 

Vandaag staat er 570 kilometer op de planning. Al na een paar kilometer komen we bij de grensovergang van WA naar NT. In tegenstelling tot wat we dachten blijken de fruitrestricties alleen te gelden wanneer je van Northern Territory naar West Australië rijdt. Hebben we dus gister voor niets al het fruit opgegeten… haha!

Foto 55 – Welcome to the Northern Territory

In Australië gelden verschillende tijdszones verdeelt over de acht territoria. Toen wij in de Australische winter in mei in Perth arriveerden, was het tijdsverschil met Nederland 6 uur. Nu we het NT binnenrijden is dit tijdsverschil vergroot met 1,5 uur. De tijdsverschillen zijn lastig uit te leggen omdat in Australië de seizoenen omgekeerd zijn in vergelijking met Nederland. Dit betekent ook dat de daglicht besparende tijd (zomertijd) in Australië tijdens de Nederlandse winters worden toegepast. Wat het helemaal lastig maakt is dat enkele territoria als Northern Territory en West Australia geen zomertijd kennen en dat de zomertijd in Tasmanië een maand langer duurt dan in de andere staten die het wel toepassen.

Onderweg stoppen we twee maal bij een roadhouse om te tanken. We kijken al bijna niet meer op van de Aboriginals die er in grote getale rondhangen. De weg naar Katherine is alles behalve saai. Het landschap is groen en de weg heeft vele bochten en heuvels. In tegenstelling tot de snelwegen rondom Perth en de zuidwestkust zien we hier minder dode kangoeroes langs de kant van de weg liggen. Gelukkig maar, want het blijft elke keer weer een naar gezicht en de stank is bovendien afgrijselijk. Wat we onderweg wel zien is veel bosbranden. De vlammen langs de kant van de weg zijn soms meer dan een meter hoog!

Door het tijdsverschil en de vele kilometers vandaag komen we pas om 17.00 uur aan in Katherine. Net op het moment dat we de motoren parkeren voor het informatiecentrum, worden de laatste toeristen naar buiten begeleid. Bertha loopt toch nog even naar de dichte deur en een medewerkster is zo vriendelijk om de deur nogmaals te openen. Kaartjes voor het Kakadu National Park, dat we de komende dagen willen bezoeken, kunnen niet meer verkocht worden, de kassa is al afgesloten. Maar een plattegrond van het park kan ze Bertha wel meegeven. Altijd handig om inspiratie op te doen! De toegangstickets kunnen ook online gekocht worden. Nu maar hopen dat we op de camping bereik hebben… Internet is nogal een dingetje hier in dit land. Buiten de steden heb je bijna geen bereik en dus ook geen internet. We rijden door naar de supermarkt om vers voedsel te scoren. Zoals in elke supermarkt in het noorden hangen ook hier veel Aboriginals rond.

 

Na het shoppen is het even twijfelen. Het is 17.30 uur en de zon staat al laag, rijden we door of slapen we hier? Uiteindelijk besluiten we toch maar door te rijden naar Edith Falls (Leliyn) Campground, waar we in het schemerdonker aankomen. Op de 20 kilometer lange weg er naartoe hebben we al vele campers terug zien rijden. Zou de camping al vol zitten? Dat belooft niet veel goeds voor ons. ‘Campsite is full.’ Het bord staat net buiten de slagbomen van het park. Erik probeert het toch nog even bij de receptie waar een oudere dame bezig is af te sluiten. “Ah, two motorbikes, I can fit you in darling. No problem love!”. Ze wijst Erik de weg. We moeten maar een plaatsje uitzoeken en mogen morgen wel terugkomen om in te checken. Wat een geluk! In het donker nog een andere campeerplek zoeken zagen we niet zo zitten. In het maanlicht zetten we de tent op. Gelukkig hebben we dit vaker gedaan. Helaas hebben ze geen koelkast op de camping. Waar moeten we nu heen met onze verse producten? Bertha zoekt nogmaals de oude dame op, die na tien minuten rommelen in het magazijn terugkomt met een koeltas vol blokken ijs: “I hope this works out my love”. Bertha bedankt haar hartelijk voor de moeite en de vindingrijke oplossing. Bij de barbecueplaat naast de tent stallen we onze keuken: bordjes, bestek, gaspitje, rood wijntje en waxinelichtjes. Even lekker ontspannen na al die kilometers vandaag!

 

Dinsdag 19 juni 2018 Edith Falls

We ontbijten met ei & bacon. Smullen geblazen! Met dit super ontbijt kunnen we vandaag de wereld aan! Om 10.00 uur start op de camping een gratis presentatie van een ranger over het Nitmiluk National Park. Stipt om 10.00 uur staan we er, maar blijkbaar op de verkeerde plek. Even verderop zien we een ranger achter een tafel staan omringd door toeristen en wij voegen ons snel bij hen. De ranger spreekt vol enthousiasme over de krokodillen, crocs. De zoetwater (freshies) en de zoutwater (salties) krokodillen. In het regenseizoen, in de zomer, van oktober tot en met maart, staat deze camping grotendeels onder water. Voor de crocs zijn er dan geen landbarrières meer, zelfs niet voor de salties uit de zee. Zo is er een paar jaar geleden een zoutwaterkrokodil gevangen bij de Edith Falls (watervallen). Even voor de beeldvorming, de zee begint zo’n 300 kilometer verderop. Hoe ze weten of er een krokodil zit? Ze leggen aan het begin van het seizoen een soort boei in het water. Krokodillen zijn nieuwsgierig. Wanneer er kleine tandjes in de boei zitten, zitten er zoetwaterkrokodillen. Wanneer er echter grote brokken uit de boei geslagen zijn, zijn ze bijna zeker van zoutwaterkrokodillen. Zoetwaterkrokodillen bij de watervallen worden gevangen en verderop losgelaten. Zoutwaterkrokodillen zijn een stuk groter en worden gevangen door speciale crocteams uit Darwin. Deze worden niet in de zee losgelaten, maar gaan eigenlijk altijd naar krokodillenfarms om er geld mee te verdienen en om er uiteindelijk leren producten van te kunnen maken (portemonnee, tasje). Hoe dan ook, de Edith Falls zijn nu croc-vrij.

Foto 61 – Presentatie van de ranger op de camping

Naast het signaleren van de krokodillen in de omgeving, is het de taak van de rangers om de bosbranden te reguleren. Met kleine tabletjes die uit helicopters worden geschoten kan ongeveer één vierkante kilometer (per tablet) in de fik worden gestoken. Het Nitmiluk Nationaal Park is ongeveer 3000 vierkante kilometer groot, dus reken maar uit. Het grootste deel wordt jaarlijks in brand gestoken, maar er zijn ook stukken die eens in de twee of vijf jaar worden aangestoken. Bij deze laatste stukken grond moet er meer tijd tussen zitten, want anders overleven bepaalde planten en boomsoorten het niet en dat zou zonde zijn.

Foto 62 – We mogen alles pakken van de tafel van de ranger

Tot slot vertelt de ranger over een plaag van de bruine pad. De bruine pad is zelfs voor de zoutwaterkrokodillen en de mens giftig en kan leiden tot de dood. De pad heeft geen natuurlijke vijanden en ze produceren 40.000 nakomelingen per pad per jaar. Een tijdje geleden hadden de rangers de pad bijna uitgeroeid. Maar waar er twee nog overblijven, zijn er snel meer. En zo is het aantal bruine padden nu niet meer te overzien. Ook de (wilde) kat is een lastig beest hier dat vele insecten uitroeit. Mensen met een huiskat mogen deze ’s nachts niet buiten laten, omdat ze anders op bijvoorbeeld bijzondere vogels zullen jagen. Er wordt nu een programma gestart om de wilde kat uit te roeien. Met padden is dit in verband met het hoge aantal nakomelingen onmogelijk.

 

Na dit interessante uurtje, waarna we het gevoel hebben dat de ranger nog lang niet is uitgesproken, bedanken we de ranger en gaan op pad. Vanaf de camping lopen twee wandelpaden naar de nabij gelegen watervallen. We lopen linksom naar de Upper Falls. Op weg ernaartoe komen we langs een bankje dat gekscherend ook wel ‘service-bankje’ wordt genoemd, omdat dit de enige plek is in de wijde omtrek waar we bereik hebben en kunnen internetten. We komen hier vanmiddag nog wel even terug om het één en ander uit te zoeken. Nu eerst naar de watervallen!

Foto 63 – Emergency Call Device omdat er geen bereik is

Het is een pittige klim naar de watervallen, maar wanneer we beide kopje onder zijn, blijkt weer dat de wandeling hier naartoe het meer dan waard was. Na de verfrissende duik eten we in het zonnetje onze bammetjes op. Genieten zo! We dalen af naar de Edith Falls Plunge Pool en nemen ook hier een duik.

Rond 16.30 uur beginnen we met eten koken. Dan hoeven we straks niet in het donker te koken en te eten. Na het eten nemen we nog een wijntje. Elke keer komt er een Australische Griel langs lopen op zoek naar wormen. In het donker zie je hem bijna niet, maar hoor je alleen zijn voetjes heel snel trappelen. Super grappig.

 

Het is gek dat er zulke grote temperatuurverschillen zijn ’s nachts. Afgelopen nacht hadden we het ijskoud en nu is het 20.00 uur ’s avonds nog bloedheet. En dat op precies dezelfde plek.

 

Woensdag 20 juni 2018 Edith Falls – Kakadu National Park

Om 6.00 uur gaat de wekker. Maar omdat het nog hartstikke donker is besluiten we nog 45 minuten te snoozen. Na het vertrek tanken we bij Pine Creek Station voor 1,59 AUD per liter. Eindelijk weer wat goedkoper. In Perth was alles onder de 1,50 AUD, maar tijdens en na de Gibb River Road was alles tussen de 1,70 en 2,00 AUD.

Ondanks dat er geen slagbomen voor het park staan, is de entree tot het Kakadu National Park niet gratis. Gisteren hebben we online tickets gekocht voor 40 AUD per persoon. Tot nu toe zijn we nog niet gecontroleerd. Op de website van het nationaal park staat een diagram met waar de ticketgelden naartoe gaan. Opvallend is dat 39% van de ticketprijs gaat naar de oorspronkelijke bewoners, de Aboriginals.

Foto 69 – Kakadu NP where your money goes

Eenmaal in het park gaan we bij het Bowali Visitor Center langs, waar we een map krijgen van de Bardedjilidji Walk, de Ubirr Walk en daarnaast een schema krijgen met de ‘gratis’ tours in het park. Met het entreekaartje kun je deelnemen aan alle tours en ranger-activiteiten.

 

Nadat we de tank hebben volgegooid in Jabiru, waar we wederom 1,80 AUD per liter betalen, en boodschappen hebben gedaan à 50 AUD voor vijf producten (afzetters!), rijden we door naar Merl Campground, waar we rond 14.30 uur aankomen. We zetten de tent op, gaan douchen en koken wraps nog net voordat het donker wordt. Om 17.30 uur komt er een ranger op de fiets langs die het campinggeld int, 60 AUD voor twee nachten (15 AUD per persoon per nacht), dat we contant moeten afrekenen. We willen graag de zonsondergang bij Cahill’s Crossing bekijken. Dit is de rivieroversteek bij de East Alligator River. Maar de ranger geeft als tip dat we beter de rotsen kunnen beklimmen op de weg er naartoe. Ook deze ranger kan nog uren door blijven praten. We excuseren ons en geven aan dat we anders de zonsondergang sowieso niet halen. “Don’t let the flies and mosquitos ruin your night!”, schreeuwt hij ons nog na. Dat zal wel meevallen, denken we. “They become worse when it’s totally dark!”. Huh? Meestal gaan ze dan toch weg? Ze zijn toch alleen actief tijdens zonsondergang? We zullen het wel zien en lopen naar Cahill’s Crossing. Deze rivieroversteek blijkt er één van klasse vijf. De stroming is sterk en we zien diverse keien op de weg liggen. Hier zouden we niet graag met onze motoren doorheen willen rijden. De twee autowrakken die links in de rivier liggen geven ook al niet een al te best verwachtingspatroon. En dan zijn er nog de krokodillen! Zwemmen is hier verboden.

Foto 70 – Rivieroversteek Cahill’s Crossing

Zoals verwacht zien we hier door de hoge bomen de zon niet meer en we besluiten de tip van de ranger op te volgen. De rotsen geven een bijna adembenemend uitzicht op de omgeving. Het is echt kicken dat we 360 graden rond kunnen kijken. Er staat helaas net één boom voor de plek waar de zon ondergaat, maar dit uitzicht pakt niemand meer van ons af.

Onderweg worden we overigens door bordjes gewaarschuwd voor wilde buffels. Ze zijn levensgevaarlijk en wanneer je er één ziet moet je gelijk met een alarmnummer bellen. Eenmaal terug bij de tent willen we nog een wijntje drinken, maar dan begint inderdaad de ellende. Wanneer je beweegt heb je het niet zo door, maar wanneer je stil zit komen de muggen met honderden, zo niet duizenden, tegelijk op je af. Terrormuggen zijn het! Stil blijven zitten kunnen we niet en als een gek gaan we in het donker op zoek naar brandhout voor een kampvuur. Wellicht dat een vuurtje de muggen op afstand houdt. Met de paar takken weet Erik een verrassend groot vuur te maken, maar ook het vuur blijkt de muggen niet tegen te houden. We besluiten de wijn maar te laten voor wat het is en de tent in te gaan. We poetsen al lopende onze tanden bij de douchehokjes. Tijdens het plassen wordt Bertha diverse keren in haar bil geprikt. Wat is dit verschrikkelijk! We rennen terug naar de tent. Snel rits open, rits dicht en we gaan pas slapen nadat alle muggen in de tent zijn afgemaakt. Ondertussen horen we buiten zwermen muggen tegen de tent aanvliegen. Het lijkt wel alsof ze rondjes om de tent vliegen. Het lijkt wel een horror film! Als kers op de taart droomt Bertha de hele nacht van Erik die ze uit de krokodillenrivieren moet redden…

 

Donderdag 21 juni 2018 Kakadu National Park

We worden wakker met het geluid van zwermen vliegen om onze tent. Het is 6.30 uur en ze zitten er nog steeds! Wanneer de eerste zonnestralen doorkomen, verdwijnen de muggen één voor één. Bij het openen van de rugzak die in de voortent heeft gelegen, komen er eerst twee muggen uit. We besluiten de dag vandaag anders aan te pakken. We gaan warm lunchen en smeren broodjes om vanavond tijdens het teruglopen naar de camping op te eten. Terug bij de tent hoeven we dan alleen nog maar tanden te poetsen en zo kunnen we met het vallen van de avond, wanneer de muggen komen, al in de tent zijn. Zo hopen we vandaag de muggen te slim af te zijn.

 

Vandaag gaan we het Kakadu National Park verkennen. Na het ontbijt starten we met de Bardedjilidji Walk, een rondje van 2,5 kilometer, met het startpunt op ongeveer 45 minuten lopen vanaf onze kampeerplaats. Het pad er naartoe gaat dwars door het ‘wetland’. We lopen langs het hoge gras dat in de zomer ongetwijfeld allemaal onder water staat.

Foto 73 – De hike naar Bardedjilidji Walk

Voor de wandeling zelf hebben we een A4-tje gekregen van het Bowali Visitor Centre. Het smalle pad leidt ons langs en door grotten met rotstekeningen, langs diverse boomsoorten en billabongs. Een billabong is een draslandgebied dat in het regenseizoen geheel onder water staat, maar in de winter daarentegen nooit helemaal opdroogt. Zo blijft er een soort meertje over, waar vele vogels op afkomen. Langs de gehele route staan cijfers die overeenkomen met de cijfers op het A4-tje. Zo lezen we onder andere over de Sandstone gestapelde rotsen. De Bardedjilidji Walk is een prachtige wandeling van een uur, waarbij we slechts één ander stel tegenkomen. Onderweg zien we diverse beesten: de witbuikzeearend (white-bellied sea eagle) bij de East Alligator River en de roodvleugelkwartelduif (chestnut-quilled rock pigeon). Helaas, maar misschien ook gelukkig, hebben we geen krokodillen in de East Alligator River gezien.

Eenmaal terug op de camping worden we ‘lastig gevallen’ door de prachtige witte kaketoes die de nootjes uit de bessen die ze eten naar beneden gooien vanuit de hoge bomen boven onze picknicktafel. Het is tijd voor lunch: aardappelen met zuurkool en knakworstjes uit blik. Niet echt een maaltijd voor een klimaat van 35 graden, maar desondanks smaakt het prima. We lezen en zetten koffie in de middag, waarna we om 14.00 uur er weer op uit gaan. Nu gaan we naar Ubirr, drie kilometer verderop. Ondanks dat er alleen een autoweg naartoe loopt, besluiten we te lopen. Een beetje beweging kan geen kwaad. Het enige nadeel is dat net na zonsondergang het hek wordt gesloten door de ranger. Hopelijk zijn we er voor die tijd uit. We hadden al gevraagd of we niet met hem mee terug konden rijden naar de camping, maar er schijnen zelfs regels te zijn dat hij niemand mee mag nemen in zijn auto tijdens diensttijd. We wisten al dat Australiërs gek zijn op regels, maar dit slaat echt alles! De ranger is bovendien bloedserieus! We zien wel waar het schip strand vanavond.

 

Eenmaal bij Ubirr doen we eerst zelf een rondje park voordat we om 16.10 uur twee uur op sleeptouw worden genomen door de ranger. Ubirr maakt deel uit van het Kakadu National Park en staat bekend om haar vele rotstekeningen, gemaakt door de Aboriginals. Sommige zijn meer dan 60.000 jaar oud! De tour met de gids is gratis. Maar voordat de tour begint worden we allemaal (zo’n 20 personen) gecontroleerd op de toegangskaart van het park. De tour begint met uitleg van de bomen in het park. Van de bladeren van een boom die er uitziet als een palmboom worden manden gemaakt. Een andere boom is een soort appelboom met zoete en extreem zure appels. “Moet je van houden”. Tijdens de tour zien we voor het eerst de zwarte wallaroe (black wallaroe), een soort kleine zwarte kangoeroe, super schattig.

Het uitzichtpunt over het wetland is het hoogtepunt van Ubirr. Helemaal tijdens zonsondergang zijn de kleuren prachtig. Tijdens het volgen van de zon zien we in het wetland een enorm groot wild zwijn lopen. Tijdens de zonsondergang eten we onze bammetjes. Hier zijn gelukkig nog geen muggen. Na de zonsondergang lopen we langzaam terug naar de camping en gelukkig krijgen we halverwege een lift aangeboden door twee vrouwen uit Melbourne. Eenmaal terug bij de tent blijkt het muggengala al begonnen te zijn. En zo gaan we om 19.00 uur maar de tent in, naar bed!

Vrijdag 22 juni 2018 Kakadu National Park – Darwin

Het is even doorbijten deze ochtend. Omdat de zon nog niet verschijnt zijn de muggen werkelijk overal. Met pakken aan en helmen op pakken we alle spullen in.

Foto 89 – Klaar voor de terrormuggen

Helaas beslaan de helmen snel en vliegen in je helm is een hel, dus doen we ze uiteindelijk weer af. Dan maar met een sjaal om ons hoofd. Al lopende eten we het ontbijt, doen we de afwas en poetsen we onze tanden. Stilstaan is geen optie met 100 muggen tegelijkertijd op je hoofd. Wegwezen hier! Zelfs je helm opdoen zonder dat er muggen in zitten is nog een hele opgave. We willen ook niet weten hoeveel muggen we net met tent en al in de koffer hebben gestopt.

 

Vandaag rijden we naar Darwin. Onderweg zien we een wilde buffel. Zoals eerder geschreven schijnen deze nogal gevaarlijk te zijn. Ook zien we zwarte kaketoes langs de weg.

We lunchen bij Fogg Dam Conservation Reserve, een weg die midden door de wetlands van Marylands gaat. Op de weg naar het uitzichtpunt wordt men dan ook niet verzocht te stoppen, omdat het water aan beide zijden qua hoogte tot aan de weg staat en er krokodillen kunnen zitten. Wanneer we halverwege een ouder echtpaar met hun kleinkind zien lopen valt onze mond open van verbazing. Lekker krokodillenhapje! Ze willen alleen even bij de krokodillenval gaan kijken, maar worden gelukkig niet veel later door een ranger gewezen op de gevaren, waarna ze met spoed terug lopen naar het omheinde uitzichtpunt. Vanaf dit punt zien we veel watervogels. Mooi om te zien!

We rijden door naar Darwin. Bij de NT General Store kopen we twee nieuwe 2-seizoensslaapzakken voor 200 AUD. De slaapzakken beloven een aangename nachtrust tot -5 graden Celsius. Mooi! We zullen ze nodig hebben voor de overnachtingen in Alice Springs. De huidige slaapzakken die we in Indonesië gekocht hebben, zouden tot -2 graden Celsius gaan, maar zelfs bij +10 graden Celsius hebben we al het gevoel dat dat we dood vriezen. Niks waard, dus weg ermee! De volgende stop is Motorcycles Darwin (flutwinkel) en de Harley Davidson & Kawasaki dealer (leuke winkel!), maar helaas geen nieuw achterlampje voor Eriks motor kunnen vinden. Het is inmiddels 17.00 uur, tijd om een camping te zoeken. Discovery Parks Darwin blijkt überhaupt geen tentplaatsen te hebben en we worden doorverwezen naar Hidden Valley Holiday Park, waar we voor 45 AUD per nacht een tentplek krijgen toegewezen. Net voor het donker zetten we de tent op en beginnen we de avond relaxed met een wijntje en een chipje. Na een soepje met een broodje vallen we in een diepe slaap!

 

Zaterdag 23 juni 2018 Darwin

We staan vroeg op, gewoon, omdat het lekker is. Nadat we een wasje hebben gedraaid en rustig hebben ontbeten, verhuizen we met de laptop en telefoons naar het café van het park, waar een gratis wifi signaal is. We hebben heel wat zaken af te handelen: mails sturen met betrekking tot sollicitaties die lopen in Nederland, verschepingsmogelijkheden vanaf Melbourne uitzoeken voor de motoren en die vastleggen, oude Carnet de Passage uitschrijven met behulp van foto’s van de nieuwe, foto’s plaatsen op Instagram en tot slot foto’s opsturen naar het Honda Magazine.

Foto 95 – Voor de strohalsibis hoeven we niet naar een NP

Om 11.00 uur hebben we alle to-do’s afgestreept en gaan we op pad. Eerst rijden we naar Cyclone Motorcycles op advies van een medewerker van de Harley winkel. Cyclone is onder andere dealer in Honda en heeft gelukkig wel een achterlichtlampje liggen. Even omwisselen en klaar is Kees!

 

Op naar Parap Village Market, waar we om 12.00 uur hebben afgesproken met Wiebe Wakker. Al sinds Indonesië hebben we contact met Wiebe, maar we zijn elkaar daar misgelopen. Wiebe reist in een elektrische Volkswagen vanuit Haarlem naar Australië (en misschien verder), nogal een uitdaging met een actieradius van 200 kilometer en geen geld op zak. Ondertussen is hij al 2,5 jaar onderweg en heeft hij pas twee maal voor een overnachting betaald. Hij laat zijn reis voornamelijk bepalen door de mensen die hem stroom en onderdak aanbieden. Wat een avontuur! Samen met Wiebe eten we een Chinese maaltijd voor een paar AUD op de markt en wisselen we avontuurverhalen uit. Altijd leuk om mede overlanders te ontmoeten, helemaal wanneer ze uit Nederland komen! Wiebe is met zijn reis Plug Me In Travel al in de meeste Nederlandse kranten voorbij gekomen, maar ook op Shownieuws, en hij komt vanavond zelfs op de Nationale Australische tv-zender ABC. Wauw, we zijn een beetje jaloers! J Een paar weken later krijgen we een berichtje van Wiebe dat we het zelf ook tot de Australische tv gemaakt hebben. Tijdens een nieuw interview met Wiebe worden filmpjes van zijn website getoond, en net dat item met ons hebben ze eruit gepikt!

Foto – We zijn beroemd! Bertha en Erik op de Australische nieuwszender GWN

Tot slot nemen we een foto met de drie nummerborden op een rijtje. De renbaan in de buurt blijkt een locatie te zijn met veel bomen, en dus een goede fotolocatie.

Foto – 3 NLse kentekens en Wiebe Wakker

En waarom dan ook niet gelijk even een bezoekje aan de renbaan? We maken één race mee en houden het dan voor gezien. Bovendien voldoen we in onze t-shirts niet helemaal aan de dresscode. Ook hebben we niet echt het budget om een gokje te wagen. Wel interessant trouwens, binnen hangen diverse schermen met paardenraces van Darwin, maar ook van andere steden. De paarden worden zelfs geschoren! Al geeft een jockey aan dat dit meer is voor de warmte van het paard dan voor de snelheid. We nemen afscheid van Wiebe, het was gezellig! Volgende keer een biertje in Amsterdam of Haarlem!

Foto 96 – Fanny Bay Racecourse

Bij de Coles supermarkt doen we (blik)inkopen voor de komende week en dan gaan we terug naar de camping. ’s Avonds maakt Bertha een heerlijke salade van rode biet, spinazie en geitenkaas, terwijl Erik een kangoeroe burger bereidt met kaas, ei en bacon. Wanneer we een koelkast tot onze beschikking hebben nemen we echt de moeite om iets lekkers te bereiden. Genieten!

 

Erik kan ’s avonds voor het eerst een stukje live WK-voetbal meepakken: België – Tunesië. Ondanks dat Australië ook met het WK mee doet, lijkt niemand zich in dit land voor het WK zich te interesseren. Alle Australiërs kijken naar rugby of football (AFL), twee aparte sporten hebben we ons vanavond laten vertellen door een enthousiaste vrouwelijke (± 70 jaar) rugby supporter uit Melbourne. Zo leren we elke dag weer een beetje meer over dit diverse land!

Love to share:

3 Comments

  1. Dick Baas

    Wat n mooi en boeiend verslag weer.
    Veel lees genot zoals jullie schrijven.

  2. Marion

    Ondanks alweer even in Nederland heb ik weer enorm genoten van jullie prachtig beschreven avonturen!!!Wat een prachtige ontmoetingen ook!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Top