Week 58 – 59 Australië: Van Darwin via Alice Springs naar Cairns: Fooluru, Heartbreak hill, verrassende vergezichten en het Zuiderkruis in het soms ijskoude rode centrum van Australië!

De dagen in Australië vliegen voorbij. We kunnen Sydney als laatste stad van ons groots avontuur al bijna zien liggen. Het uitzicht wordt alleen nog ‘geblokkeerd’ door de iconische Uluru-rots die we eindelijk met eigen ogen mogen bekijken en misschien zelfs beklimmen. Onderweg ervaren we de koudste nachten in Australië, ijzel op de tent en tegensputterende motoren. In centraal- en oost Australië komen we de meest uiteenlopende mensen tegen, zijn we soms dagen op zoek naar een Goonbag en worden we bijna overlopen door op hol geslagen koeien.

 

Zondag 24 juni 2018 Darwin – Florence Falls Campground

Het is nog geen half zeven als we klaarwakker naast onze tent staan, klaar voor een nieuwe dag. De ietwat vreemde biker die we gisteravond mompelend achter zijn fles Jack Daniëls achter hebben gelaten, zit alweer, of nog steeds, in de gemeenschappelijke keuken. Hij vertelde gister dat hij door een deel van Australië reist met zijn chopper. Helaas werd elke zin met ontstellend veel krachttermen door de keuken geslingerd. Hopelijk komt hij door de vele kilometers in zijn Australië een beetje tot rust, iets meer Zen.

Wanneer we de laatste spullen inpakken, worden we aangesproken door een stelletje welke nieuwsgierig zijn naar onze verhalen. Enthousiast als altijd vertellen we in een notendop waar we allemaal geweest zijn, terwijl ze ons vol bewondering aankijken. Het blijkt een droom van hun allebei om ook ooit zo’n grote reis te maken. Ze zijn vervend motorrijders, toch denken ze er meer aan om voor hun avontuur een auto of busje te gebruiken. Mietjes 🙂

Na een heerlijk ontbijt rijden we zuidwaarts richting Florence Falls Campground in het Litchfield National Park. Onderweg stoppen we bij een plek waar we wederom veel termietenheuvels zien, dit keer zijn ze meer dan twee meter hoog. De verzameling, op grafsteen lijkende ‘Termite Mounds’, staat in een dor grasland en is door de kompastermieten in noord-zuidrichting gebouwd. De nesten zijn altijd zo geplaatst, dat de zon op het heetst van de dag op de ‘bladrand’ van het nest schijnt en niet op het veel grotere oppervlak aan weerszijden. Dit om oververhitting van het nest te voorkomen. Hieraan heeft de soort zijn naam ‘kompastermiet’ te danken.

Na nog een klein stukje rijden bereiken we Florence Falls Campground, waar we voor 12 AUD het  laatste plekje bemachtigen. Een grote plek die we al snel niet meer voor onszelf hebben, er komt nog iemand met de ‘wereldreizigersziekte’ zijn tent opzetten. Het is een 70-jarige, van origine Duitser die al geruime tijd in Australië woont. De man lijkt aan zijn tweede tandenwissel bezig te zijn, zodat hij moeilijk te verstaan is. Toch is datgene wat we begrijpen reuze interessant. Hij heeft de halve wereld al gezien, heeft tientallen kamelen gehad hier in Australië, en ontvangt een riant pensioen. “Ik heb mijn halve leven hard gewerkt, nu is het tijd om met staatsgeld nog meer van de wereld te ontdekken”, vertelt hij lachend. Nog druk met zijn eigen verhalen laat hij ons achter, hij moet snel even bijslapen. We maken het onszelf gemakkelijk en genieten voor ons tentje van een 5-sterren lunch die we al eerder hadden klaargemaakt: kangoeroebiefstuk met kaas, ei en een plakje bacon. We drinken er nog net geen biertje bij 🙂 .

Met een volle buik starten we een wandeling door het Litchfield National park, wat zo’n 650m2 groot is. De grootste ‘attracties’ zijn de drie grote watervallen, omringd door groen tropisch regenwoud. Dat het hier tropisch is hadden we al gemerkt, laat die frisse duik maar komen!

Helaas is het wel te merken dat het park slechts 115 kilometer ten zuiden van Darwin ligt en populair is onder dagjesmensen. Bij de eerste waterval, Florence Falls, is het in en naast het water zo vol met mensen dat we besluiten om wat verder te wandelen. Het is een prachtig park, waar in het regenseizoen zelfs zoutwaterkrokodillen te vinden zijn. Mensen en ‘salties’ gaan niet goed samen zodat tussen november en maart delen van het park zijn afgesloten.

Gelukkig zijn er nog tal van andere plekken waar we een ‘duik’ kunnen nemen, vandaag hoeven we niet meer te douchen. Komt ook goed uit, op de camping zijn alleen wc’s.

Terug bij de tent zien we dat er nog een groepje is bijgekomen op ‘onze’ plek. Twee Duitse jonge meiden met een Nederlandse jongen. Hij heeft zijn tent strak naast de nog slapende Duitser geïnstalleerd, alsof we op camping B van Lowlands staan. Wanneer hij ziet dat er twee motoren met een NL-kenteken op de camping staan, spreekt hij ons even in het Engels aan. We reageren uiteraard in het Nederlands wat echter geen reactie oplevert. De jongen blijft stug in het Engels reageren, alsof hij zijn moederstaal volledig verloren is. Lijkt ons sterk na een kleine maand Australië, toch besluiten we hem in zijn waarde te laten. Terwijl de jongen nog wat na pruttelt, knijpt Erik er tussenuit om hout te sprokkelen in de omgeving.  Nadat de zon is ondergegaan genieten we bij het kampvuur van een heerlijke tonijnsalade en een glas rode wijn. Ondertussen luisteren we af en toe naar de Nederlandse jongen die zijn Duitse vriendinnen uitlegt hoe we hier naartoe zijn gereden. Opvallend, aangezien we hem dat nog helemaal niet verteld hebben. Mogelijk heeft hij een rijke fantasie.

 

Maandag 25 juni 2018 Florence Falls Campground – Daly Waters Campground

De dag schiet aan ons voorbij en voordat we het weten zitten we al aan de lunch. In een klein dorpje (Katharina, Noordelijk Territorium) gooien we onze motoren vol bij tankstation Pie Face. De naastgelegen kroeg voorziet de Aboriginals al vroeg van hun eerste levensbehoefte. Het is iets waar we nog steeds met plaatsvervangende schaamte naar kijken. We rijden de motoren naar de overkant van de straat waar we op een picknickbankje uitrusten van de eerste kilometers. Wanneer we net een hap van onze boterhammen hebben genomen, schrikken we ons rot. Alle bomen in de omgeving zitten vol met vleermuizen, hier ook wel de vliegende vos genoemd. Ze zijn behoorlijk groot en nogal angstaanjagend, het lijkt alsof we midden in een film van Alfred Hitchcock zijn beland, wegwezen hier!

Na een lange motordag van ongeveer 500km komen we aan in Daily Waters, een klein stadje op de kruising van de Savannah Way en de Stuart Highway. Het stadje heeft zijn naam te danken aan John McDouall Stuart, die tijdens zijn 3e poging om in 1861 Australië over te steken van zuid naar noord, hier een tussenstop maakte. In het verleden had Daly Waters een vliegveld welke in de Tweede Wereldoorlog diende als luchtmachtbasis en daarna als militair oefenterrein. Nadat het vliegveld in 1965 werd gesloten, kreeg het dorpje langzaam een andere ‘status’, namelijk als toeristische attractie. De historische Daly Waters Pub is ingericht met bankbiljetten van over de hele wereld en andere memorabilia die bezoekers hebben achtergelaten. De naastliggende camping is overvol met caravans en campers waar we gelukkig met onze kleine tent nog net tussen passen. Het is nog 45 minuten happy hour, wat ons aanzet tot een wereldrecord poging tentopzetten en douchen! Nog geen 20 minuten later staan we ons met het eerste koude biertje in de hand te vergapen aan het ‘behang’ in de pub.

Op de binnenplaats spelen verschillende bandjes en komt er zelfs een familiecircus voorbij! Vader, moeder, dochter en zoon (The Pitts Family Circus) voeren een lachwekkende dansvoorstelling uit. Nadat Lou Bradley en Phil de laatste noten hebben gespeeld en wij onze dollars aan bier en eten hebben opgemaakt, kruipen we tussen de caravans onze tent in.

 

Dinsdag 27 juni 2018 Daly Waters Pub – Banka Banka Station

Ondanks de vele biertjes van gister, stappen we fris de tent uit. We lenen twee stoelen uit de pub en knabbelen naast onze tent aan wat crackers. We hebben gister wel genoeg pub-voedsel gehad. Nadat Erik de buurvrouw heeft geholpen met het afbreken van de vouwwagen, maken we nog wat foto’s in de pub. Na een mooie pose voor de pub, scheuren we over het gravel pad de paar kilometers terug naar de ‘beschaving’.

Vandaag rijden we geen wereldafstand, de wind is echter een grote tegenstander. We zien roadtrains gevaarlijk slingeren, terwijl onze motoren af en toe onder een gevaarlijke hoek over het asfalt glijden. Vermoeid komen we aan bij Banka Banka Cattle Station, waar we voor 20 AUD een plek voor onze tent mogen zoeken. Dit historische vee station diende in de Tweede Wereldoorlog nog als bevoorradingskamp. Tegenwoordig is het een populaire stopplaats voor reizigers. Een schattige stopplek vol ‘museumstukken’ uit vervlogen tijden en gestrande auto’s. We komen zelfs oog in oog te staat met de eerste kamelen in Australië. Bertha aarzelt even maar dan durft ze uiteindelijk toch een stuk brood te voeren. Na een korte wandeling berg op hebben we prachtig uitzicht over het vee station en de omgeving. We tellen snel zo’n 50 caravans, die met 20 AUD per stuk een mooie dag opleveren voor de eigenaar.

Wanneer het inmiddels aardedonker is en we aan een goed gevulde tomatensoep zitten, komt er nog een grote bus het terrein op rijden. Ze mogen naast de campingkeuken parkeren en stormen met de hele groep de keuken in. De groep bestaat voornamelijk uit Chinezen, welke een studiereis door Australië maken. Het oogt in het begin allemaal wat chaotisch, maar na een paar duidelijke instructies van de Ozzie buschauffeur, splitst de groep in tweeën en gaat aan de slag. De ene helft zet de tenten op, terwijl de andere studenten de keuken overnemen. Noedels, vlees en groente gaan van hand tot hand uiteindelijk een grote pan in. Het begint heerlijk te ruiken en ondanks dat we zelf al hebben gegeten, willen we bijna vragen of we ook een vorkje mogen meeprikken.

 

Woensdag 28 juni 2018 Banka Banka Station – Heritage Park Alice Springs

Ondanks een koude nacht, hebben we allebei heerlijk geslapen. De bus vol studenten is al vroeg richting Alice Springs vertrokken. Wij gaan vandaag dezelfde richting op. Na zo’n half uur rijden zien we de bus in de verte verschijnen, die we uiteindelijk breeduit zwaaiend inhalen. Als we de motoren na ruim 200 kilometers naast één van de Devils Marbles parkeren blijkt de bus dezelfde tussenstop te maken.

In het Devils Marbles Conservation Reserve zijn wonderlijke formaties te vinden van natuurlijk geronde stenen. De keien verschillen in diameter van enkele centimeters tot wel zeven meter. Het is een betoverend gezicht om deze ‘knikkers van de duivel’ op het platte landschap te zien liggen.

De lokale (Kaytetye) Aboriginals noemen deze keien Karlu Karlu. Voor hen zijn het de eieren van de regenboogslang, die hier in de droomtijd is geweest. Door de tijd heen zijn de ceremonies en verhalen over dit gebied verloren gegaan, maar voor de Kaytetye is het nog steeds een belangrijke plek. De Devils Marbles kunnen gezien worden als één van de oudste religieuze plaatsen ter wereld.

In 1953 werd overigens een kei uit het gebied gehaald om een permanent monument te worden op het graf van John Flynn, de oprichter van de Royal Flying Doctors Service. De Aboriginals waren het hier begrijpelijkerwijs niet mee eens en na lang debatteren werd de steen in 1990 teruggeplaatst.

Terwijl we op deze heilige plek onze boterhammen opeten, raken we aan de praat met een paar studenten. Ze studeren allemaal wiskunde in Australië en maken nu een snelle roadtrip door het land. Als we over onze avonturen vertellen, hangen ze aan onze lippen. Één van de studenten rijdt zelf ook motor, laat een paar stoere foto’s zien en wil maar wat graag een grote reis ondernemen. “Net zoals jullie” giechelt ze. Later op weg naar Alice Springs halen we de bus nog twee keer in, dit keer zwaait iedereen naar iedereen.

Hoe dichter we bij Alice Springs komen, hoe kouder het wordt, zelfs hier in de ‘woestijn’. Waarom is het overdag warm en kan het ’s nachts vriezen? Een kleine Willem Wever uitleg J hieronder!

De stand van de zon en de afwezigheid van wolken zijn bepalend voor de grote verschillen tussen de dag- en nachttemperatuur in de woestijn. Als er geen wolken zijn, kan de zon overdag ongehinderd op de aarde branden en is er ‘s nachts geen wolkendeken om de warmte, die de aarde afgeeft, tegen te houden.

 

Bij Wycliffe Well maken we een tussenstop om wat op te warmen en de motoren vol te tanken. Dit is niet zo maar een tussenstop, het is de zelfbenoemde UFO-hoofdstad van Australië. Volgens de tankstation eigenaar zijn de UFO waarnemingen hier zo gewoon dat als je de hele nacht opblijft het onmogelijk is dat je geen UFO hebt gezien.

 

We hadden voorgenomen om op deze plek te overnachten. De camping is echter zo uitgestorven en gedateerd dat we besluiten om door te rijden tot Alice Springs. Die UFO’s zien we vast later nog wel ergens.

 

Wanneer we eindelijk aankomen bij Heritage Park Alice Springs en de zon bijna onder gaat, staan we bibberend van de kou bij de receptie. Het is een vrij prijzige (30 AUD) en suffe camping, waar we na het opzetten van de tent snel onder een warme douche duiken. Na een Indonesische maaltijd met een paar glazen wijn uit onze goonbag, trekken we zoveel mogelijk kleding aan voordat we in onze slaapzakken rollen.

Donderdag 28 juni 2018 Alice Springs – Curtin Springs Cattle Station

Rillend van de kou, worden we ruim voordat de wekker gaat wakker. De slaapzakken die we in Darwin hebben gekocht voldoen maar amper. Vanavond ritsen we de slaapzakken aan elkaar vast, zodat we samen wellicht wat warmer worden. We slepen twee stoelen uit de gezamenlijke keuken en gaan in de eerste zonnestralen zitten. Dankzij een paar boterhammen in de ochtendzon, krijgen we langzaam weer gevoel in ons lichaam. We vertrekken en doen in het ietwat troosteloze stadje boodschappen bij de buurtsuper. Het is nog vroeg , toch zijn de eerste Aboriginals al begonnen met schreeuwen en bier drinken. Dit is nogal opvallend bovenop het feit dat de slijterijen in deze stad (om deze reden) pas om 16.00 uur open gaan. Het gedrag van de Aboriginals hier geeft het kleine stadje nog een extra treurigheid mee.

 

Met een dikke laag kleding, winterhandschoenen en een extra sjaal aan, stappen we op de motor. Bewegen is met al die kleding wat lastig, en helaas blijft het koud tijdens het rijden. In Nederland staan met deze temperaturen de meeste motoren ongetwijfeld al in de winterstalling. In de middag herhalen we de opwarmtruc van vanochtend terwijl we in de gaten gehouden worden door een tiental emoes, de grootste volgelsoort in Australië. Ze kunnen wel twee meter hoog worden en zestig kilo wegen. En als het echt moet halen ze snelheden van wel vijftig kilometer per uur. Gelukkig staan ze achter een hek, anders waren we toch echt ergens anders in de zon gaan zitten.

Foto 24 – De Emoe

Na de opwarming rijden we verder en zien we uiteindelijk Uluru of Ayers Rock in de verte opdoemen. Een icoon zo midden in het landschap, hoe dichter bij we komen hoe specialer het gevoel. Bij een parkeerplaats stoppen we dan ook om een foto te maken. Daar komen we er al snel achter dat we poseren voor een hele andere rots, namelijk Mount Conner. Omwonenden noemen deze rots ook wel Mount Fooluru waaruit blijkt dat we gelukkig niet de enige zijn die hier in de fout gaan.

De berg steekt met zijn afgevlakte en hoefijzervorm ruim 300 meter uit boven het omringende terrein. De berg is 200 tot 300 miljoen jaar ouder dan Uluru, wat het toch wel bijzonder maakt dat we hier staan.

Foto 25 – Mount Conner of wel Fool-uru

We rijden nog een klein half uurtje alvorens we stoppen bij Curtin Springs Station (-25.315092, 131.756667). Het station is meer dan 1 miljoen hectare groot (ongeveer 2 miljoen voetbalvelden!) met voornamelijk Brits rasvee welke gehouden worden voor de vleesindustrie. In 1957 begon Len Tuit als eerste toeristische toertjes te organiseren naar Uluru en gebruikte dit station voor de bevoorrading. Vóór 1957 hadden ze op dit station in één jaar slechts bezoek gehad van zes mensen, maar dankzij Len Tuit kwam hier snel verandering in. Op het terrein is een gratis camping ingericht zonder stroom. Er is vers drinkwater aanwezig en zelfs een paar douches. Voor de douches moet je wel betalen, eenmalig 5 AUD per persoon. De camping annex zandvlakte is al goed vol met campers, luxe off road vouwwagens en caravans, zodat we niet het allermooiste plekje hebben voor onze tent. En die rode stof! De tent staat nog geen tien minuten, maar heeft al bijna de kleur van de omgeving overgenomen. Het lijkt de Gibb River Road wel!

Foto 26 – Curtin Springs roadhouse

Terwijl we andere kleding aan proberen te trekken, worden we aangesproken door Frazer, een Ozzie die zelf ook motor rijdt (Suzuki DR650). Hij heeft voldoende hout gesprokkeld voor drie weken kampvuur en nodigt ons uit om daar verder te praten. Dat laten we ons natuurlijk niet twee keer zeggen, we beloven na het eten langs te komen. Eten koken gaat met de kou helaas ook niet helemaal vanzelf, het duurt lang voordat het water kookt. Terwijl we boven de pannen hangen, komen er nog twee motoren de camping oprijden, Pärle en Igor uit Estland stellen zich voor. Ze rijden allebei op een BMW (650 en 850) en hebben al ruim 55.000 kilometer afgelegd. Later bij het kampvuur delen we met vijf motorrijders prachtige verhalen, al hangt Igor er ietwat verveeld bij. Hij verstaat wel Engels, maar spreekt het zelf niet, zodat Pärle af en toe wat moet vertalen. Lastig om voor te stellen dat je al zo lang op reis bent, maar nog geen klein beetje Engels spreekt. Dat we als reiskoppels verschillen wordt al snel duidelijk. Waar Pärle en Igor werkelijk op alles proberen te besparen (geen drank, uit eten of zo min mogelijk betalen voor kamperen), geven wij het geld wat makkelijker uit. Wanneer we horen dat ze vaak enkel spaghetti met wat knoflook en olijfolie eten vallen we bijna van onze stoel, hoe hou je dat vol? We horen het hoofdschuddend aan terwijl we stiekem van onze Jim Beam Whisky nippen, die we voor de hoofdprijs in de stationswinkel gekocht hebben. Sterke drank voor warme nachten J .

Frazer vertelt dat hij een tijd geleden gescheiden is en het daar nog heel moeilijk mee heeft. Hij wil zo lang als mogelijk op zijn motor door Australië reizen wat hem een soort therapeutische verlossing geeft. Hij mist zijn kinderen enorm, iets wat hem gek genoeg dan ook weer op de been houdt. Morgen praten we verder, we bedanken hem voor het heerlijk warme vuurtje en wensen iedereen een goede nacht.

 

Vrijdag 29 juni 2018 Curtis Springs Cattle Station – Uluru & Kata Tjuta

Wederom worden we onderkoeld wakker, het was nog kouder dan gister! In de tent was het -1°C waar we als mummies stijf tegen elkaar aanlagen. Het hoort allemaal bij het grote avontuur, toch heeft zweten in de tent onze voorkeur. Terwijl we een stevig ontbijt bakken, bacon met eieren, denken we onbewust terug aan het gesprek van gisteravond. Hoe ziet een ontbijt er bij Pärle en Igor gemiddeld genomen uit? We eten smakelijk verder en laten ons ‘oordeel’ vallen, iedereen doet het gelukkig op zijn manier. Wanneer we klaar staan om te vertrekken richting Uluru komt Pärle nog even langs, in plaats van vandaag uit te slapen hebben ze besloten om vandaag toch ook maar op avontuur te gaan. Zodoende rijden we met drie motoren, Pärle en Igor op één, naar het Uluru- Kata Tjuta National Park. De 100 kilometer rijden we zonder te stoppen, zodat we nog op tijd zijn voor de gratis infowandeling met de boswachter bij de grote rode rots. Het doorrijden is echter niet de moeite waard, de jonge boswachter spreekt de groep zo verveeld toe dat we al vrij snel ons eigen plan trekken. We lopen rond Uluru, of Ayers Rock, welke misschien wel de beroemdste rots ter wereld is. Een kleurrijk monument midden in de woestijn, dat dagelijks bijna ‘omver’ wordt gelopen door de vele toeristen. De immense rots is in omtrek 3,6 kilometer en steekt maar liefst 5 kilometer de grond in. Het hoogste punt steekt 348 meter boven het landschap uit. Na lang onderzoek is gebleken dat Uluru mogelijk slechts een topje is van een immens gebergte waartoe ook Mount Conner behoort, waar we gister nog stonden. Het is moeilijk voor te stellen dat dit landschap ooit een ondiepe zee was en dat Uluru uiteindelijk totaal zal verdwijnen. Erosie zorgt er namelijk voor dat de rots langzaam afkalft. Dit komt door zowel regen en de daaruit voortvloeiende stroompjes als door de immense verschillen in temperatuur tussen dag en nacht. Overdag worden momenteel temperaturen tussen de 30 en 40 graden gemeten, terwijl ’s nachts het kwik niet boven nul komt. Overdag zet de rots uit om ’s nachts weer te krimpen. Dag in, dag uit.

 

Voor de lokale Aboriginals, de Anangu, is Uluru een belangrijke religieuze plaats. De rots is verbonden met hun mythologie, de Tjukurpa, ook bekend als Droomtijd. Alle facetten van de rots hebben een bepaalde betekenis en zijn met elkaar verbonden via de mythologie in de Tjukurpa. Bepaalde scheuren in de rots zijn voor de Anangu de overblijfselen van een strijd tussen twee mythologische wezens uit de Droomtijd. Verschillende kleine gaten worden geassocieerd met holen gegraven door mythologische mollen. Zo vormt de rots als het ware een bijbel voor de Anangu, die geen schrift hadden om hun mythologie op te schrijven. Er zijn verschillende heilige plekken rondom de rots die een speciale rol spelen bij mannen- of vrouwenrituelen. De Tjukurpa is grotendeels geheim voor niet-ingewijden. Het is bijvoorbeeld voor Anangu mannen verboden om zelfs maar te kijken naar bepaalde delen van de rots die met vrouwen Tjukurpa te maken hebben en andersom.

Nadat we en paar prachtige rotstekeningen hebben bewonderd lopen we terug naar de parkeerplaats bij Uluru. Er zijn een hoop mensen die naar boven klimmen, iets wat er nogal gevaarlijk uitziet. We twijfelen zelf ook of we Uluru moeten beklimmen, het beklimmen is voor de Aboriginals tenslotte taboe. Vanaf oktober 2019 gaat de rots op ‘slot’, wat ons doet besluiten om toch de rots te beklimmen. We hopen dat de goden ons dit vergeven. Pärle en Igor blijven achter, ze zijn gewoon niet zo van het wandelen.

De klim is bijzonder steil en gevaarlijk, op sommige plekken kan je niet zonder de stalen ketting die wat houvast moet bieden. Tijdens het beklimmen van de rots zijn 35 mensen om het leven gekomen, waarvan de meeste overigens door een hartaanval. Zouden de goden dan toch ….

Foto 27 – Op weg naar Uluru

We hebben ons toch een beetje vergist in de klim en met een motorbroek naar boven, maakt het er niet makkelijker op. Bertha kijkt vooral niet achterom, haar hoogtevrees stijgt met elke voetstap. We ondersteunen elkaar waar we kunnen en zo klimmen we langzaam verder. Nat van het zweet bereiken we zo’n anderhalf uur later het hoogste punt van Uluru. Voor veel Australiërs hét moment om het thuisfront over hun prestaties te infomeren. We zonderen ons iets af, kiezen een mooi plekje uit en genieten in alle rust van het uitzicht. Soms is het moeilijk te bevatten dat we al zo ver zijn gekomen, al meer dan 46.000 kilometer hebben we over deze prachtige wereld gereden. En behalve enkele tegenslagen in India, waar we wellicht alleen maar sterker van zijn geworden, hebben we geen grote tegenslagen gehad. We moeten oppassen dat we hier niet in tranen uitbarsten.

De terugweg is wat aangenamer, toch blijft het uitkijken. Het is af en toe met de kont op de rots langzaam naar beneden schuiven, terwijl we angstvallig de ketting vasthouden. Beneden rusten we even uit op een bankje, terwijl we Uluru nog even goed bekijken. Als we vooraf hadden geweten over de moeilijkheidsgraad van de beklimming, waren we misschien niet eens naar boven gegaan.

We rijden zo’n 50 kilometer verder naar Kata Tjuta of Mount Olga, een andere rotsformatie. Kata Tjuta betekent vele hoofden, welke met een beetje fantasie wel te zien zijn in de formatie van een dertigtal rotsen. Ook dit deel maakt onderdeel uit van de enorme ondergrondse rotsformatie van Uluru. Volgens de Aboriginals woont op de hoogste rots van Kata Tjuta een mythologische slang, Wanambi genaamd, in een waterhol dicht bij de top. De haren van de slang zijn de donkere lijnen op de oostkant van de rots. De wind die door de vele gaten van de rots waait is zijn adem. Als de slang erg boos is zwelt deze aan tot een orkaan.

Rondom Kata Tjuta zijn twee wandelroutes die we laten voor wat het is. We hebben onze energie al verloren aan Uluru. We nemen wat foto’s en rijden terug naar Curtis Springs Cattle Station.

s’ Avonds sluiten we weer aan bij het kampvuur van Frazer, waar Pärle en Igor zich ook proberen op te warmen.

 

Zaterdag 30 juni 2018 Curtin Springs Cattle Station – Kings Canyon

Dit keer niet alleen stof op de tent bij het opstaan, maar zelfs ijs! We slapen door de kou niet al te best, waardoor we besloten hebben om de planning iets aan te passen. Het originele plan was om in deze regio een week rond te reizen, maar met die kou hebben we daar niet zo’n zin meer in. Vandaag gaan we de Kings Canyon bezoeken, slapen hier nog een laatste nacht en vertrekken daarna snel naar een warmer gebied.

 

Na het ontbijt gaan we op pad, op ongeveer 200 kilometer ligt onze volgende bestemming: Kings Canyon.

Een immense kloof in het National Park Watarrka, waarvan de wanden meer dan 300 meter hoog zijn. In de bodem van de kloof stroomt Kings Creek. Een deel van de kloof is een heilige plaats voor de Aboriginals. Kings Canyon en het omringende gebied is Aboriginal land en maakt deel uit van het traditionele land van het Luritja-volk. Rotstekeningen aan de voet van de Canyon zijn vele honderden jaren oud en zijn voor het ‘gewone’ publiek niet toegankelijk. De naam Watarrka verwijst naar het gebied rondom het heilige dromenpad dat door het park loop.

 

We nemen vandaag de Kings Canyon Rim Walk, en zes kilometer lange wandeltocht welke ons over de toppen van de Canyon leidt met een spectaculair zicht over de omgeving. De start van de wandeling noemen de lokale bewoners ook wel de ‘Heartbreak Hill’, omdat het zo steil is. We zijn goed opgewarmd als we boven zijn. Vanaf hier is de wandeltocht een stuk minder zwaar.

Langs de randen van de kloof zijn de vergezichten werkelijk adembenemend, we moeten alleen oppassen dat we door de wind niet 300 meter lager geblazen worden. Wanneer we even later een grote groep inhalen met een gids, krijgt Erik een standje van de beste man als hij naar zijn mening zich te dicht bij de kloof bevind. “Je houdt je niet aan de parkregels, vriend” schreeuwt hij zo hard dat vooral zijn groep het goed kan horen. Dit is zijn momentje zeker, denkt Erik, trekt zijn schouders wat op en roept terug dat hij geen Engels spreekt. “Bye Bye.”

 

Kings Canyon is echt een ecologisch wonderland, waarvan de geschiedenis bij elke stap duidelijk is. De grote rotspartijen strijden al meer dan 300 miljoen jaar tegen de elementen en oude zee fossielen geëtst in de rotsen, tonen de ongelofelijke veranderingen in het milieu aan die zich in de loop der tijden hebben voorgedaan.

Wanneer we weer aankomen bij het vertrekpunt, zien we dat de motoren van Pärle en Igor hier ook staan, zouden ze ook de Rim Walk doen vandaag? We kleding ons op de parkeerplaats om en rijden terug naar Curtin Springs Cattle Station. Na het eten kruipen we dicht bij het kampvuur bij Frazer, waar het gesprek zonder Pärle en Igor wat evenwichtiger is. Hij leert ons zelfs om tijdens de prachtige sterrennacht het zuidelijk kruis (Southern Cross) te ontdekken. Het zuidelijk kruis bestaat uit vijf sterren, een kleine vijfpuntige ster en vier grotere zevenpuntige sterren en siert ook op de nationale vlag van Australië. Deze sterrenformatie is alleen te zien vanuit Australië.

Foto 44 – Can you spot the Southern Cross?

Zondag 1 juli 2018 Curtin Springs Cattle Station – Prowse Gab Road Rest Stop

Van de drie koude nachten die we ‘overleefd’ hebben, was afgelopen nacht wellicht de koudste nacht, alles is bedekt met een vorstlaag. We pakken alles snel in, vullen onze maag en verzamelen bij Frazer voor een selfie. Hij heeft vannacht ook besloten om te vertrekken zodat we gezamenlijk richting de Red Centra Way kruising rijden. Het duurt even voordat onze motoren opgewarmd zijn en echt willen vertrekken, toch laten ze ons ook hier niet in de steek.

 

Aangekomen op de kruising van de Highway 3 en 4 nemen we afscheid van Frazer. Hij rijdt vandaag door naar Kings Canyon en daarna weet hij het nog niet. Wellicht dat hij nooit meer stopt met rijden en uiteindelijk bij ons in Amsterdam op de stoep staat. Dat zou prachtig zijn, we verzekeren hem dat hij altijd welkom is.

Bij Erldunda tanken we voor de tweede keer onze motoren af en komen we ook weer Pärle en Igor tegen die vandaag richting Alice Springs rijden om de was te doen en wat aan de website te werken. Terwijl we met Pärle wat praten inspecteert Igor onze motoren en hij is van mening dat de kettingen te slap en te droog zijn en er ook wat olielekkage zichtbaar is. We bedanken hem voor het advies en vragen ons af hoe we al 46.000 kilometer hebben kunnen rijden zonder enige technische kennis. We gaan vandaag voor een groot deel dezelfde kant op, Bertha als navigator laat echter bewust een gat vallen die steeds groter wordt. Zo zijn we weer alleen, kunnen we alle gevaren samen trotseren en met onze slappe kettingen verder rijden en genieten van het Australische landschap. Onderweg proberen we overal een fles sterke drank te kopen, iets wat onmogelijk blijkt. Vanwege de strenge regels met betrekking tot alcohol en de Aboriginals in dit gebied is elke slijter op zondag gesloten. Aan het einde van de dag vinden we een 24-uurs stop waar we wat verder van de weg af onze tent opzetten. Er staan her en der wat mensen in de struiken geparkeerd, verder is het een prachtig plek. Erik zoekt de omgeving af naar wat brandhout en niet veel later ligt er een berg voor drie dagen naast de tent. Voordat de zon ondergaat staat het kampvuur al aan zodat we dineren onder de prachtige sterrenhemel met een knapperend ‘muziekje’.

 

Maandag 2 juli 2018 Prowse Gab Road Rest Stop – Barkley Homestead

Minder ‘mishandeld’ door de nachtelijke kou worden we wakker, gooien nog wat hout op het smeulend kampvuur en genieten van ons ontbijt. Wat is het prachtig om zo in de natuur van de opgaande zon wakker te worden en langzaam je plan te trekken. Soms denken we wel eens dat het mooi zou zijn om voor altijd zo door te reizen en nooit meer te stoppen.

Nadat alles is ingepakt maken we het kampvuur uit en laten deze fijne plek achter ons. We leggen vandaag ruim 600 kilometer af, welke gepaard gaan met stevige wind. Wanneer ons een roadtrain tegemoet komt, duiken we achter de windschermen om de klap een beetje te ontwijken. Anders worden we misschien nog wel van de weg geblazen! Onderweg komen we ontelbaar veel termietenheuvels tegen die aangekleed zijn met lingerie, feestmutsen, duikmaskers of sportkleding. Volgens omringende bewoners is de hype vermoedelijk zo’n vijf jaar geleden veroorzaakt door ‘Bob de wegwerker’ die een termietenheuvel had aangekleed met een oud oranje veiligheidsvestje. Hierna zijn passanten dit gaan kopiëren met het gevolg dat het rijden over deze snelweg een stuk minder eentonig wordt. Volgens biologen brengt deze rage de termieten overigens geen schade toe. De hardheid van de termietenheuvels is zo extreem dat een katoenen shirt of iets dergelijks geen kwaad kan.

Aan het einde van een lange dag komen we aan bij Barkley Homestead, een afgelegen tankstation en overnachtingsplaats op de grens van Queensland en het Noordelijk territorium. We zijn moe van de lange dag en besluiten hier gelijk te blijven overnachten. Voor 30 AUD zijn de faciliteiten wel wat armoedig. De gemeenschappelijke keuken heeft bijvoorbeeld al jaren geen bezoek gehad van de schoonmaakdienst. We doen het ervoor, we zijn te moe om nog een ander plekje te zoeken.

 

Dinsdag 3 juli 2018 Barkley Homestead – West Leichardt Station (Farm Stay)

Na een paar ijskoude nachten hebben we het vannacht eindelijk weer eens wat warmer gehad en goed geslapen. We zadelen de motoren op en rijden met een goed humeur richting Mount Isa, een mijnstadje zo’n 600 kilometer verderop welke in 1923 gesticht. Mount Isa is vermoedelijk één van de productiefste mijnen in de geschiedenis: er wordt lood, zilver, koper en zink gewonnen. De weg er naartoe, de Highway 66 die bij de grensovergang richting Queensland overgaat naar de A2 is behoorlijk eentonig. Een grensovergang inderdaad. Australië bestaat namelijk uit 6 staten, 2 territoria en 1 federaal territorium. In elke staat en territoria zijn strenge bio- en quarantaine regels met betrekking tot bijvoorbeeld het transport van fruit. Dit betekent letterlijk dat je geen fruit mee de grens over mag nemen, waardoor we vanochtend een ongezonde hoeveelheid fruit naar binnen hebben gewerkt. De regels hebben we echter niet helemaal goed begrepen. Alleen bij het rijden van Queensland uit richting het Noordelijk territorium gelden deze strenge regels. Voor de andere kant op dus blijkbaar niet. Zonder enige controle mogen we nu dan ook de grens over.

Foto 51 – Bij de grensovergang van Queensland

Naarmate we dichter bij de oostkust komen, wordt het ook steeds warmer, we beginnen in onze winterkleding nu bijna te zweten op de motor. Wanneer we Mount Isa bereiken doen we flink inkopen; motorolie, eten voor een paar dagen en eindelijk weer een goonbag. Van wijn wordt men geen chagrijn 🙂 .

Bij de McDonalds kunnen we het niet laten om een kleine hamburger te bestellen die (wanneer ook niet) na een paar minuten al in de weg zit. Volgepakt met boodschappen moeten we nog een kleine 60 kilometer rijden naar onze eindbestemming van vandaag, West Leichardt Cattle Station. Het blijkt lastiger te vinden dan gedacht. Bij de afslag die we volgens de navigatie moeten nemen staat geen enkel bord of aanwijzing. Op de onverharde weg vragen we ons kilometers lang af of we wel de goede kant op gaan en kijken al om ons heen naar een alternatieve overnachtingsplek als we plots moeten stoppen voor een grote groep koeien. En heel toevallig staan ze precies naast een bord, West Leichardt Cattle Station nog twee kilometer. In een oase van rust worden we door Michelle bij de poort opgevangen. Met een groot glas witte wijn neemt ze ons even op. Ze denkt hardop na, ‘waar moet ik jullie neerzetten met een klein tentje zonder iemand anders lastig te vallen’. Plek genoeg denken we, waar we later van terugkomen. Ze denken hier niet alleen maar aan de opbrengsten. We krijgen een prachtig plekje, waar Michelle anders over denkt. Morgen mogen we verhuizen naar een mooiere plaats als er wellicht andere mensen vetrekken. Lachend vertelt ze er wel bij dat mensen hier niet zo snel vertrekken en altijd langer blijven dan gepland. En of we even op willen schieten, “Beer-o-clock is allang aangebroken!”. We zetten snel de tent op en sluiten aan bij de rest van de bezoekers die zich rond de barbecue verzameld hebben. West Leichardt Cattle Station is een nog actief vee bedrijf waar ze op ruim 500.000 hectare koeien houden voor de slacht. Verschillende medewerkers zitten tussen de campinggasten en vertellen enthousiast over hun werkzaamheden terwijl ze het ene naar het andere biertje achterover slaan. Tegen de tijd dat we goed in de gaten hebben wie hier wel en niet werkt is het feest alweer afgelopen. Met onze rode wijn bereiden we in de ouderwetse keuken een heerlijke maaltijd en genieten buiten van de sterrenhemel en de betrekkelijke rust op dit prachtige plekje.

Woensdag 4 juli 2018 West Leichardt Cattle Station

Na een heerlijke nachtrust ontwaken we langzaam met een heerlijk ontbijt van gebakken ei met bacon, toast en koffie. We draaien eindelijk weer een was en werken ons dagboek bij. Bertha schrijft zelfs een muzikale verrassing voor Annerieke, één van haar dierbare vriendinnen in Nederland. De oase van rust en relaxte sfeer van dit vee station werkt als een mantra, we begrijpen heel goed dat sommige mensen hier al vijf weken staan met hun caravan. Michelle is supervriendelijk, de keuken uit de jaren 40 is perfect en de omgeving is prachtig.

 

Met een glas witte wijn in haar hand, was Michelle gister niet in de gelegenheid om betalingen aan te nemen. Wanneer we vandaag vragen wat een overnachting kost, bepaalt ze dat we 25 AUD moeten betalen voor twee nachten. Mooie prijs!!

 

Na een lunch van toast met pesto, tomaat en kaas scheiden onze wegen even. Bertha werkt verder aan haar muzikale cadeau terwijl Erik de motor van Bertha een check-up geeft. De laatste tijd lekt de motor meer olie, vermoedelijk is de klepdekselpakking wat versleten. Een oude ‘campingbewoner’ is in de garage aan het sleutelen aan een choukchaser, een kleine crossmotor die gebruikt kan worden voor het drijven van vee. Hij oppert het idee om het motorblok wat vaster te draaien, wellicht sluit de pakking dan wat beter af. Of dit succes heeft moet later blijken.
Wanneer Erik de motor afspoelt met de hogedrukspuit ziet hij dat er een groot stuk van de uitlaat los hangt, een stuk pijpverbinding is compleet doorgescheurd. Vermoedelijk veroorzaakt door een combinatie van roest en trillingen. Erik sloopt het stuk eraf, duikt samen met het oude baasje de garage in en vindt even later een alternatief koppelstuk wat prima voldoet. Het originele Honda product kost vast tientallen euro’s. Hier in de Outback helpen we elkaar en lossen het creatief op.

Foto 54 – Koppelstuk gebroken

Rond 16.00 uur verzamelt iedereen zich weer bij de buitenkeuken om wat wijn en bier te delen en met elkaar te kletsen. Zo horen we dat morgen met een helikopter en wat auto’s een deel van het vee bij elkaar gedreven zal worden om een selectie te maken voor de verkoop. Dit willen we uiteraard niet missen! We vragen aan Michelle of we nog een nachtje mogen blijven en zij roept ons met een wijnlachje direct toe dat iedereen hier altijd langer blijft. “Ofcourse!”

 

Donderdag 5 juli 2018 West Leichardt Cattle Station

Na een heerlijke douche en vullend ontbijt sprinten we een naastliggende berg op, de helikopter hangt al in de lucht. Met  6 AUD per minuut is het niet een goedkope manier om het vee bij elkaar te drijven, maar met zo’n 500.000 hectare grond kan het bijna niet anders. Vanuit onze positie is het lastig te zien allemaal, de uitleg van gisteravond van één van de medewerkers helpt ons de vlieg- en voetbewegingen op de grond wat beter te begrijpen. Het vee, verspreid over het land wordt naar verschillende afsluitbare hekken gedreven, waar iemand staat om uiteindelijk het hek te sluiten. Als dit allemaal gelukt is wordt het vee verder gedreven naar het afgesloten ‘centrum’ waar ze bij kunnen komen van de stress. Als we later zelf ook naar het verzamelpunt lopen zien ze zo’n 300 magere koeien die er nog behoorlijk gestrest uitzien.

Na dit spektakel lopen we terug naar onze tent waar we de verjaardag video voor Annerieke opnemen. Bertha heeft een nummer van Lenny Kravitz (Happy Birthday) omgetoverd in een Nederlandstalige versie die ze kracht bijzet met lachwekkende handelingen en attributen. Terwijl we geconcentreerd aan de video werken worden we gadegeslagen door een aantal mede ‘campingbewoners’, wellicht vermoeden ze dat we van het camping-entertainment team zijn 🙂 .

’s Middags doen we het heerlijk rustig aan, we lezen en slapen in het warme zonnetje en zijn op tijd voor ‘Beer-o-clock’. Nadat we eerst bij een aantal grijze-nomaden hebben gezeten schuiven we op naar de arbeiderstafel. De schilder, die sinds dat wij hier zijn aan hetzelfde muurtje van twee bij twee meter werkt is ietwat onverstaanbaar, maar behoorlijk grappig. Zijn collega praat alleen maar over paarden en hoefijzers, wat na een paar minuten toch begint te vervelen. Naast hem zit een collega die waarschijnlijk zoveel trappen van de paarden heeft gekregen, dat er nog maar twee tanden over zijn in zijn mond, wat hem praktisch onverstaanbaar maakt. Als we wat beter kijken zien we dat hij in een recordtijd de bodem van zijn fles wodka heeft bereikt, hoe overleeft een normaal mensenlichaam dat?

Nadat iedereen weer zijn eigen plekje heeft opgezocht, bereiden we in de keuken gebakken rijst met smack (vlees uit blik) en houden we het zelf ook langzaam voor gezien. Na een paar wijntjes voor onze tent kruipen we in onze slaapzakken. Wat zullen we lekker slapen in de betrekkelijke avondwarmte.

Vrijdag 6 juli 2018 West Leichardt Cattle Station – Porcupine Gorge Campground

Wanneer we opstaan is alles behoorlijk vochtig, de dauw heeft zijn sporen achtergelaten. We besluiten eerst te ontbijten, zodat alles in de ochtendzon wat kan opdrogen. In de keuken gebruiken we ons laatste stukje kaas voor een tosti, daarna pakken het natte spul in en laten het vee station achter ons. We rammelen over ongeveer tien kilometer over onverhard rood zand richting de snelweg en rijden verder naar Cloncurry, een klein dorpje waar we onze voorraden aanvullen.

Over de Overlanders Way rijden we richting Porcupine Gorge (Stekelvarkenkloof) in het Porcupine National Park. Een park met torenhoge kliffen die een opvallend contrast met de omliggende vlaktes vormen. Vanuit een uitzichtpunt hebben we prachtig uitzicht over de gorge welke ons een beetje doet denken aan Kings Canyon van een paar dagen geleden.

Het park heeft een piepkleine camping die vooraf geboekt moet worden. Helaas bleek vanmiddag bij het online boeken dat deze camping al vol zat. De site was zo waardeloos dat we besloten hebben om te kijken of er ter plekke nog plaats voor ons is. Helaas is dit niet het geval, elke plek is bezet met een luxe camper of caravan. Er is nergens meer plek voor ons tentje. Dan maar gewoon de tent ergens in het park opzetten. Erik heeft twee kilometer terug een mooi plekje gezien. Een soort zandpad leidt ons een paar honderd meter van de weg af, zodat we bijna niet meer te zien zijn voor voorbijgangers. Een paar omgevallen bomen zorgen voor tonnen aan brandhout. Dat er her en der koeien rondhuppelen mag de pret niet drukken.

Nadat we ons kampement hebben opgezet, bouwt Erik een kampvuur welke hij voor het eerst sinds de reis niet direct aankrijgt. Dan maar een beetje hulp. Een klein scheutje benzine zorgt ervoor dat de omgeving prachtig opgelicht wordt. Bertha heeft heerlijke wraps gemaakt, en terwijl we de innerlijke mens verwennen horen we in de verte de koeien loeien. Diep in de nacht hoort Erik wat rond de tent snuffelen, een voorzichtige blik buiten de tent levert gelukkig geen interactie met Australisch wild op.

We hebben dan ook geen idee wat het was wat we hoorden…

Foto 64 – Erik heeft eindelijk het vuur aan

Zaterdag 7 juli 2018 Porcupine Gorge Campground – Beau’s Place (Watsonville)

Behalve het snuffel-incident hebben we heerlijk geslapen op deze wild-camping. Wie heeft er nog een betaalde overnachting nodig? Wanneer we de eerste happen van ons ontbijt nemen, horen we in de verte wild getrap en geloei, een grote stofwolk komt recht op onze tent af! Als de wolk wat dichterbij komt zien we zo’n honderd koeien die net zo enthousiast lijken als de koeien in Nederland die in de lente voor het eerst naar buiten mogen. We kijken elkaar aan en vragen ons af of we hier wel veilig zitten. Wat als ze gewoon doordenderen?!! Ze komen op volle snelheid steeds dichterbij! Woest snuivend remmen ze abrupt zo’n vijftien meter voor ons kamp. Zo abrupt dat sommige koeien bovenop elkaar botsen als in een kettingbotsing. Ze kijken ons net zo verbaasd en geschrokken aan als wij de koeien en voor een moment heerst er complete stilte, alsof iemand op de pause-knop heeft gedrukt. De koeien, die ons vermoedelijk toch als een vorm van bedreiging zien, wijken van hun gebruikelijke route af en besluiten met een grote boog om ons heen te rennen en even verderop weer hun weg te vervolgen. We zijn nog niet bijgekomen van de spanning en het lachen als er een volgend peloton koeien onze kant op komt stormen, waarna het ritueel zich herhaald. We gaan weer rustig verder met ons ontbijt terwijl we lachen om de rennende koeien om ons heen. Wat een prachtige plek hebben we uitgekozen!

 

We laten de koeien achter ons en rijden over verharde- en onverharde paden richting Conjuboy, het eerstvolgende tankstation. Erik probeert zoveel mogelijk afstand te houden van Bertha, toch ziet zijn gezicht er bij het tankstation uit alsof hij rode verf in zijn gezicht gesmeten heeft gekregen.

Foto 65 – Red Dust Erik

Vanaf de tankstop rijden we verder, waarna we afslaan en de Silver Valley Road en Zaicz road opdraaien, een onverharde weg welke wild door het bos kronkelt. We rijden door de Atherton Tablelands, een gebied dat bekend staat om zijn mijnbouw in de latere 1800 en vroege 1900 jaren. De Tablelands, ook wel Cairns Highland genoemd, is een gebied dat bestaat uit glooiende graslanden, afgewisseld met grote stukken tropisch regenwoud. Het is vreemd om nu ineens in een koel klimaat rond te rijden met een overweldigende hoeveelheid mooie bomen.

 

Over de Silver Valley Road zijn we op weg naar het huis van Beau, een motorrijder die we nog nooit hebben ontmoet, maar met wie we in Indonesië veel digitaal contact hebben gehad. Hij is één van de mede oprichters van een overlanders-app-club in Indonesië. Via hem zijn we in een digitale groep toegevoegd, waardoor we bij Indonesische motorrijders thuis kwamen en vele inside tips kregen.

 

Het is enorm zoeken naar Beau’s huis. Er zijn alleen maar zandweggetjes en geen enkel huis lijkt een huisnummer te hebben. Na een paar keer verkeerd te zijn gereden, vinden we het huis van Beau. Bij de ingang ligt een enorm rotsblok en de oprijlaan blijkt bijna een kilometer lang. Het duurt dan ook nog wel even voordat we via de zandweggetjes zijn huis bereiken. Een jaloersmakend huis, zo midden in de jungle. Een groot houten vlonder met uitzicht op de tuin en de rivier, een bijgarage met een paar motoren en ander speelgoed en een prachtig huis. We lopen zo’n tien minuten kwijlend rond als Beau uiteindelijk met zijn 4 x 4 auto arriveert. We geven elkaar een beetje onwennig een knuffel en wandelen al kletsend over zijn terrein heen. Ooit gekocht met zijn toenmalige vrouw, maar na hun scheiding woont hij hier alleen. Zijn zoon en dochter (6 en 13 jaar oud) zijn hier bijna elk weekend. Ze zijn nu bij zijn oom die hier in de buurt woont en ons ook verwacht voor het familiediner. Na een snelle douche proppen we ons in zijn, met camping-artikelen gevulde 4 x 4 en rijden naar zijn oom. Deze heeft ook al zo’n prachtig huis met uitzicht op de rivier. Als we hier eens konden wonen…

Op de veranda is het overvol met volwassenen en spelende kinderen en worden we verwelkomd door Beau zijn vader die overduidelijk al wat biertjes heeft genuttigd. Hij sluit ons in de armen als verloren gewaande familieleden, zodat we ons gelijk thuis voelen. De meeste hebben al gegeten. Gelukkig is er nog voldoende curry en rendang over om onze vingers bij af te likken. Het is super gezellig, al is het af en toe wat gek om er zo ineens middenin te zitten terwijl we Beau nog niet eerder ontmoet hebben.  Alsof je voor het eerst bij je schoonouders op bezoek bent. Vrijwel iedereen hier is gescheiden, opnieuw getrouwd en neemt de geneugtes van het leven in vol enthousiasme tot zich. Ook de wiet gaat in het rond, iets wat we al vaker gezien hebben in Australië. We bedanken voor de wiet en houden het bij een koud biertje. Later op de avond praten we nog wat na op de veranda van Beau waarna we op een matras in de garage als een blok in slaap vallen.

Zondag 8 juli 2018 Beau’s Place (Watsonville)

We worden al vroeg gewekt van wild getrappel op het garagedak, volgens Beau zit hier een groep wombats in de buurt die graag over het plaatstalen dak heen rennen. Ook loopt Rooster al de hele tijd voor het raam heen en weer, een enorm grote en nieuwsgierige tamme haan. Overal waar je loopt volgt Rooster je, wat er nog al koleriek uitziet. We ontbijten met Beau en zijn kinderen op het balkon, zijn enthousiaste kinderen zitten nog vol met energie van het feestje van gister. Na het gezellige ontbijt gaat Erik aan de slag met de motoren, terwijl Bertha de verdere route uitstippelt en de financiën controleert.

Beau zet ondertussen zijn zoon Django op zijn mini-motor, inclusief alle benodigde bescherming. Het starten gaat niet helemaal zelfstandig, schakelen en wegrijden gaat als volleerd motorrijder. Hij gaat even alleen de bossen in. Hoe stoer is dat?!!

Na een grondige schoonmaakbeurt in de garage, komt Erik tot de ontdekking dat de Heidenau (K60 Scout) banden veel sneller slijten dan verwacht. De voorbanden kunnen nog wel 5000 kilometer mee, de achterbanden zijn zo goed als af en vertonen een onregelmatige slijtage. Dit is vermoedelijk veroorzaakt door het onjuist balanceren van de banden en/of door het hete en grof korrelige wegdek in Australië. Een tegenvaller die we morgen gelijk maar moeten proberen op te lossen. Beau denkt dat we in Cairns vast wel nieuwe banden kunnen kopen.
De banden zijn niet als enige aan vervanging toe, ook de ketting van Bertha heeft de langste tijd gehad. We hebben nog twee reservekettingen zodat Erik besluit samen met Beau een nieuwe ketting op de motor te zetten. Ze zetten de slijptol op de ketting, vervangen het voortandwiel en klinken de ketting. Dit laatste gaat overigens niet helemaal volgens het boekje, met grof geweld en veel hulpmiddelen krijgen ze de ketting pas gesloten.

 

Na al het sleutelgeweld, de financiën en wat spelletjes op de veranda, gaan we met de familie en een vriend van Beau de buurt verkennen. We springen achterin de 4 x 4 en laten ons lachend met de kinderen door het bos rijden. De honden van Beau rennen er enthousiast achteraan. Beau vertelt dat hier opgroeien iets prachtigs is, elk stukje bos heeft zo zijn geheimen. Wanneer we een grote rots hebben beklommen en het prachtige uitzicht zien, begrijpen we heel goed zijn geheimen.

Foto 73 – Prachtige Atherton Tablelands

Terug van de excursie, eten we met het hele gezin Italiaanse pasta met verschillende sauzen en kaas. Buiten op de veranda dromen en praten we over van alles en nog wat. Beau vertelt een prachtig afsluitend verhaal over een motortocht die hij met een vriend maakte in Kakadu National Park. Na een gesprek met een boswachter (ranger) kregen ze de coördinaten van een locatie waarvan hij vermoedde dat er oude, nog niet door de blanken ontdekte, Aboriginal muurschilderingen te vinden zouden zijn. De twee vrienden hebben toen twee dagen dwars door de woestijn gereden zonder ook maar iets van een weg te volgen, op zoek naar de muurschilderingen. En inderdaad, na twee zware dagen ontdekten ze een magische plek met de mooiste muurschilderingen. Het was zijn allermooiste overnachting ooit. Iets wat we ons heel goed kunnen voorstellen. Helaas, zo vertelde hij, hebben de rangers tot nu toe nog geen tijd gehad om het gebied verder te ontdekken, en zo is er na die tijd niemand meer geweest. Het blijft misschien daardoor juist wel een magische plek.

 

We nemen vanavond  al afscheid van elkaar, morgen is Beau al vroeg vertrokken vanwege zijn werk (milieukundig onderzoeker). Iedereen die ook zo’n reis als ons maakt of wil maken is van harte uitgenodigd bij Beau, en we kunnen je het van harte aanbevelen!

 

Maandag 9 juli 2018 Beau’s Place (Watsonville) – Mosman camping

Samen met de wekker maakt Rooster ons wakker, zodat we al vroeg klaar zijn voor weer een nieuw avontuur. Komt mooi uit, we willen ook een beetje op tijd in Cairns bij de bandenzaak arriveren. Binnen ligt iedereen nog vredig te slapen, zodat we, zo stil als we kunnen, ons ontbijt en de lunch klaarmaken. We laten het kleine paradijs achter ons, een safe-haven voor Overlanders.

 

Voordat we Cairns bereiken stoppen we bij de Big Curtain Fig, een monumentale en een van de grootste bomen in Queensland. De Curtain Fig Tree is een imposante en onderscheidende bomenrij in een zeldzaam mabi-regenwoud. Het wordt gewaardeerd om zijn immense omvang en het gordijneffect dat het gevolg is van het dikke en verweven verticale wortelsysteem.

Over de Gilli-Highway, met ontelbaar veel bochtjes, bereiken we Cairns, een grote stad met zo’n 130.000 inwoners. Bij de garage worden we vriendelijk ontvangen en vinden we twee Michelin Sirac achterbanden. Banden geschikt voor de snelweg en in een iets mindere mate voor off road. Vermoedelijk hebben we de moeilijkste wegen inmiddels wel achter ons liggen. Deze banden moeten ons dus wel thuis kunnen brengen. De twee banden kosten 320 AUD. Er komt 40 AUD bij als de monteur de banden van de motor moet demonteren. Dat doen we zelf dus, zodat de motoren zonder achterwiel buiten op de parkeerplaats staan.
Terwijl Erik binnen bij de monteur een praatje maakt, komt Bertha buiten Xenia en Martin tegen. We hebben elkaar in Pokhara (Nepal) al eerder ontmoet en volgen elkaar op Instagram. Ze zijn op dit moment bezig om hun motoren een beurt te geven en slapen bij mensen thuis, wat het met elkaar afpreken wat lastiger maakt. Toch is het super leuk om ze weer te zien! Tijdens het kletsen komt er opeens nog een Nederlander aanrijden. Kevin heeft hier in Australië een blauwe Honda Transalp gekocht. Wat een toeval! Op deze motor wil hij heel Australië rondrijden, en wie weet neemt hij hem wel mee naar huis. Hij komt samen aan met een andere motorrijder. Het wordt een gezellig uurtje kletsen, waarna we Cairns op twee nieuwe achterbanden achter ons laten. De uitgave voor de achterbanden is een onverwachte, maar noodzakelijk. Alles voor de veiligheid!

Foto 78 – Erik, Kevin en Bertha

We bereiken al vroeg Port Douglas, waar het stikt van de luxe hotels en dure auto’s. Alle campings zitten vol, zodat we doorrijden tot aan Mossman, waar we het laatste plekje van de camping bemachtigen (30 AUD). Weinig romantiek zo vlak langs de snelweg. Een warme douche en een glas wijn maakt gelukkig een hoop goed. In de gemeenschappelijke keuken ontmoeten we Renée en Niels, een Nederlands stel dat al zes maanden op reis is. Via Argentinië en Nieuw-Zeeland, reizen ze nu door Australië. Ze willen hun reis eindigen in Azië. We delen de rode wijn en hebben gezellige gesprekken. Wanneer we later in onze tent liggen horen we gelukkig dan ook niets meer van de naastliggende doorgaande weg. Het is wel weer even wennen om zo in de bewoonde wereld te zijn, maar we hebben enorm veel zin in de laatste etappe van onze reis, de oostkust van Australië!

Love to share:

4 Comments

  1. Dick

    Jeetje wat n avontuur weer.
    Mooi geschreven maar ik dacht dat jullie al weer thuis waren.😜

  2. Jan

    Erg onderhoudend om dit verhaal op te nemen.

  3. Erik Baas

    Ja we zijn al weer even thuis, maar dromen alweer van een volgende reis. En stiekem is het heerlijk om oude reisverhalen op te halen 🙂

  4. marion

    Heerlijk te lezen op een sombere regenachtige zondag!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Top